1,6 miljoen smeergeld langs Nederland

Corruptie

Twee politici van de Spaanse Partido Popular worden verdacht van omkoping in Algerije. Volgens justitie ging het smeergeld, zeker 1,6 miljoen euro, via een Amsterdams trustkantoor en had een Nederlands bedrijf een sleutelrol.

Foto iStock/NRC Studio

Het leven lacht Hans Leijdesdorff begin 2012 toe. IMFC, het trustkantoor aan de Amsteldijk in Amsterdam dat hij in 1995 met zijn vrouw Shareen oprichtte, is in de loop der jaren uitgegroeid tot het zesde grootste trustbedrijf van Nederland. Vijftig werknemers, een tweede vestiging in Rotterdam erbij en een jaaromzet van vele tientallen miljoenen

Maar om het snelle geld is het de directeur van IMFC niet te doen, zeggen mensen die hem kennen. Leijdesdorff is vooral begaan met zijn vak. Niet voor niets is hij al jaren bestuurder en penningmeester van de Vereniging International Management Services (VIMS, in 2012 omgedoopt tot Holland Quaestor). Deze brancheorganisatie van de trustsector overlegt regelmatig met toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Als bestuurder van VIMS lobbyt hij ook in politiek Den Haag. Leijdesdorff geldt als een autoriteit: als journalisten over de trustsector schrijven, bellen ze hém voor een citaat. Als bureau SEO in 2011 onderzoek doet naar de sector, behoort hij tot het handjevol geïnterviewden.

Ondanks de omvang van zijn trustkantoor laat Leijdesdorff zich erop voorstaan dat hij nog altijd persoonlijk betrokken is bij al zijn cliënten. Walking the extra mile, noemt hij dat. Al sinds de oprichting haalt IMFC veel klandizie uit Spaanstalige landen, met name uit Spanje zelf: multinationals, voetbalclubs en ook rijke individuen op zoek naar een fiscaal gunstige route voor hun vermogen.

Op 7 februari 2012 verstuurt voor twee van zijn cliënten een aantal facturen. Een routinehandeling, zo lijkt het. Als directeur van Castelino BV, een van de vele vennootschappen die geregistreerd staan op hetzelfde adres aan de Amsteldijk als IMFC, brengt hij ruim 1,6 miljoen euro in rekening bij het Spaanse bouwconcern Elecnor. Elecnor moet het geld zo snel mogelijk overmaken naar de bankrekening van Castelino bij ABN Amro in Amsterdam. Leijdesdorff laat zijn klanten meteen per mail weten dat hij de facturen verzonden heeft.

Prominente Spaanse politici

De cliënten voor wie Leijdesdorff de transactie uitvoert, zijn Pedro Gómez de la Serna en Gustavo de Arístegui, kopstukken van de conservatieve Partido Popular (PP), de grootste politieke partij van Spanje. Zij zijn vertrouwelingen van de zittende premier, hun partijgenoot Mariano Rajoy. De la Serna is op dat moment lid van het Spaanse Congres, De Arístegui staat op het punt om aan te treden als ambassadeur in India.

Naast hun politieke carrière heeft het duo in de jaren ervoor succesvol gewerkt als lobbyist, onder meer voor bouwconcern Elecnor. Met hun eigen lobbyfirma, Voltar Lassen, hebben ze in Algerije twee grote overheidsopdrachten voor Elecnor binnengesleept, contracten voor in totaal 480 miljoen euro. In het noordwestelijke plaatsje Souk Tleta bouwt Elecnor een ontziltingsfabriek, die 650.000 mensen van drinkwater moet voorzien. In het zuidelijker gelegen Ouargla mag Elecnor een tramlijn aanleggen.

Maar rond het bouwproject in Souk Tleta zijn in de loop van 2011 problemen gerezen. De fabriek had in september 2011 klaar moeten zijn, maar die deadline haalt Elecnor niet, mede doordat de Algerijnse overheid, de opdrachtgever, weinig haast lijkt te maken met het verlenen van vergunningen en het betalen van de rekeningen.

De problemen slepen zich al een tijdje voort als Leijdesdorff begin februari 2012 de 1,6 miljoen euro bij Elecnor in rekening brengt. Uit de facturen, die in bezit zijn van NRC, blijkt niet duidelijk waar het geld precies voor bedoeld is. De facturen verwijzen naar een ‘Agreement dated 15 December 2011’.

José de la Mata, onderzoeksrechter bij de Audencia Nacional in Madrid, vermoedt nu dat het smeergeld was. Ten minste een deel van het geld zou zijn gebruikt om Algerijnse ambtenaren om te kopen, om zo de problemen rond de bouwwerkzaamheden op te lossen. In een aanklacht die De la Mata in januari dit jaar formuleerde, spreekt hij van:

„cashbetalingen aan Algerijnse publieke functionarissen en hun families, in verband met de twee bouwprojecten”.

Het Nederlandse Castelino BV speelde daarbij volgens de onderzoeksrechter een sleutelrol. De vennootschap was volgens De la Mata „een instrument voor het betalen van commissies, met de schijn van een legale commerciële activiteit”. De Spaanse justitie vermoedt dat het geld via Nederland naar een discreet belastingparadijs stroomde, mogelijk de Antillen, waarna het als cash weer opdook in Algerije.

Het onderzoek naar corruptie kwam in december 2015 in Spanje naar buiten. De Spanjaard die bij de twee bouwprojecten optrad als lokale tussenpersoon verklaarde daarop tegenover de krant El Mundo dat zakendoen in Algerije nou eenmaal onmogelijk is zonder „hier en daar wat te smeren”. Media presenteerden het als de zoveelste corruptiezaak rond kopstukken van de regerende PP. De Arístegui trad kort daarop terug als ambassadeur van India. Ook De la Serna legde zijn politieke functies neer. Bij de laatste parlementsverkiezingen, eind juni, was hij niet meer herkiesbaar. Beiden worden op dit moment verdacht van corruptie, omkoping, witwassen en het vormen van een criminele organisatie.

BV blijft buiten overname

Hans Leijdesdorff zet de vennootschap Castelino al een paar maanden voordat hij de door justitie onderzochte facturen verstuurt, op enige afstand van de rest van zijn bedrijf. Bij de Kamer van Koophandel laat hij zijn bedrijf IMFC Management BV op 7 juli 2011 uitschrijven als bestuurder. In plaats daarvan treedt hij als privé-persoon als bestuurder aan, samen met zijn vrouw en een medewerker. Kort daarop maakt Leijdesdorff bekend dat hij IMFC op korte termijn gaat verkopen aan de grotere branchegenoot SGG Group uit Luxemburg.

In de loop van februari 2012 blijkt Leijdesdorff steeds meer in zijn maag te zitten met de geldstromen die via Castelino lopen. Als Elecnor op 17 februari – tien dagen nadat hij de facturen verzond – nog niet betaald heeft, krijgt het bouwconcern een dringende e-mail. Adolfo Suarez, een accountant die zegt op te treden namens Castelino, schrijft dat het uitblijven van betaling „wat spanning creëert bij mijn representanten, die mij met urgentie hebben opgeroepen om in Amsterdam uitleg te komen geven”.

Zorgen over de trustsector

Leijdesdorff zit op dat moment middenin de verkoop van zijn bedrijf aan SGG. Op 28 februari komt de deal definitief rond. Leijdesdorff houdt volgens zijn eigen boeken zeker 8,5 miljoen euro aan de transactie over.

Castelino blijkt volledig buiten de overname te zijn gehouden. Vier dagen ervoor, op 24 februari 2012, heeft Leijdesdorff de vennootschap namelijk verhuisd van het hoofdkantoor aan de Amsteldijk naar een adres in Huizen: zijn privé-adres. „SGG heeft geen relatie met Castelino BV, en heeft deze ook nooit gehad”, zegt SGG-woordvoerder Amélie Zambeaux desgevraagd. „Castelino was geen onderdeel van de aankoop.” Waarom juist deze vennootschap buiten de overname bleef, wil zij niet zeggen.

Toezichthouder DNB zet al jaren vraagtekens bij de integriteit van Nederlandse trustsector. Volgens de Wet toezicht trustkantoren uit 2004 zijn Nederlandse trustkantoren verplicht om bij elke transactie die ze uitvoeren, uitgebreid te onderzoeken wie de uiteindelijke belanghebbende is. Ze moeten nagaan wat de herkomst van het geld is en of hun cliënten zich schuldig maken aan witwassen of andere vormen van fraude.

Maar volgens DNB doen trustkantoren er nog altijd veel te weinig aan om te voorkomen dat ze zich met illegale transacties bezighouden. Afgelopen maart waarschuwde DNB-directeur Willemieke van Gorkum tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer nog dat drie op de vijf trustkantoren „ernstige tekortkomingen” laten zien.

„De minister vindt dat de integriteit van de sector boven iedere twijfel verheven moet zijn. Dat is niet de realiteit.”

IMFC beschikte sinds april 2005 over een trustvergunning, zo blijkt uit het DNB-register. Het kantoor kwam eerder in opspraak: in 2010 bleek een andere dochteronderneming, Sworiba BV, de spil in een fraudezaak rond Telecom Italia. Het grootste telecombedrijf van Italië had via Nederland 2,2 miljard euro witgewassen. Tegenover Het Financieele Dagblad bevestigde Leijdesdorff toen dat het „mogelijk was dat Sworiba bij zijn bedrijf betrokken was geweest”.

En uit de Panama Papers, de gelekte documenten van het Panamese trustkantoor Mossack Fonseca, bleek dit voorjaar dat dochteronderneming IMFC Licensing voetballers van het Spaanse Real Sociedad jarenlang hielp met het ontduiken van belastingen, door een deel van hun inkomsten als ‘imagorechten’ weg te sluizen via Nederland en Panama. In 2011 kregen de betrokken spelers om die reden een naheffing.

DNB wil niet zeggen of IMFC in het verleden ooit op de vingers is getikt. De toezichthouder „doet geen mededelingen over individuele gevallen”, aldus een woordvoerder. Ook brancheclub Holland Quaestor wilde niet reageren. Leijdesdorff is er na 2012 vertrokken als bestuurder en penningmeester.

Sinds de verkoop van zijn bedrijf is Leijdesdorff gepensioneerd. De voormalige voorman van de Nederlandse trustsector verblijft grote delen van het jaar op Curaçao. Hij wil geen vragen beantwoorden. „Ik heb geen behoefte om over wat voor zaken dan ook de publiciteit te zoeken”, laat hij per e-mail weten.

De la Serna en De Arístegui ontkennen de beschuldigingen. Het Spaanse justitie-onderzoek loopt op dit moment. Wanneer de zaak inhoudelijk voor de rechter komt, is nog niet bekend.