‘De professor is blind voor discriminatie’

Studentenprotest

Een Nederlandse hoogleraar in Berlijn vond uit dat discriminatie een minder grote rol speelt bij werkloosheid van moslims. Studenten zijn kwaad op hem.

Koopmans: „Als iemand op de eigen verantwoordelijkheid van migranten wijst, is het huis te klein.” Kaveh Rostamkhani

Totdat studenten hem vorige maand in een pamflet van ‘blindheid’ en ‘ontzaglijke arrogantie’ beschuldigden, had Ruud Koopmans nog nooit kritiek van hen gehoord.

Hoogleraar Koopmans doceert een vijfde van zijn tijd sociologie en migratie aan de Berlijnse Humboldt Universiteit en voor de rest doet hij onderzoek voor het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung. Daar zaten enkele geruchtmakende onderzoeken bij, naar moslims in West-Europa. Hij trok er in 2013 veel aandacht in de media mee.

En op de universiteit. Daar werd speciaal voor Koopmans een spandoek met de tekst ‘Onderzoek zonder vijandbeeld’ opgehangen. De studievereniging, of Fachschaft, plakte overal in de faculteit vlammende pamfletten tegen Koopmans aan en stuurde die naar de pers, die zich vooral „kritisch met zijn uitspraken zouden moeten bezighouden”.

Die „blindheid” gold Koopmans’ relativering van discriminatie als factor voor de achterstand van moslims. Hij zou „wetenschappelijk hoogst twijfelachtige resultaten” publiceren. „Tegelijkertijd benut hij allerlei resultaten voor normatief twijfelachtige aanbevelingen om te handelen en om stemming te maken tegen personen van het moslimgeloof in Duitsland”. Integratie zou hij gelijkstellen met „assimilatie”, „hetgeen in de wetenschap en in de samenleving zeer omstreden is”.

De TAZ, Neues Deutschland en de Frankfurter Allgemeine Zeitung pikten het meteen op. Het gaat om twee onderzoeken van hem en andere wetenschappers. Eén behandelt fundamentalisme onder 6.000 moslims van Turkse en Marokkaanse herkomst in zes Europese landen, waaronder Nederland. Daaruit blijkt dat 45 procent van de Europese moslims fundamentalistisch is, 30 procent in Duitsland.

Het tweede onderzoek relativeert discriminatie van Turkse, Marokkaanse, Joegoslavische en Pakistaanse immigranten op de Europese arbeidsmarkt. Drie variabelen – taalachterstand, interetnische contacten en opvattingen over de rol van mannen en vrouwen – hebben grotere betekenis voor hun achterstand.

Lees ook het volledige interview met Ruud Koopmans: ‘Immigranten moeten assimileren’

In interviews met vooraanstaande Duitse media zei Koopmans dat hij de nieuwe Duitse integratiewet niet ver genoeg vindt gaan. Definitief verblijf in Duitsland moet een beloning zijn voor inspanningen om te integreren. Hij krijgt veel aandacht, want met 1,2 miljoen nieuw gearriveerde vluchtelingen in anderhalf jaar, onder wie veel moslims, komt er een eind aan de Duitse stilte over integratie. Politici discussiëren over een boerkaverbod en over het afnemen van paspoorten van Syriëgangers.

Koopmans moest zich twee keer distantiëren van te verregaande conclusies die Geert Wilders en Frauke Petry van de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland uit zijn onderzoek trokken.

Foto’s Kaveh Rostamkhani

Masterstudent Robert Vief: „Je kunt geen algemene uitspraken doen over een bevolkingsgroep.”. Foto’s Kaveh Rostamkhani

Op die golf van aandacht haakten de Berlijnse studenten in van de Fachschaft, de studentenvakbond. De conclusies van Koopmans zouden volgens hen niet zijn geschraagd door zijn eigen onderzoek. „We wilden laten horen dat er in de faculteit ook andere meningen zijn”, zei masterstudent Robert Vief, een van de gangmakers. „Moslims worden wel degelijk gediscrimineerd”, zegt een eerstejaars student die met een laptop op de versleten divan in Café Affront, het rommelige lokaal van de Fachschaft zit. Zij organiseert evenementen en feesten. Elke dinsdagavond is het open huis in Café Affront. Hier ontstond het initiatief tot het pamflet. De faculteitsraad wil nu een intern debat met studenten. De Fachschaft wil een discussie met meer dan twee deelnemers, toegankelijk voor iedereen, ook de media.

Niet dat zij de meningen van alle 1.571 sociologiestudenten weerspiegelt. De interesse voor studentenpolitiek is in Duitsland even gering als in Nederland. Volgens student Marius Ruhwedel is de Fachschaft „een kleine kring van hooguit 50 studenten met een bepaalde politieke richting. Je vindt er nauwelijks conservatieve standpunten.”

Onder het pamflet staan geen namen. Veel studenten willen anoniem blijven. „Tegenwoordig is het uiten van een mening helaas niet erg carrièrebevorderend”, zo verklaarden vorig jaar de makers van een kritisch blog tegen een andere hoogleraar hun anonimiteit.

Masterstudent Vief strijdt wel met open vizier. Hij heeft sterkere argumenten dan het pamflet. Bijna alle studenten verwijzen naar hem. Hij publiceerde op de Facebookpagina van de Fachschaft en spreekt vrijuit. Maar hij kan de actie niet voortzetten, want hij vertrekt volgende week naar New York om stadssociologie te studeren. Ze wilden Koopmans niet kwetsen, zegt hij, het gaat om een open debat. Als moslims antwoorden dat ze de Koran belangrijker vinden dan de nationale wet, wat zegt dat nou over fundamentalisme? „Ze hadden beter kunnen vragen of ze ook bereid zijn om de wet te schenden ten bate van de Koran.”

Vief vindt de ondervraagde moslims niet representatief en zegt: „Je kunt geen algemene uitspraken doen over een bevolkingsgroep. Of ze goed of slecht zijn, productief, of niet productief, radicaal of niet.” Dan moet hij weg. Nog veel administratie te doen voor zijn vertrek naar New York.