‘Kromo’ onttroond en toch tevreden

Zwemmen

Ranomi Kromowidjojo raakte haar olympische titel kwijt op de 100 vrij. Toch kijkt ze met vertrouwen uit naar de finale van de 50 meter.

Ranomi Kromowidjojo na afloop van haar 100 meter vrij. „Op zich kan ik hier wel mee leven”, zei ze over haar vijfde plek. Foto Robin Utrecht/ANP

Ranomi Kromowidjojo zwom in de olympische finale van de 100 meter vrije slag in Rio voor het eerst in jaren weer eens sneller dan de topfavoriet, de Australische Cate Campbell. Maar in een van de meest krankzinnige finales van de laatste jaren was zelfs dat niet genoeg voor een medaille in Rio.

Dat Kromowidjojo, koningin van de sprint in Londen (2012), werd onttroond in Rio wekte geen verrassing, de manier waarop des meer. De 20-jarige Amerikaanse Simone Manuel en de pas 16-jarige Penny Oleksiak finishten in precies dezelfde tijd als eerste: 52,70, net voor de Zweedse Sarah Sjöström (52,99). Kromowidjojo strandde met haar 53,08, haar beste tijd in vier jaar, uiteindelijk slechts 0,09 seconde van het brons.

Het meest opvallend van de spectaculaire finale was de manier waarop de Australische zusjes Cate en Bronte Campbell door het ijs zakten. Zij domineren de 100 meter al drie jaar, maar kwamen er donderdagavond in Rio niet aan te pas. Cate Campbell, torenhoog favoriet voor het goud nadat ze een maand geleden in Brisbane een fenomenaal wereldrecord had gezwommen (52,06), blokkeerde volledig in de belangrijkste race van haar leven. Ze eindigde na Kromowidjojo pas op de zesde plaats (53,24). Bronte Campbell, regerend wereldkampioene, bleef de Nederlandse net voor (53,04) op de vierde plaats.

„Dit doet pijn”, stamelde Cate Campbell na afloop. „Ik heb altijd gezegd dat ik geen gouden medaille nodig heb om eigenwaarde te voelen. Maar dat wordt nu wel even op de proef gesteld.”

„Dit is zo’n bizarre uitslag”, reageerde Kromowidjojo stomverbaasd. „Dat zijn de Spelen. Ik eindig ineens voor de topfavoriet, Cate Campbell. Met een prima tijd, eigenlijk hetzelfde als vier jaar geleden in de finale in Londen, toen ik won. Nu word je met die tijd vijfde, maar wel vlak bij het podium. Op zich kan ik hier wel mee leven. Het geeft me vertrouwen voor de 50 vrij. Deze uitslag bewijst dat alles mogelijk is in Rio.”

Aan de Braziliaanse kust rust een zware verantwoordelijkheid op de schouders van Kromowidjojo. Net als vier jaar geleden in Londen blijken de zwemmers van ‘TeamNL’ ook nu volledig afhankelijk van de prestaties van de Groningse als het gaat om de medailles. Dat de nationale zwemploeg niet lekker draait is een eufemisme. Kromowidjojo was, na zes dagen zwemmen in Rio, de eerste van de Nederlandse zwemploeg die zich überhaupt had weten te plaatsen voor een individuele finale.

Maar na de mislukte race van de voormalige Golden Girls op de openingsavond bleef ook na de 100 vrij de hatelijke nul op de medaillespiegel bij het zwemmen.

Kromowidjojo, die Londen verliet met tweemaal goud en één keer zilver, slaagde er de laatste drie jaar niet in aan te haken bij de wereldtop. Eerst werd ze ingehaald door Sjöström, de zusjes Campbell en Femke Heemskerk, donderdag kwamen daar nog eens twee piepjonge, vrij onbekende sprintsters bij.

In Rio heeft Kromowidjojo nog één kans op een medaille: zaterdag in de finale van de 50 vrij, een nummer dat haar ten opzichte van de concurrentie iets meer kansen biedt. Zeker met de verwarrende uitslag van donderdagavond op de 100 vrij.

Kromowidjojo is vooral tevreden dat ze, zoals het in een ideale wereld hoort, haar beste race in tijden zwom in een olympische finale. „Meer kan ik niet doen”, zei ze de onttroonde kampioene, die volgende week 26 wordt. In haar omgeving klonken de afgelopen jaren weleens geluiden dat ze na haar succes van Londen niet meer de ultieme ambitie had om nog een keer alles opzij te zetten. Alsof de honger gestild was.

Want haar reis naar Rio was nooit een makkelijke. Na Londen kwam ze langzaam maar zeker terecht in een draaikolk naar beneden. Eerst maakte steun en toeverlaat Jacco Verhaeren bekend te stoppen als zwemcoach om technisch directeur van de zwembond te worden. Ze stapte over naar Marcel Wouda, maar kwam er al snel achter dat ze met hem de ‘klik’ miste. Ook met de jonge trainer Christiaan Sloof kwam ze niet terug aan de top. Kromowidjojo kampte met motivatieproblemen, streed tegen haar gewicht. Op het persoonlijke vlak kreeg ze een tik toen haar relatie met Pieter van den Hoogenband eindigde. Even daarvoor was Verhaeren, met wie ze nog veel contact had, vertrokken om bondscoach te worden in Australië.

Die zomer bereikte Kromowidjojo het dieptepunt. Ze trok zich terug voor de EK langebaan in Berlijn, om zich „te resetten” onder weer een nieuwe trainer, Patrick Pearson. Ze kwam in contact met een persoonlijke coach, Jeroen van den Brink, die samen met de zwemster een pad uitstippelde naar Rio, vooral op het mentale vlak. Centraal in zijn lessen stond het bijbrengen van het besef dat haar loopbaan gewoon doorgaat na Rio, wat er ook gebeurt. Die visie nam een hoop druk weg.

Maar echte resultaten in het water bleven uit. Ze werd fitter en beter, keerde terug op het niveau van vier jaar geleden. Maar de rest van de wereld zat niet stil. Ook Kromowidjojo had nooit verwacht dat een scholier uit Toronto, geboren op 13 juni 2000, nu al sneller is dan zij zelf ooit is geweest. Oleksiak schreef geschiedenis voor haar land, als jongste Canadese olympisch kampioene ooit.