‘Immigranten moeten assimileren’

Interview Ruud Koopmans

Migratiehoogleraar Koopmans in Berlijn vindt: migranten zijn vooral zélf verantwoordelijk voor hun achterstand.

Ruud Koopmans in zijn appartement in Berlijn. Kaveh Rostamkhani

Studenten vinden dat hoogleraar aan de Humboldtuniversiteit Ruud Koopmans politieke uitspraken doet over moslims – die hij niet kan waarmaken op basis van zijn onderzoek.

Is dat zo?

„Als ik een beleidsaanbeveling uitspreek, is dat natuurlijk altijd deels een interpretatie van de onderzoeksresultaten. Dat geldt voor elke wetenschapper. Ik wil de resultaten graag breder trekken en daarover in discussie treden. In de ogen van de studievereniging zou ik het debat domineren en daar willen zij tegenwicht aan bieden. Maar andere migratiewetenschappers, van Humboldt en elders, zijn nog vaker in de media. Daar heeft de studievereniging nooit enig kritisch geluid tegen laten horen, want die zeggen dat Duitsland als ontvangende samenleving verantwoordelijk is voor de problemen van migranten. Als iemand op de eigen verantwoordelijkheid van migranten wijst, is het huis te klein.”

Waar komt die gevoeligheid vandaan?

„Het Duitsland van nu is te vergelijken met Nederland tijdens de opkomst van Fortuyn. Toen dachten delen van de bevolking dat we aan de vooravond stonden van een nieuw fascisme en dat alles was geoorloofd om dat te stoppen. Het ging toen over de toon van het debat. Je hebt dan alleen nog maar zwart en wit. Als je ‘grijs’ zegt, word je door zowel het zwarte als het witte kamp in het zwarte kamp geduwd. Dat komt ten dele door de opkomst van het (rechtse) Alternative für Deutschland. Er is een sterkere polarisering en meer politieke correctheid.”

De studenten vinden dat u met uw onderzoeksvragen geen fundamentalisme kunt bewijzen. Wat zegt het als iemand religieuze regels belangrijker vindt dan seculiere wetten?

„Het is maar een van de drie vragen. Er werd ook gevraagd of ze vinden dat er „maar één ware, bindende uitleg” is voor de Koran. En of ze „willen terugkeren naar de wortels van het geloof”. Alleen wie alle drie positief beantwoordt, wordt als fundamentalistisch gezien. Dat gold voor 30 procent van de Duitse moslims. Dat is een voorzichtige conclusie.

„Het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken stelde een andere vraag naar fundamentalisme: ‘Vindt u de regels van de Koran belangrijker dan democratie?’ Het percentage was hetzelfde als dat in mijn onderzoek. Het maakt dus niet uit hoe die vraag precies wordt gesteld.”

Ontstaat achterstand ook niet door sociale segregatie, in scholen bijvoorbeeld? Wat kan een moslim daaraan doen?

„In het gebrek aan interetnische sociale contacten is dat een belangrijke factor. Ten dele is die te wijten aan autochtonen die hun kinderen liever niet naar een school met veel allochtone kinderen sturen. In mijn eigen Berlijnse wijk Kreuzberg staan scholen waar soms tot 80 procent Duitse Turken zitten. Die scholen zijn niet erg goed. Maar religieuze normen van moslims spelen ook een rol. Voor veel moslims zijn interetnische huwelijken alleen mogelijk als de niet-moslim zich bekeert.”

Uw pleidooi voor assimilatie van vluchtelingen en migranten klinkt polemisch. Is er niet óók een rol voor de ontvangende samenleving?

„Assimilatie is een omstreden woord, maar ik wil zeggen waar het op staat. En in publicaties van Amerikaanse migratiedeskundigen is het begrip assimilation gebruikelijk, nog steeds. Dat is de assimilatietheorie: het proces van toenadering, Angleichung. Dan gaat het over structurele assimilatie: op de arbeidsmarkt, in het onderwijs. Op die boodschap is een taboe ontstaan. Natuurlijk was de assimilatiepolitiek tegen Australische aboriginals en Amerikaanse indianen verkeerd. Zij hadden recht op behoud van hun cultuur. Of dat ook geldt voor geïmmigreerde minderheden is een andere vraag. Zeggen dat culturele assimilatie geen doel op zich is, betekent nog niet dat culturele aanpassing niet nodig is voor integratie op de arbeidsmarkt en het onderwijs.”

De studenten zijn hoofdzakelijk blank en autochtoon Duits. Zou meer diversiteit verschil maken?

„Inderdaad, in Duitsland gaat maar 20 tot 25 procent van de jeugd naar het hoger onderwijs . De meesten komen uit de middenklasse. Die hebben een rozig beeld van migratie. Als meer studenten zelf familie hadden in landen als Turkije, zouden ze beter weten hoe verbreid fundamentalistische opvattingen daar zijn. Mijn Turkse vrouw en haar familie maken zich grote zorgen over het fundamentalisme in Turkije. En dat is nog kattenpis vergeleken bij het groeiende fundamentalisme in Arabische landen.”

Dan moet er dus toch meer diversiteitsbeleid komen?

„In de zin van meer sociale mobiliteit in het onderwijs, zeker. Maar in Duitsland wordt door velen ook als oplossing gezien dat de eigen taal en cultuur worden gestimuleerd. Ik gaf laatst in het Haus der Kulturen der Welt hier in Berlijn een lezing over het verband tussen het onderwijssucces van een kind en diens afkomst. Volgens gegevens van het ministerie van Binnenlandse Zaken is dat succes sterk afhankelijk van de mate waarin thuis Duits gesproken wordt. Er klonk veel boegeroep in de zaal. De Turkse nationalisten willen dat het Turks gelijkwaardig wordt aan het Duits. Ze willen niet horen dat het slecht is voor de onderwijsprestaties van een kind als thuis voortdurend de Turkse tv aanstaat en het Duits bij familie en kennissen geen rol speelt.”

Lees ook het opiniestuk van Ruud Koopmans uit april 2016: Waarom Angela Merkel moet opstappen