Ik schaam me voor wat ik doe

Prostitutie

Jaarlijks arriveren duizenden Nigeriaanse tienermeisjes illegaal in Zuid-Italië. De maffia geeft ze geen keus. Ze worden hoer.

Foto’s Cigdem Yuksel

Juliet buigt zich, kauwgombellen blazend, voorover naar het geopende autoraampje. Ze roept wat naar de man naast de bestuurder. Die stapt uit en dribbelt achter Juliet aan, die vastberaden een steegje inloopt.

Na tien minuten komen ze weer te voorschijn. De man, klein, mollig, in legerbroek en bodywarmer, loopt een andere straat in dit ongure woonblok van Catania in, nonchalant met zijn mobieltje spelend. Juliet gaat terug naar haar vaste plek tussen de geparkeerde auto’s. „In Nigeria werkte ik in een winkel als verkoopster en al verdiende het niet goed, het was tenminste een baan” vertelt ze, terwijl ze haar krullen schikt en haar make-up bijwerkt. „Moet je kijken wat ik hier doe: dit is toch niets?”

Cigdem Yuksel

Cigdem Yuksel

Het aantal Nigeriaanse meisjes dat de overtocht naar Italië maakt, is explosief gegroeid. Volgens de Internationale organisatie voor Migratie (IOM) kwamen er vorig jaar 5.633 Nigeriaanse vrouwen per boot naar Italië; in 2013 waren dat er nog maar 500. Na de eerste helft van dit jaar staat de teller op 3.529, de meesten opvallend jong. Onder hen waren er 814 alleenreizende minderjarige meisjes. Van de minderjarige Nigeriaansen belandt zeker 90 procent in de prostitutie, zeggen de IOM en het Openbaar Ministerie in Catania.

„Hoeveel minderjarige meisjes er precies zijn, is onduidelijk,” aldus een woordvoerder van de IOM, die niet met haar naam in de krant wil om haar werk niet in gevaar te brengen.

„De meisjes zijn geïnstrueerd om bij aankomst in Italië te liegen over hun leeftijd en hebben geen paspoort.”

De tienermeisjes vallen in handen van goed georganiseerde prostitutienetwerken, die vanuit Nigeria opereren tot aan Noord-Europa. De meisjes komen regelmatig in Frankrijk, België en ook Nederland terecht.

In de via Luigi Sturzo, sinds een paar jaar de tippelzone van Catania, staan elke avond dezelfde meisjes. Tobia waggelt ongemakkelijk op haar nieuwe, plastic plateauzolen over straat. Ze krijgt de slappe lach en trapt baldadig haar schoenen uit richting Angela. Angela heeft met haar aangezette wenkbrauwen, rood gestifte lippen en trieste lach nog het meest weg van een clown.

Een paar meter verderop staat Jessica. Ze heeft zojuist haar slungelige lijf in een strak jurkje gehesen, wat haar kinderlijke figuur accentueert. Haar bange ogen zijn gefixeerd op een auto op de sjofele parkeerplaats iets verderop. Daar zit haar vriendin Sofia. De bewegingen voorin de auto laten niets te raden over. Jessica negeert de mannen die langs rijden en proberen af te dingen op een scopata, een beurt: „5 euro! Vooruit, 8 euro dan?” Ze wordt pas wat rustiger wanneer Sofia met een onmiskenbare bolle buik onder het strakke hemdje uit de auto is gestapt en bij haar terug is.

Na een paar avonden in hun gezelschap hebben de meisjes genoeg vertrouwen voor een gesprek. Ze zijn bang dat iemand ontdekt wie ze zijn en wat voor werk ze doen in Catania. „We woonden samen in Nigeria en zijn samen hier gekomen’’, vertelt Jessica. „We dachten dat we hier zouden werken als kapper.” Tobia zegt:

„Een vriendin raadde me aan om ook te komen, maar we hebben geen contact meer. We willen elkaar niet zien in deze situatie, dit is geen goed leven. Ik schaam me voor wat ik hier sta te doen.”

De Nigeriaanse meisjes die in Catania en andere steden in Italië als prostituee werken, zijn bijna allemaal afkomstig uit het arme zuiden van Nigeria, vooral uit Benin City. Slechts enkelen wisten van tevoren wat hun te wachten stond. Via kennissen of familieleden in Nigeria worden ze geronseld. Eenmaal in Italië vertrekken ze vrijwel direct uit het opvangcentrum en worden ze in contact gebracht met een bendelid dat voor huisvesting zorgt. Dan moeten ze hun schuld terugbetalen die is gemaakt met de overtocht van Nigeria naar Italië. Dat kan oplopen tot 45.000 euro.

Blackboys

De Nigeriaanse Isoke Aikpitany, oprichtster van vrouwenorganisatie Le Ragazze di Benin City in Italië, weet uit ervaring hoe moeilijk het is eruit te stappen. „De meisjes worden gecontroleerd door blackboys, jonge Nigeriaanse mannen die in dienst zijn van het netwerk.” Aikpitany werd in coma geslagen toen ze wilde vluchten. „In 2012-13 zijn twaalf Nigeriaanse prostituees vermoord; van sommigen weten we niet eens hun naam.”

Vrijwel alle meisjes zijn christelijk. Voor hun vertrek hebben ze een soort voodoo-ritueel moeten ondergaan, JuJu. De ronselaar brengt het meisje bij een priester, waar ze een hart van een haan moet opeten. Er wordt een mengsel gemaakt van haar nagels, (schaam)haar en soms menstruatiebloed, waarop het meisje zweert het geld terug te betalen. Haar wordt wijsgemaakt dat haar of haar familie iets ernstigs overkomt als ze dit niet doet.

Een klant betaalt gemiddeld een tientje. Bijna alles wat de meisjes verdienen, moeten ze afdragen totdat hun schuld is afbetaald. Van het schamele bedrag dat overblijft wordt het meeste naar Nigeria gestuurd. Hun familie rekent op dit inkomen.

Met de stijging van het aantal Nigeriaanse migranten is een sterke criminele organisatie in Italië gegroeid. Een bijzondere rol binnen deze ‘Nigeriaanse maffia’ heeft de broederschap Black Axe, opgericht in Benin in de jaren ’70 en over heel de wereld actief. Zijn handelsmerk is het litteken dat hun slachtoffers overhouden na een gewelddadige confrontatie met leden van de bende: met messteken wordt er in hun gelaat een herinnering aan de Black Axe-organisatie gekerfd.

©

Cigdem Yuksel

De Nigeriaan Austin Ewosa, beter bekend als John Bull, een boss van deze organisatie, werd eind juli veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. Volgens openbaar aanklager Leonardo Agueci is er een pact tussen Cosa Nostra en de Nigeriaanse bendes. „De traditionele Siciliaanse maffia houdt zich uit principe niet bezig met prostitutie. Maar er is wel een vorm van samenwerking met Nigeriaanse bendes. De maffia heeft goedkeuring gegeven om op haar terrein te opereren en wil daar natuurlijk iets voor terug,” zegt hij. Justitie gaat ervan uit dat de Nigerianen een percentage van hun ‘winsten’ op afpersing en mensen- of drugssmokkel afdraagt aan de maffia.

Onbedaarlijk huilen

Alleen al in de regio Catania lopen zo’n twintig onderzoeken wegens mensensmokkel en andere misdaden. Belangrijk daarbij zijn de verklaringen van meisjes. „Gisteren namen we een meisje apart dat onbedaarlijk huilde en gewond was’’, vertelt een woordvoerder van IOM in Catania.

„Ze reisde met twee mannen die beweerden dat ze 22 jaar oud was. Ze leek nog geen 15. De dokter die haar onderzocht wist direct hoe laat het was en heeft haar gescheiden van de groep waarmee ze aan wal kwam. We doen dit om verklikken door andere meisjes of de ‘begeleiders’ op de boot tegen te gaan. Toen pas durfde ze te praten. Ze zit nu een beschermingstraject en heeft aangifte gedaan.”

Het is een frisse avond in Catania en Jessica staart wat voor zich uit. Ze heeft kippenvel op haar magere armen maar zegt: „Ik voel niets.” Als het gesprek over Nederland gaat, kijkt ze geïnteresseerd op. „Hebben ze daar de euro? En is daar ander werk dan wat we hier doen?” Ze legt uit dat ze in Nigeria als cateraar werkte. „Ik maakte taarten voor feestjes en bruiloften. Dat zou ik hier ook graag doen, maar de taarten in Italië zijn heel anders dan in Nigeria.” Ze wil daarom toch maar Italiaans leren.

„Als ik de taal begrijp, kan ik de Italiaanse recepten lezen.”