Nesty, voorbeeld van een karige sportnatie

Suriname

Suriname heeft genoeg talent, maar ontbeert de juiste faciliteiten. „Het doet me pijn dat er nog geen goede infrastructuur is.”

Surinaamse sporters dragen de vlag van hun land tijdens de openingsceremonie in Rio. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Anthony Nesty (48) herinnert het zich nog alsof het gisteren was. De twintigduizend gillende mensen bij de luchthaven Zanderij toen hij uit het vliegtuig stapte. De tocht naar Paramaribo, al die mensen die zwaaiden met Surinaamse vlaggetjes. „Het was een overweldigende emotie, en het staat voor altijd in mijn geheugen gegrift”, vertelt hij in het olympisch park in Rio de Janeiro.

A good swim

De Surinaamse olympisch zwemkampioen blikt terug op de Olympische Spelen in Seoul in 1988, toen hij in 53 seconden goud won op de 100 meter vlinderslag. Compleet onverwacht, uit het niets, was daar vlak voor de finish ineens de Surinaamse zwemmer die de rand van het zwembad net een fractie sneller aantikte dan de Amerikaanse favoriet Matt Biondi. „It was a good swim”, zei de bescheiden Nesty na de wedstrijd tegen de wereldpers.

Beelden van de gouden race van Nesty:

Beloftes van Bouterse

Suriname stond ineens op de wereldkaart en Nesty werd na de euforische ontvangst overstelpt met beloftes van de toenmalige legerleider Desi Bouterse: hij zou een huis, een stuk grond en nog veel meer krijgen. Dat kwam er allemaal niet, wel werd er een sporthal naar hem vernoemd en een vliegtuig dat in 1989 neerstortte.

Nesty: „Het is natuurlijk teleurstellend dat beloftes niet zijn nagekomen, maar ik heb het naast me neergelegd. Ik kom nog regelmatig in Suriname om zwemclinics te geven. Er is veel talent, het doet me alleen pijn om te zien dat er nog steeds geen goede infrastructuur is voor topsport. Een olympisch bad bijvoorbeeld, was er in mijn tijd niet, en nog steeds niet. Het 50-meterbad dat er is heeft zes banen, geen acht zoals een olympisch bad hoort te hebben. En de kwaliteit van het water laat vaak te wensen over.”

Traint nu jong zwemtalent

Bij de Spelen in Rio de Janeiro is Nesty, die in de Verenigde Staten als zwemcoach werkt, aanwezig als een van de trainers van Renzo Tjon a Joe (21), een jong zwemtalent in Suriname. Tjon a Joe zwom donderdag zijn eerste Olympische wedstrijd, de 50 meter vrije slag, maar ging net niet door naar de halve finale. „Ik heb er gemengde gevoelens over, natuurlijk ben ik teleurgesteld, maar ook gedreven om nu extra fanatiek te gaan trainen voor [de Spelen in] Tokio”, zei Tjon a Joe na de wedstrijd. Nesty herkent veel van zichzelf in zijn jonge pupil. „Hij heeft dezelfde gedrevenheid. Het is een sterke zwemmer. In Tokio zal hij nog krachtiger zijn.”

Zes Surinaamse sporters in Rio

Topsporters in Suriname zoals Renzo lopen al snel tegen het plafond, om zich verder te ontwikkelen moeten ze naar het buitenland: geld, middelen en begeleiding in Suriname zijn beperkt. Dat erkent ook Oscar Brandon, commissaris van het Surinaams Olympisch Comité (SOC). In Rio is hij delegatieleider van het Surinaamse team dat bestaat uit zes sporters. „Suriname is nog niet in staat om echt topsporters te trainen. Er komt een moment waarop ze naar het buitenland moeten. Om tussen andere topsporters te trainen, meer te worden uitgedaagd en om onder professionele begeleiding te trainen”, zegt Brandon.

Jamaica als voorbeeld

Na het goud van Nesty werd zwemmen populair, en hoewel Suriname op regionaal niveau goed meekomt, blijven visie en geld volgens hem de grootste obstakels om de sport verder te ontwikkelen. „Het moet een totaalpakket zijn waarbij de overheid, de sportbonden en scholen goed op elkaar zijn afgestemd. Op veel scholen in Suriname zit gymnastiek nog niet eens in het basispakket, terwijl het daar moet beginnen”, aldus Brandon.

Goed voorbeeld is Jamaica, waar professionele faciliteiten zijn gecreëerd waardoor topatleet Usain Bolt in eigen land kan trainen, en daarvoor bijvoorbeeld niet naar de Verenigde Staten hoeft.

De crisis helpt ook niet

In Jamaica wordt in het basisonderwijs al geïnvesteerd in atletiek. De huidige economische crisis in Suriname, met een inflatie van 60 procent, doet de sport ook geen goed. Brandon: „Bedrijven zijn minder bereid om te investeren in de sportbonden, en voor topsporters wordt het moeilijker om aan buitenlandse competities mee te doen, er is geen geld. In aanloop naar Tokio staan we voor enorme uitdagingen.” Anthony Nesty kijkt er naar uit om zijn Surinaamse leerling te helpen aan een medaille. Renzo’s vader, Stuart Tjon a Joe, gelooft daar heilig in: „Mijn zoon wordt de nieuwe Anthony Nesty.”