De belangrijkste seconde uit haar leven

Dafne Schippers

Zaterdagnacht loopt Dafne Schippers de 100 meter op de Spelen. De start is haar minste onderdeel. Alles moet kloppen, tot in het kleinste detail.

Dafne Schippers aan de start in de eerste ronde van de 100m sprint op het Olympische atletiektoernooi. Foto Olaf Kraak / ANP

Na één tel had Dafne Schippers vorig jaar in Beijing de wereldtitel op de 100 meter verspeeld. Haar trage start maakte de WK-debutante op slag kansloos tegen Shelly-Ann Fraser-Pryce, het Jamaicaanse startkanon dat wereldkampioene werd. De sprintster en haar coach Bart Bennema begrepen onmiddellijk waarop het accent in aanloop naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro gelegd moest worden: de start.

Op die 100-meterrace in Beijing was in wezen weinig aan te merken. Schippers reageerde met de tweede reactietijd voor haar doen supersnel op het starschot, maar door haar starthouding en vooral haar pasfrequentie op de eerste meter kwam ze op een achterstand die, ondanks haar enorme snelheid op de laatste 40 meter, niet meer goed was te maken. Goud voor Fraser-Pryce in 10,76 seconden, zilver voor Schippers in 10,81. Maar Schippers had het maximale uit haar toenmalige kwaliteiten gehaald.

De sprintster reageerde verrukt, maar Bennema leerde die avond in China dat Schippers het in zich heeft olympisch kampioen op de 100 meter te worden, onder voorwaarde dat ze haar start significant verbetert. Werk aan de winkel dus. De voorbereiding op ‘Rio de Janeiro’ stond vervolgens grotendeels in het teken van de start.

Bennema schakelde bij zijn project hoogwaardige kennis in. De Amerikaan Rana Reider, nu anderhalf jaar trainer van de Atletiekunie, en de Britse biomechanicus Paul Brice. Beiden kenden elkaar van hun periode bij de Britse atletiekbond. Verder maakt Bennema gebruikt van geavanceerde meetapparatuur als een laserpistool en een datameetsysteem.

1308ZAT_DafnegrootVRIJ-p1aq07h6fa154n1p5t1qnd1uct1vdr

Het laserpistool van Laveg, vergelijkbaar met de apparatuur die de politie gebruikt bij snelheidscontroles, leest de snelheid tot in honderdsten van een seconde. Optijump heet het datameetsysteem en bestaat uit twee balken aan weerszijden van de baan waarmee via infrarood sensoren precies de contacten met de grond, de paslengte en ook de snelheid worden gemeten. Met die paramaters is Schippers’ start verder ontleed en gedetailleerd aangepast.

Maar de start van een sprintster begint vanzelfsprekend bij het startblok. Die heb je in diverse maten en soorten. Bij de één kun je met de complete voet afzetten, bij de ander steekt de hak boven het blok uit. Lange tijd was onbekend welke type startblok op de Spelen gebruikt zou worden, waarna de Atletiekunie besloot van alle drie merken een exemplaar aan te schaffen. Het startblok zal Schippers niet kunnen verrassen.

Dan de starthouding, van eminent belang voor de passnelheid op de eerste meter. Schippers heeft van nature een wat stijve, bolle rug. Dat leidt tot een verkeerde spanning. Voor een soepele start moet Schippers haar rug juist ontspannen. Een aandachtspuntje.

Hakken niet te hoog optillen

Via het datameetsysteem heeft Schippers geleerd dat ze bij de start haar hakken niet te hoog mag optillen. De sprintster moest daarmee een natuurlijke houding afleren. Te hoog opgetrokken benen remmen de snelheid op de eerste meter. Het is van belang de voeten laag bij de grond te houden om tit tik, kort de bodem te raken. Een analyse van de start op de WK in Beijing leerde coach Bennema dat Schippers vanuit het startblok pas als vijfde haar eerste contact met de grond had. Op dat moment lag ze al in verloren positie.

Eenmaal gestart is de pasfrequentie en de paslengte van bepalend belang om snelheid te ontwikkelen. Die moeten met elkaar in verhouding zijn. De eerste drie passen zijn bepalend voor een snelle start. Evenals de houding van het lichaam. Dat moet niet omhoog maar naar voren geduwd worden. Op die manier gebruikt ze het zwaartepunt van het lichaam om op snelheid te komen. Evenzeer een tegennatuurlijke beweging, waaraan Schippers erg moest wennen. Het kostte haar de nodige moeite die macht der gewoonte uit haar start te verbannen.

Zaterdagnacht wacht de finale van de 100 meter, mits Schippers vrijdagnacht de voorronde ongeschonden doorkwam. Na bijna een jaar schaven en slijpen kan ze haar verbeterde start automatisch uitvoeren. In het vervolg van de race ligt haar kracht. Eenmaal op snelheid kan ze dankzij haar ontspannen looptechniek en haar holle voeten, die een kort maar krachtig contact met de baan garanderen, de gewenste 48 passen naar, wie weet, olympisch goud op de 100 meter maken. Maar dan moet Schippers alles wat ze geleerd heeft feilloos in praktijk brengen, tot in het kleinste detail. Aan haar voorbereiding heeft het niet gelegen.

Interview Shelly-Ann Fraser-Pryce E22