Yuri in korte broek is de rebel die we nodig hebben

Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: turner Yuri van Gelder gespot langs de A2.

Foto ANP/ Erik W. Dijkstra

Yuri van Gelder (1983) staat in gympies op een parkeerplaats van een tankstation langs de A2. Eerder die dag is hij op Schiphol geland vanuit Rio, maar hij heeft de pers ontlopen. Later die dag zal het achtuurjournaal de eerste acht minuten wijden aan zijn drama. Zelfs Johan Cruijff kreeg toen-ie stierf niet zoveel zendtijd.

Yuri heeft net 10 jaar van zijn leven verknald. De turner (1m60) lijkt extra klein door z'n korte broek, in de schaduw van twee net geklede mannen. Maar op de foto, genomen door een toevallige passant, oogt hij ook laconiek, als een terugkerende vakantieganger die bij Hazeldonk nog efkes een frietje wil halen, die zijn schouders ophaalt over een stomme snelheidsboete onderweg. Handen in de zakken van zijn korte broek.

Foto’s van topsporters in hun eigen kleren zijn schaars. Topsporters mogen namelijk niet zelf kiezen wat ze dragen. Vanaf negen dagen vóór de Spelen tot en met de hele dag van terugkeer moeten ze de officiële kleren dragen. Wil de topsporter eigen kleren dragen, dan moet hij een schriftelijk verzoek indienen voor Ontheffing van het Kledingprotocol, bij de afdeling Marketing & Commercie. Ik heb het nagelezen in de Overeenkomst Topsporter van de NOC*NSF.

Een ontluisterend contract. Onze helden moeten hun autonomie volledig inleveren. Er staat heel precies met wie de sporter mag praten en wanneer. Waar hij moet zijn. De topsporter is opgesloten op het terrein, maar moet juist binnen 48 uur het dorp uit als hij is uitgeschakeld.

De topsporter heeft een ‘Awareness App’ waarop de organisatie zijn locatie kan volgen. Hij staat zijn portretrecht af aan TeamNL, zoals de vaderlandse ploeg tegenwoordig heet, met een Engelse merknaam, bedacht om de marketingrechten beter uit te venten.

Het is de NOC*NSF-sharia. Lees ze en je snapt waarom iemand het op een zuipen wil zetten. Over bier drinken zwijgen de regels dan weer. Yuri zal wel geen verzoekschrift hebben ingediend voor zijn korte broek. Hij dacht: krijg de schijt. Op de foto zien we een ontsnapte lijfeigene.

‘HART ONDER DE RIEM’, kopte De Telegraaf. Zelfs het NRC-commentaar bood een juridisch steuntje in de rug. Veel columnisten namen het voor hem op. Heel Nederland leek Team Yuri. Handen af van onze topzware turnkabouter. Opvallend, voor iemand die zich misdroeg.

Maar ik denk dat veel mensen zijn stress herkennen uit het gewone leven. Ook daar is de topsportmentaliteit doorgesijpeld. De vermoeiende taal van excelleren en presteren. Ook verplegers, wetenschappers en vrachtwagenchauffeurs hebben te maken met kleinerende protocollen. Worden continue gemonitord. Zelden in de geschiedenis van de mensheid werden werkprestaties zo minutieus geboekstaafd.

De Olympische Spelen zijn het feest van de perfectionistische prestatiemaatschappij. Met een controlfreak als chef de mission. Dat mantra van altijd maar het beste uit jezelf moeten peuren is doodvermoeiend. Er zullen meer mensen dromen om dronken op het werk te verschijnen.

Yuri is eens naar een afkickkliniek geweest voor cocaïne. Wellicht heeft hij een drankprobleem. Geen goed voorbeeld voor de jeugd, nee. Maar topsport zelf is dat al helemaal niet. In feite zijn alle topsporters verslaafden. Topsport zelf is de heroïne. Wie wil winnen, wie echt goed wil zijn, moet oogkleppen opdoen, heeft geen sociaal leven, moet een egomane junk worden die niet eens plezier meer heeft in het spel. Tenminste, dat zeggen (ex-)sporters zelf vaak, laatst nog in een ontluisterend interview in HP/ De Tijd. Oud-wielrenner Michael Boogerd: ‘Alleen als het lukt, is het leuk.’

Ik geloof ze. Als je sporters ziet bijten in een gouden plak, denk dan aan de verslaafde die zijn shot heeft. Vreugde als strovuur. Medailles kosten mensenlevens. Mijn grootste sportheld was daarom altijd bobsleeër Edwin van Calker, die in Vancouver weigerde te starten, omdat de baan te gevaarlijk was (er was net iemand op doodgegaan). Nee zeggen tegen de machine, tegen je vrienden, sponsors, media — zoiets vergt grootse autonomie. Hij kreeg de hoon over zich, maar won een leven. Het gaat hem nu naar verluidt uitstekend. Het mooist zijn de medailles die je niet haalt.

Yuri van Gelder zei hooguit ‘ja’ tegen een biertje. Maar daarmee ook ‘nee’ tegen het enkelbandjesdenken van de NOC*NSF.

Vandaag dient het kort geding dat hij heeft aangespannen. Hij wil alsnog naar de finale. Begrijpelijk, maar tragisch: de verslaafde bedelt weer bij zijn dopedealer. Ik hoop dat hij kapt met topsport. Je bent een uitstekend rolmodel als je zegt: ik kies voortaan mijn eigen kleren.