Baz Luhrmann over zijn eerste tv-serie, The Get Down

Interview De regisseur van ‘Moulin Rouge!’ maakte een serie over hiphop in de jaren zeventig in The Bronx. Kosten: 120 miljoen.

The Bronx in 1977. In het midden graffiti-artiest Marcus 'Dizzee' Kipling (Jaden Smith) Netflix

Het woord ‘pensioen’ valt al na tien minuten. Regisseur Baz Luhrmann, bekend van films als Moulin Rouge! en The Great Gatsby, maakt een grapje. Maar de manier waarop hij het zegt, het kleine lachje dat volgt, spreekt boekdelen. De man is moe.

Waar bij een eerder bezoek eind vorig jaar aan de filmset van zijn nieuwe Netflix-serie The Get Down een stuiterbal aan energie en inspiratie was, praat de Australiër nu trager, bedachtzamer. „Het is een van de meest uitputtende dingen die ik ooit heb gedaan”, zegt hij over zijn eerste uitstapje naar televisie. „Als ik een film maak, broed ik een tijd op het idee, dan komt er een tekst, film ik het en rond ik het af. Meestal is dit het stadium waarin ik met aardige mensen zit en, als een soort therapiesessie, praat over hoe ik er levend ben uitgekomen. Daarna omhels ik mijn kinderen en verdwijn ik weer een paar jaar van de radar.”

„Maar nu… Terwijl ik hier zit, wordt er in het kantoor hiernaast gewerkt. Het betekent dat er opnieuw een blanco pagina is die gevuld moet worden met een aflevering. Je bent nooit klaar.”

Het was nooit de bedoeling dat Luhrmann zo betrokken zou zijn bij zijn eerste tv-serie. De visueel spectaculaire, muziekgedreven show over de opkomst van hiphop in de haast failliete wijk The Bronx in het New York van de jaren zeventig, had in de regisseur een ‘oom’ moeten hebben. Iemand die mensen verbindt en inspiratie geeft. In plaats daarvan was Luhrmann betrokken bij ieder facet van de productie, die tweeënhalf jaar duurde en volgens vakblad Variety meerdere showrunners én schrijvers versleet.

De twaalf afleveringen van het eerste seizoen, waarvan de eerste zes vrijdag beschikbaar zijn, gingen met de onervaren tv-maker aan het roer ver over het originele budget van 7,5 miljoen dollar per aflevering. En met een geschatte som van 120 miljoen dollar ná de belastingaftrekposten die de staat New York biedt, is The Get Down de duurste Netflix-serie tot op heden. Ter vergelijking: het laatste, tien afleveringen tellende seizoen van Game of Thrones van concurrent HBO, kostte 100 miljoen dollar.

Televisieserie The Get Down is niet het enige jaren zeventig muziekdrama dat dit jaar verschijnt. HBO’s serie Vinyl, dat in februari begon, werd onlangs na één seizoen al afgeblazen wegens tegenvallende kijkcijfers.

Toch maakt Luhrmann zich geen zorgen over het succes van zijn serie. Zijn medeproducenten en hij besloten al in een vroeg stadium dat het verhaal van The Get Down verteld moest worden vanuit de jeugd die hiphop in de jaren zeventig uitvond. De jongens en meisjes die op schoolpleinen, in jeugdhonken en op basketbalveldjes voor het eerst de beats en ritmes van de discoplaten van hun vaders gebruikten en er hun teksten overheen rapten. „Wij gokken op de jeugd”, zegt Luhrmann. Dus zijn er jonge, onbekende acteurs gevonden. Tremaine Brown Jr. was 14 jaar oud toen hij dansend werd ontdekt op een metroplatform in The Bronx. Shameik Moore is volgens Luhrmann het grootste fysieke talent waar hij ooit mee heeft gewerkt („op Michael Jackson na”). Een van de weinige castleden die al enige bekendheid genoot voor de show, is Jaden Smith, zoon van acteur Will Smith. Het is een wezenlijk verschil met Vinyl, dat grote namen als Bobby Cannavale en Olivia Wilde in de hoofdrol castte.

Niet alleen leverde deze aanpak volgens de regisseur de ontdekking van een aantal getalenteerde nieuwe gezichten op, de serie spreekt nu zowel de millennials aan als ‘oude bokken’ die de periode zelf hebben meegemaakt.

Daarnaast, zegt regisseur Luhrmann, zijn het misschien juist de jongeren naar wie we op dit moment moeten luisteren. Net als toen. „In onze serie heb je een politicus die de oorzaak van alle problemen legt bij één groep mensen. Hij wil nog net geen muur bouwen, maar het komt overeen. Als reactie op deze man zegt onze hoofdrolspeler ‘young people are not the problem, we’re the solution’. En ik denk, ik hoop, dat dit vandaag de dag ook weer waar is.”