Proppen

De huisarts sloot niet uit dat mijn slokdarmklachten erfelijk zijn, maar het kon ook zijn dat het aan mijn eetgewoonten lag. Ik dacht er meteen bij dat dat ook erfelijk was. Zelfs het kerstdiner was bij ons in Velp binnen tien minuten op. We begonnen meteen te scheppen en staarden daarna voor de vorm nog een tijdje naar de leeggeschraapte schalen. Pas toen mijn zus en ik wel eens een vreemde inbrachten, ontdekten we dat het er bij ons anders aan toe ging dan bij de andere mensen.

De vriendin zei me na haar eerste keer dat ze nog nooit zoiets had gezien. Ze was nog maar net begonnen met het voorzichtig snijden in haar sla – mijn moeder kookt de laatste jaren regelmatig koude schotel, een gerecht dat niet kan aanbranden – of mijn broer schoof zijn bord al van zich af.

„Op”, zei hij, waarna hij op stond om buiten onder het afdakje de spanning van het samenzijn van zich af te roken.

Nog een geluk dat ze mijn vader niet had meegemaakt. Die woog na de oorlog nog 47 kilo en moest het vet op de botten er daarna weer bij eten in een gezin met veertien kinderen. Die zag mes en vork als wapens om het eigen bord te beschermen. „Eet het dan maar snel op”, zei hij dreigend als we dan een keer vonden dat mijn moeder lekker had gekookt.

Mijn moeder vond dat normaal gedrag. Ze kwam uit een Brabants boerengezin, waar ze alles met de achterkant van de vork fijn prakten om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn omdat er altijd koeien konden gaan kalveren of acuut hooi moest worden binnen gehaald.

Na begrafenissen zag ik al die ooms en tantes van me zich altijd als sprinkhanen op de broodjes storten. Ik had het schrokken dus niet van een vreemde, wat volgens de vriendin niet betekende dat die eigenschap ook moest worden doorgegeven.

Laatst voerde mijn moeder onze dochter eten alsof het een gansje was dat moest worden geprepareerd om er foie gras uit te kunnen oogsten. Het lepeltje ging razendsnel van het bakje naar het mondje, waar ze de nog onverteerde voedselbal aanduwde. Ik zag het gezicht van de vriendin al betrekken en gaf mijn moeder een spreekwoordelijke tik op de vingers, hoewel het bij een tachtiger met een gehoorapparaat dan altijd nog een paar lepels duurt voordat de boodschap aankomt.

Ik knikte bemoedigend naar de vriendin, ze kon gerust zijn: die rare eetgewoonten stopten bij de volgende generatie. Daarna propte ik er bij mezelf heel tevreden drie boterhammen in.

Marcel van Roosmalen