Gevraagd, geplaatst en verwijderd: een cartoon

Ooit heette het in de krantenwereld publish and be damned. Kon ook moeilijk anders, want als de vrachtwagens eenmaal waren uitgereden, was er toch niks meer aan te doen. En na het angstzweet kwam de berusting. Morgen beter.

Die ‘genade van de deadline’, zoals het is genoemd, bestaat niet meer in het online universum. Daarin kun je juist alles, elke kop, elk woord nog wijzigen, herschrijven, aanscherpen of afzwakken.

Dat is natuurlijk niet de bedoeling, gepubliceerd is gepubliceerd. Wijzigingen moeten online onder het stuk worden vermeld, is de regel bij veel media – ook bij NRC.

En een tekening?

Ja, toch weer Abou Jahjah. Op last van de hoofdredactie werd maandag een cartoon van Ruben L. Oppenheimer op nrc.nl na ongeveer een half uur verwijderd. Oppenheimer had de activist getekend als wolf in een bloedig biggenjasje, bij een stuk waarin de Zomergast terugblikte op zichzelf als Zomergast. Een „knipoog”, zegt de tekenaar, naar Disney en het stereotype van de wolf in schaapskleren in het artikel.

Leuk? Abou Jahjah protesteerde bij Opinie, direct nadat het stuk met de cartoon ’s middags door die redactie online was geplaatst, conform de nieuwe lijn digital first. Maar die gaf geen krimp. De hoofdredactie, gealarmeerd door enkele redacteuren die de cartoon te ver vonden gaan (één vond de tekening krenkend voor de auteur, een tweede zag een nieuwe rel aankomen), dacht er anders over: die cartoon ging off line.

De reden, zegt adjunct Egbert Kalse: de controverse over de man was nu wel uitgekauwd, die moeten we niet wéér aanzwengelen. Hij hoorde overigens niets van de auteur zelf en had het opstekende Twitter-stormpje niet gezien.

Censuur of slappe knieën?

Censuur is het niet, eerder zelfcensuur. Oppenheimer tekent in opdracht, de opdrachtgever mag het resultaat weigeren (in 14 jaar gebeurde dat hem bij zo’n 2.700 tekeningen drie of vier keer). Alleen, dit was geen kwestie van weigeren, maar van intrekken.

Hoewel? In nrc.next stond woensdag dat het ging om een ,,niet-geplaatste’’ (dus ook niet ingetrokken) NRC-tekening.

Misschien begrijp ik dat verkeerd. Kan, want mij was net uitgelegd door de chef Web dat ik te vaak het woord krant gebruik: NRC is immers een merk met diverse platforms. Ik ben dat nog aan het verwerken, en ik geef toe, ik noem een auto geen rijtuig. Toch is „de krant” voor mij gewoon nog, figuurlijk, een pars pro toto voor alle NRC-podia.

Maar net toen ik de nieuwe orthodoxie tot me liet doordringen, werd die doorkruist door de „niet-geplaatste” tekening. Wacht even, is iets dan toch pas „geplaatst” als het in de (papieren) krant heeft gestaan? Gelukkig had NRC Handelsblad, de middag krant dus, die dag de correcte formulering: de tekening is wel degelijk geplaatst maar daarna „verwijderd”.

Alle gekheid op een stokje. Dit incident roept serieuze vragen op over ontpubliceren en illustraties. Urgente vragen nu de digitaal bewapende buitenwereld steeds heftiger druk uitoefent op de krant, pardon het merk, om content aan te passen of te verwijderen – of er excuses voor aan te bieden.

De overweging van adjunct-hoofdredacteur Kalse vind ik op zichzelf heel legitiem: hadden we niet al genoeg gedaan aan de ophef rond deze omstreden Zomergast? NRC krijgt toch al het verwijt dat het Abou Jahjah in de kolommen te veel ruimte geeft.

Alleen, dat lijkt mij een prima argument vóóraf om behalve de tekening ook het door Jahjah ingestuurde stuk niet te plaatsen, zijn vleiende dankwoord aan het Nederlandse volk. Is het ook een argument om alleen de tekening te ontpubliceren? Je kunt ook zeggen, om een precedent te voorkomen: de redactie heeft die geaccepteerd en dan maar be damned.

Hamvraag: was deze cartoon wel een goede illustratie bij dit stuk? Oppenheimer illustreert artikelen die de redactie hem toestuurt. Maar, zoals een redacteur zegt, het is niet chic om een stuk te illustreren met een tekening waarin de auteur zelf belachelijk wordt gemaakt of zelfs wordt „gedemoniseerd in de bijsluiter”.

Dat is zeker een punt waar de krant nu over kan gaan nadenken. Maar het is een vraag naar de criteria voor illustraties, nog geen argument om ad hoc één tekening terug te trekken. Want waarom dan juist deze, en niet die van D66-leider Pechtold, die onlangs bij zijn opinie werd verkleind tot een kleuter met een schepje?

Nu ging deze tekening wel een stuk verder (het bloed), maar dat was niet het argument. Het versterkt de indruk dat de krant juist deze auteur, Abou Jahjah, in bescherming neemt. Die indruk bestaat toch al, nu NRC geregeld zijn opinies afdrukt (vier in zes maanden) en de hoofdredacteur zijn columns heeft betiteld als „slijpsteentjes voor de geest”.

Bovendien, de zaak pakte averechts uit. De cartoon werd volop rondgetwitterd (door Abou Jahjah maar vanaf zijn vakantieadres ook door de hoofdredacteur, die buiten de kwestie bleef) en verscheen op sites en in de Volkskrant.

Precies dus wat de ingreep had moeten voorkomen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl