Jongeren blijven weg uit Renesse nu ze niet meer mogen drinken

Kusttoerisme

Moeizaam vindt het Zeeuwse dorp Renesse zichzelf opnieuw uit. De tolerantie voor zuipende pubers is gedaald, soms tot woede van hun ouders.

Het Zeeuwse dorp Renesse. Foto David van Dam

Een alcoholvrije tequila is gewoon een shotglaasje gevuld met water. Soms nemen ze het zo: lijntje zout opsnuiven, water snel achterover tikken, spuitje citroen in het oog. „Suicide tequila noemen ze dat officieel. Nul procent.” Jeroen Giele (37), bedrijfsleider van drie populaire discotheken in Renesse, heeft het zelf zien gebeuren. „We schenken ook wel eens een slammer cola, dat is net zo bruin als Fireman [een droplikeurtje].” Een deel van het gezelschap lacht om het tienerverlangen naar volwassenheid. Giele wacht tot de gemoederen zijn bedaard. „Ze willen erbij horen.” Maar aan een miniglaasje kraanwater of frisdrank verdien je helemaal niets.

Een afvaardiging van de gemeente Schouwen-Duiveland is bij Giele op discobezoek. Burgemeester Gerard Rabelink en de handhaver toezicht en veiligheid delen een houten bank op het verder lege terras van feestcafé De Zoom, de bedrijfsleider zit tegenover hen.

Giele heeft hen uitgenodigd om te laten zien wat er allemaal is veranderd sinds drie jaar geleden de alcoholwet werd aangescherpt en 16- en 17-jarigen geen drank meer mogen kopen. Hij heeft een zwaarwegend belang: de laatste maanden zeggen controleurs in zijn clubs Four en Pinky minderjarigen met alcohol te hebben betrapt. Hij kreeg al een boete van ruim 1.300 euro. Eerder deze maand is een tweede overtreding geconstateerd.

Volgens Giele is de drank in beide gevallen „doorgegeven” door achttienjarigen die zelf wel mogen kopen. Er zijn gevallen bekend waarin drie boetes sluiting van een zaak betekenden, maar hoe dat in Renesse zal gaan weet niemand. „Als je álles aan preventie doet, waarom zou je dan gestraft worden?”

De nieuwe alcoholwet brengt meer problemen met zich mee. Veel jongeren blijven weg uit Renesse. Nog steeds overspoelen toeristen het Zeeuwse dorp met 75.000 per jaar, maar hun samenstelling is veranderd. Alle ondernemers merken het. De mevrouw met het kraampje plastic zonnebrillen verkoopt minder („volwassenen hebben een dure waar ze jaren mee doen”). Een taxibaas heeft nog twee auto’s rijden, dat waren er negen. De drankwinkel verkoopt minder bier en meer luxealcohol, zoals gin. In de zaken van Giele was het van de ene op de andere dag half zo druk. Club Four gaat na de zomer dicht. Het pand is verkocht, er komt een Italiaans restaurant in. „We gaan ons helemaal focussen op Pinky en Zoom.”

1308ZATrenesse_1

David van Dam

David van Dam

Met pek en veren het dorp uit

In de jaren zestig moest het arme Renesse érgens geld vandaan halen. Er werd ingezet op toerisme. Eerst kamperen op veldjes bij de boeren, later werden de behoeften van toestromende jongeren gecaterd met nieuwe horeca. „Renesse werd ontdekt door de Randstad”, zegt Anton Krijnse Locker. De geboren Renessenaar speelde erop in met drankwinkel The World of Drinks. In de jaren tachtig is het volgens hem „echt uit de klauwen gelopen”.

Je ziet de sporen uit die tijd nog op straat, zegt hij. „Alleen maar beton en geen groen. Straatmeubilair is weggehaald omdat het ’s nachts werd gesloopt.” De ramen van zijn zaak werden zowat wekelijks ingegooid. Eind jaren tachtig werd het beleid heel streng. „Mensen die zich misdroegen werden met pek en veren het dorp uit gesmeten.”

Maar burgemeester Rabelink, die aantrad in 2009, vond het nog altijd pijnlijk, dat gezuip op straat. Buurtbewoners die wakker lagen van het drinkgelag. Renesse zet nu vol in op „handhaving van de veiligheid”. Als het donker wordt wandelt het „SUS-team” langs de clubs en terrassen, vier mensen in gele hesjes. Ze praten met beschonken jongeren en zorgen dat op straat niet wordt gedronken. Elke nacht zijn er twaalf agenten op het dorp. Je kunt ze niet missen: de meeste horecagelegenheden liggen op schreeuwafstand van elkaar. De alcoholwet gaf de omwenteling in Renesse de beslissende zet.

Toen Rabelink hoorde over de zomerzuipfilm Renesse, waarin het plaatsje een „hedonistisch fuckdorp” wordt genoemd was hij teleurgesteld, vertelt hij in brasserie La Vie in het dorpscentrum. „We werken al jaren aan een beter imago. Dít is ook Renesse”, zegt hij en gebaart om zich heen in de lunchzaak met schrootjes tegen de wanden. Laatst was de Zeeuwse band Bløf er aan het eten. Renesse is bezig met „een kwaliteitsimpuls”, beschreven in „masterplan Renesse”.

Op straat zal Rabelink later de bewegwijzering laten zien. Op drie bordjes, allemaal met de pijl naar een andere kant, staat „strand”. Er wordt gewerkt aan een duidelijke ‘loper’ richting de zee. Ze zijn in Renesse volgens de burgemeester opzoek naar „kwalitatief toerisme”. Dat kan van alles betekenen, maar jongeren zijn geen prioriteit.

Schuimfeest

Renesse kraakt en zucht onder de veranderingen. De burgemeester en zijn handhaver zijn alweer uren weg als Jeroen Giele De Zoom klaarmaakt voor de nacht. Zoon Delano poetst de spiegels aan de wanden van de dansvloer. Het ruikt naar bier en sop, gisteren was er een schuimfeest. „Renesse heeft alles aan de jeugd te danken”, zegt Giele. „Die heeft het dorp welvaart gegeven.”

De nieuwe alcoholwet zet die welvaart op het spel. Giele: „Die wet is een grote kuil waar we in Renesse allemaal in gaan vallen.” Het beleid van de gemeente versterkt dat nog eens, vindt hij. „Soms lijkt het alsof we in Renesse het braafste jongetje van de klas moeten zijn.”

Renesse heeft volgens de burgemeester het hoogste aantal doorverwijzingen naar stichting Halt, dat jeugdcriminaliteit bestraft, van heel Nederland. Dat komt onder meer door het lik-op-stukbeleid dat in Renesse wordt gevoerd, verklaart Halt. Openbare dronkenschap wordt bijvoorbeeld bijna nooit door de vingers gezien. Giele denkt dat de ‘kwaliteitsimpuls’ die de burgemeester Renesse wil geven, nadelig kan uitpakken voor clubs.

De bedrijfsleider zit in een leren stoel in zijn kantoor. Benen over elkaar, twee vingers op zijn mond. Op zijn achttiende verhuisde hij van Rotterdam naar Renesse. Het landschap trok hem aan, hij ging er zelf ook met vakantie. Sindsdien verdient hij vooral aan toeristen, net als een groot deel van de 1.400 inwoners van het dorp. Giele werkte in een patatzaak, als hovenier, als nachtportier en sinds een jaar of tien doet hij dit werk. Hij draagt een zwart T-shirt met een Heineken-logo. Op zijn kale hoofd leunt een zonnebril van Bacardi.

Zelf heeft hij nog nooit een druppel gedronken. „Ik heb vervelende dingen gezien toen ik jong was.” Hij accepteert dat mensen drank nodig hebben, maar begrijpt het niet volledig. „Ze gaan meer praten en voelen zich vrijer.” Hij noemt drank een „levensmiddel”.

Bij al zijn bedenkingen moet hij toegeven dat het strengere beleid en de alcoholwet zijn werk en de horeca óók prettiger hebben gemaakt. Doordat ondernemers en politie nauwer samenwerken – hij zit in een appgroep met de hoofdagent – kun je overtreders beter aanpakken. En al komen er minder jongeren naar het kustdorp, ze laten zich echt niet allemáál afschrikken. „We hebben genoeg klandizie om het nog lang goed te laten gaan. Er moet toch een plek blijven waar jonge mensen zich kunnen vermaken.”

David van Dam

David van Dam

Boze vader aan de deur

Het alcoholverbod heeft wel een grote invloed gehad op zijn werk. „Alles draait nu om handhaving.” Hij pakt er een emmertje bij met polsbandjes in neonkleuren. Groen, oranje, geel. Wie een bandje draagt, is achttien en mag alcohol kopen. „Iedere dag een andere, zodat ze zich niet kunnen voorbereiden.” Hij graait in het emmertje. „Vislijm. Ducttape. Pleisters. Aan elkaar gesmolten.” Afgepakt van minderjarige gasten die toch wilden drinken.

„Dit noemen we onder elkaar de pisvlekkenlijst.” Giele klapt een witte ordner open en haalt er vellen met fotootjes uit. Jongens – er zit niet één meisje bij – die de club niet meer in mogen omdat ze zich hebben misdragen. „Rodekaartensysteem, heet het netter gezegd.”

Sinds de alcoholwet houdt Giele ook andere lijstjes bij. Hij is dit jaar precies 45 keer door ouders „bedreigd”. Die kwamen langs om verhaal te halen: waarom hun zoon bij de disco was geweigerd (jonger dan zestien). Of waarom hun dochter naar huis was gestuurd terwijl ze al binnen was (dronken). „Vorige maand had ik een boze vader aan de deur. Die had drie uur gewerkt aan de neppe ID-kaart van zijn zoon, en ik had ’m eruit gehaald.” Dit jaar zag hij al minstens honderd valse ID-kaarten, in 2015 telde Giele er 243. Hij ontdekt het vaak door de lengte. Hebben ze hun eigen foto geshopt op een pasje van iemand die veel ouder en langer is.

In zijn ordner noteert Giele aantallen met streepjes in sets van vijf, zoals een gevangene die zijn dagen aftelt. Hij gaat met zijn vinger over het papier. „Uitzetting wegens alcohol. Ruim honderd keer.” ‘Alcoholbommetjes’ noemt hij bezoekers die in hun tent of hotelkamer al flink hebben ingedronken. „Die komen binnen, lekker warm, lekker klotsen, het lontje gaat aan en boem, ze zakken in elkaar.” Als er dan een controleur komt, moet Giele bewijzen dat ze zich niet binnen klem hebben gezopen.

Hij bladert nog eens door zijn map, leest voor uit excuusbrieven die jongeren hem van Halt moeten sturen. „Eerst moesten ze allemaal bij me op bezoek komen, maar dat werd bijna een dagtaak.”

Giele kan gefrustreerd klinken als hij praat over de manier waarop zijn werk de laatste jaren veranderd is. „De alcoholwet sloopt heel Nederland”, zegt hij dan bijvoorbeeld. Maar aan stoppen met zijn werk wil hij echt niet denken. Hij pakt zijn telefoon uit zijn zak om foto’s van de afgelopen schuimparty te laten zien. Die is er sinds een paar jaar wekelijks en verkoopt vaak uit. „Mooi toch? Alleen de deur openzetten is niet meer genoeg. Maar als je de mensen een belevenis biedt, dan komen ze. ”