’32 teruggeroepen Turkse diplomaten op de vlucht’

In totaal riep Turkije 208 diplomaten terug na de mislukte staatsgreep, onder wie vijf uit Nederland.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu op archiefbeeld. Foto Aamir Qureshi / AFP

Van de 208 diplomaten die Turkije heeft teruggeroepen in de nasleep van de mislukte couppoging, hebben er 32 zich nog niet gemeld. Dat heeft de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu vrijdag gezegd, meldt persbureau Reuters.

Afgelopen week werd bekend dat Turkije wil dat ook vijf diplomaten van de ambassade in Den Haag zich melden in Ankara. Volgens de Turkse ambassadeur in Nederland gaat het om “hooggeplaatste stafmedewerkers. Getalenteerde mensen met wie ik uitstekend heb samengewerkt”, zo zei hij in een interview met het AD. Of zij zich onder de 32 nu nog gezochte diplomaten bevinden, is niet bekendgemaakt.

Donderdag maakte Cavusoglu bekend dat twee militaire attachés uit Griekenland naar Italië zijn gevlucht. Een andere diplomaat probeerde tevergeefs van Koeweit naar Saoedi-Arabië te ontkomen.

Hakan Şükür

Cavosoglu zei op een persconferentie ook dat hij “positieve signalen” vanuit de VS heeft ontvangen op het uitleveringsverzoek van Fethullah Gülen, de geestelijke die volgens de Turkse regering achter de couppoging zit. Gülen woont in zelfverkozen ballingschap in Pennsylvania. Duizenden van zijn vermeende aanhangers zijn door Turkije uit het staatsapparaat gezuiverd.

Vrijdag werd ook bekend dat Turkije een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd voor de Turkse voetballegende Hakan Şükür. Şükür zat in het parlement namens de AK-partij van president Erdogan, maar stapte in 2013 op nadat Erdogan in conflict raakte met Gülen. De voetballer is een aanhanger van Gülen. Nu wordt hij verdacht van lidmaatschap van wat Turkije de Fethullistische Terroristische Organisatie (FETÖ) noemt. Eerder werd Şükür al aangeklaagd wegens belediging van Erdogan.

HDP

Turkse aanklagers hebben vrijdag laten weten vijf jaar cel te eisen tegen partijleider Selahattin Demirtas van de pro-Koerdische oppositiepartij HDP. Hij wordt verdacht van het verspreiden van “propaganda van een terroristische groepering”.

De aanklacht komt niet onverwacht. In mei nam het Turkse parlement een zeer omstreden grondwetswijziging aan, waardoor parlementariërs hun onschendbaarheid verloren. Daardoor worden uitsluitend oppositiepolitici worden getroffen. Justitie zou politici kunnen vervolgen tegen wie het parlement een onderzoek heeft ingesteld. Dat gold toen al voor 50 van de 59 leden van HDP.

Lees ook dit stuk over de omstreden wetswijziging

De wet zou volgens critici bedoeld zijn om het parlement te zuiveren van oppositie. Erdogan ziet de HDP als een verlengstuk van de Koerdische PKK, die gewapend strijdt voor een onafhankelijk Koerdistan.