‘Ik vind vrouwen die iets bijzonders hebben leuk’

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Sabine Staartjes (28) en Marcel Pienink (32) leerden elkaar op een verjaardag kennen: „Ik had die bodywarmer aan, met die enorme kraag. Hij zei: ‘heeft ze een whiplash ofzo?’ Daarna heb ik hem nooit meer aangedaan.”

Marcel: „Het is hier wel netjes, maar ik denk dat ik geordender ben.” Sabine: „Ja, oké. Ik ben wel wat meer een lapzwans. Haha.” Foto David Galjaard

Dat roze overhemd

Sabine: „Als we ergens naartoe gaan, ben jij degene die het Facebook-event doorneemt en mij dingen vertelt.”

Marcel: „Ja, maar jij bent degene die je aanmeldt op Facebook.”

Sabine: „Dat is dus precies het verschil tussen ons. Ik laat het wat meer op me afkomen en jij bereidt het netjes voor. Vrijdag waren we bij een modeshow en dan weet je me allerlei dingen te vertellen, terwijl ik degene ben die jou meeneemt. Als we met vakantie gaan, ben jij ook altijd van het informatieboekje.”

Marcel: „Ik denk liever iets meer na voor ik wat doe.”

Sabine: „Ik doe dat liever andersom.”

Marcel: „We kennen elkaar van een verjaardag, we komen allebei uit Almere.”

Sabine: „Jij had een roze overhemd aan. Heteromannen vonden dat in die tijd nog heel gay. Deze jongen heeft wel verstand van mode, dacht ik. Hij kende bands die ik kende, en hij had goede schoenen aan! Maar het was echt wel het roze overhemd.”

Marcel: „Opvallende verschijning, dat dacht ik.”

Sabine: „Ik had die bodywarmer aan, met die enorme kraag. Hij zei: ‘heeft ze een whiplash ofzo?’ Haha. Ik heb die bodywarmer daarna nooit meer aangedaan, terwijl het mijn lievelingsbodywarmer was.”

Marcel: „Ik vind vrouwen die iets bijzonders hebben leuk.”

Sabine: „En ik was ook knap natuurlijk.”

Fanatiek

1308ZATECOspitsuur_sabine

1308ZATECOspitsuur_marcel

Marcel: „Ik ben marketingconsultant in de sportbranche, bij adviesbureau 40Beats. We proberen het maximale te halen uit de relaties tussen fans en clubs, en sporters en bonden. Dat doen we door bijvoorbeeld campagnes te bedenken waarin trouwe seizoenskaarthouders worden beloond. Ik probeer twee of drie keer in de week te sporten – hardlopen en fietsen. Zij vindt dat ik fanatiek ben. Ik heb twee marathons gelopen en was bezig voor een derde, maar een blessure hield me tegen.”

Sabine: „Als je twee marathons hebt gelopen, vind ik je wel een sporter.”

Marcel: „Als er een wedstrijd op tv is, maakt niet uit welke sport, dan kijk ik. Het is onderdeel van mijn werk.”

Sabine: „Ik probeer wel eens mee te gaan, dan ga ik skeeleren. Maar ik vind het ook heel fijn om hier in mijn eentje te koken. En jij bent er dan even niet, heerlijk. Als hij terug is van het hardlopen heb ik als een moeder het eten op tafel.”

Lapzwans

Sabine: „Een avond op de bank vind ik voldoende. Bij twee of drie krijg ik vlekken, echt. Na mijn werk in het theater gaan we vaak nog wat drinken. Ik ben nooit zo van de tijd, meer van het moment.”

Marcel: „Ook nooit van wat je morgen moet doen.”

Sabine: „Marcel is echt mijn hoofd.”

Marcel: „Ik ben wel iets gestructureerder, denk ik.”

Sabine: „Toen we net samenwoonden, dacht ik: komt koningin Beatrix op bezoek? Dan hadden we een dag samen, gingen we schoonmaken.”

Marcel: „Ik houd wel van een opgeruimd huis.”

Sabine: „Ik ook hoor.”

Marcel: „Maar ik besteed er wel iets meer aandacht aan.”

Sabine: „Oh nee! Echt? Niet. Hier hebben wij het zo nog over.”

Marcel: „Het is hier wel netjes, maar ik denk dat ik geordender ben.”

Sabine: „Ja, oké. Ik ben wel wat meer een lapzwans. Haha.”

Een Oilily-baby

Sabine: „Ik was echt een Oilily-baby. Mijn moeder heeft me al vroeg verpest. Ze is coupeuse, maakte vroeger kleren voor mij en mijn pop – we waren altijd een setje. Als ik foto’s zie van vroeger denk ik: dat zou ik nu nog aandoen. Van die lekkere leggings en oversized truien. In Almere riepen mensen me na: ‘Wat heb jij nou aan?’ Veel kleur, gekke combinaties – voor mij was dat normaal. Ik vind contrasten dus te gek. Een strik van haar, een ketting van plastic schoenen.”

Marcel: „Materialen op een andere manier gebruiken.”

Sabine: „Voor een grote collectie haal ik inspiratie uit mijn eigen leven. In de periode van mijn afstuderen werkte ik naar het begin van mijn eigen label toe, maar intussen was mijn vader erg ziek. Ik leefde daarom in een staat van extase en verdriet tegelijk. Het ontwerpen van mijn collectie is een verwerkingsproces voor mij geweest.”

Marcel: „HappyLess, zo heette die collectie. Ik probeer wel mee te kijken, zeker met dingen waar ik verstand van heb. Contracten lezen, de website of het maken van offertes.”

Sabine: „Ik bel Marcel ook altijd als eerste als ik een keuze moet maken. En meestal luister ik dan niet.”

Marcel: „Soms houd ik daarom mijn afstand.”

Sabine: „Achteraf blijkt wel vaak dat je gelijk hebt.”

Marcel: „Eens in de twee weken ga ik een avondje op het atelier zitten om mee te denken.”

Sabine: „Ik waardeer dat heel erg. Soms is mijn wereld heel alleen. Dan denk ik potverdrie, we hebben al zolang een relatie. Ik wil eigenlijk dat je wat meer betrokken bent, maar tegelijkertijd wil ik dat ook weer niet.”

Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl