Een vrije vrouw met honderd gezichten

Het leven van de Italiaanse socialite Marta Marzotto (1931-2016) was een nooit eindigend spektakel.

Marta Marzotto tafelde met John F. Kennedy en ging jagen met Francisco Franco.

Ze was „de gouden libelle”. Het meisje uit de rijstvelden met de mooie benen dat koningin van de salons in Milaan en Rome werd. De vrouw van een graaf met een linkse schilder en een communistische intellectueel als jarenlange minnaars. Een onstuitbare en onvermoeibare hedonist die in de kleren en juwelen die ze ontwierp, even kleurrijk was als in haar leven.

Ze was Marta Marzotto.

Uniek. Hors catégorie. Een vrije vrouw van honderd gezichten, genereus, altijd met een lach. „Het was een buitengewoon complexe persoon”, vertelde haar beste vriendin Nori Corbucci. „Bij haar zijn was net alsof je in een theater was: een voortdurend spektakel waarin zij actrice, regisseur en kostuumontwerper was.”

Marta Marzotto is op 29 juli overleden op 85-jarige leeftijd, na een leven dat nu al goed was voor twee autobiografieën, met plannen voor een derde. Haar diners en feesten in Milaan, Rome en Cortina d’Ampezzo, aan de Costa Smeralda in Sardinië en in Marrakesh in Marokko, zijn legendarisch. De schrijver Ernest Hemingway heeft bij haar aan tafel gezeten (vooral herinnerd omdat hij, dronken, steeds zat te boeren), net als de Amerikaanse presidenten John F. Kennedy en Richard Nixon. Ze ging jagen met de Spaanse dictator Francisco Franco, raakte bevriend met de Gaddafi’s, maar was ook „de blonde kameraad” bij wie voormannen van Italiaans links zich konden ontspannen met een glas champagne.

Haar leven begint als een variant op Assepoester. Haar moeder, 24, was een arbeidster die zwanger was geraakt van een dagloner van 18. De jonge man moest vluchten voor de woedende familie, en het op 24 februari 1931 geboren meisje werd toevertrouwd aan de nonnen, die haar Carla Iarri noemden.

Drie jaar zit ze daar. Een van de nonnen, zuster Marta, blijft er maar op aandringen dat de vader wordt opgespoord en dat de twee dan trouwen. Als dat gebeurt, heet het meisje Marta Vacondio, naar de non en naar haar vader.

Ze werkt in de rijstvelden, maar om daaraan te ontsnappen gaat ze naar Milaan om te leren naaien in een mode-atelier. Daar valt de inmiddels 16-jarige Marta op door haar statige schoonheid. Ze wordt model, en vier jaar later ontmoet ze haar principe azzurro – in de Italiaanse sprookjes is de ‘prins op het witte paard’ blauw. Ze trouwt in 1954 met graaf Umberto Marzotto, de steenrijke erfgenaam van een textielimperium en verhuist naar een paleis van 7.000 vierkante meter.

Het leven wordt één groot feest. Op haar begrafenis herinnert haar kleindochter Beatrice Borromeo zich dat alles kon en alles mocht als je met haar op stap was, als je maar om zeven uur ’s ochtends weer thuis was – „en dan kwam ze zelf om acht uur aan, met haar schoenen in de hand”.

In Milaan ontmoet ze eind jaren zestig de neorealistische schilder Renato Guttuso. Gravin Marta wordt de muze van de Siciliaanse kunstenaar, ook wel de ‘pictor optimus’ van de machtige communistische partij genoemd. Hij zal in de bijna twintig jaar dat hun relatie duurt zo’n vijfduizend brieven schrijven aan zijn „gouden libelle” en heeft haar vele malen geportretteerd.

Een paar jaar later kwam er een grote liefde bij: Lucio Magri, een communistische intellectueel. Guttuso haatte hem. Eens schreef hij een gedichtje voor Marta in de vorm van een weesgegroetje dat begint met een „Ave Martina” en eindigt met: „en bevrijd ons van Magri. Amen.”

Een andere pretendent heeft zover bekend nooit het hart van Marta veroverd. Ze heeft verteld dat Sandro Pertini, de socialistische president van 1978-1985, haar elke ochtend belde voor een praatje en afsloot met: „Weet, Marta, dat u wordt bemind door een grote schilder en wordt aanbeden door een kleine president.”

Midden jaren 80 stort haar wereld in. Guttuso wordt doodziek, maar heeft aan het einde van zijn leven een zoon geadopteerd die Marta niet bij haar stervende minnaar laat. Na zijn dood ontstaat een publieke rel over de artistieke erfenis en begint de eerste van een reeks rechtszaken. Magri verbreekt de relatie met Marta. Ook Umberto Marzotto besluit van haar te scheiden.

Marta Marzotto herpakt zich als stiliste. Ze verwisselt Rome weer voor Milaan en ontwerpt bonte kleren en veelkleurige sieraden, tassen, pennen, horloges. Ze blijft reizen, nieuwe mensen ontmoeten en feesten geven, maar verzamelt ook geld voor onderzoek naar de longziekte cystische fibrose, waaraan haar dochter Annalisa in 1989 is overleden.

Klagen deed ze nooit, ook niet in de laatste dagen van haar leven, in een ziekenhuis in Milaan. Ze deelde Indiaanse armbandjes uit aan de verpleegsters en artsen. Aan de muur daar had ze foto’s laten ophangen waarop ze Kevin Costner en Sean Connery kust. Na haar dood zei haar dochter Paola: mijn moeder was „het eeuwige meisje, altijd vrolijk”.