Kijken naar de strenge man in de spiegel

Selfies

Met houtskool en schoenpoets maakte de 81-jarige Jim Dine talloze zelfportretten, nu te zien in Wenen. Hem leer je niet kennen, zijn techniek wel.

Zelfportret van Jim Dine: On Ardmore Ave, uit 2009. Beeld Albertina, Wenen

Selfies hebben vaak iets exhibitionistisch. Maar niet die van Jim Dine. Van de 232 zelfportretten die de nu 81-jarige Amerikaanse kunstenaar onlangs aan het Albertina-museum in Wenen schonk, zijn er nu zestig tentoongesteld. En het verrassende is dat je na afloop helemaal niets méér over de man weet dan bij het begin.

De zelfportretten, die Dine maakte door in de spiegel te kijken, tonen (met één uitzondering) eigenlijk alleen zijn hoofd. Hij kijkt serieus, enigszins streng, maar verder zonder enige expressie. Hij lacht niet, trekt zijn wenkbrauwen niet op en houdt zijn hoofd steeds redelijk recht. Het enige aan hem dat telkens anders is, is zijn leeftijd: wat hier hangt, is in de loop van een halve eeuw gemaakt – sinds midden jaren vijftig. Aan het eind is hij iets kaler dan aan het begin, heeft hij meer rimpels en is de baard die hij meestal heeft witter en langer. Soms heeft hij zijn ogen dicht, soms open.

Maar hoeveel je er ook ziet, deze portretten onthullen werkelijk niets over de man. En dat was ook precies de bedoeling. Het effect is verrassend: als je door alle zalen heen bent gelopen, denk je nauwelijks aan hem, maar des te meer aan alle technieken en materialen die hij gebruikt. En hoe virtuoos hij dat doet.

Spiegelbeeld

Dine gebruikt alle materialen die je maar kunt bedenken: vetkrijt, olieverf, acryl, houtskool, lak, zelfs schoenpoets. Hij gebruikt vooral papier, maar ook canvas en iets dat lijkt op tweed. Er zitten een paar foto’s bij – het enige onderdeel dat enigszins detoneert, omdat ze ook een arm of vaasje tonen – en magnifieke litho’s. Toen hem eens werd gevraagd waarom hij dit soort portretten maakt, zei Dine: „Dat is niet relevant. Wat telt, is wat jij er zelf in ziet. Daar gaat het om in de kunst.”

Volgens hem is het makkelijker om je eigen spiegelbeeld als model te hebben dan een ander mens als model: die ander moet je regisseren, rustig zien te houden. In de catalogus bij de zelfportretten vertelt Dine dat hij als kind van drie zijn eigen spiegelbeeld ontdekte. Tijdens een hete zomer in Ohio was hij, op zoek naar wat koelte, onder het ouderlijk bed gedoken. In die kamer stond een grote spiegel tot op de grond. Zo kwam hij oog in oog met zijn spiegelbeeld. Het licht scheen via stofwolken op zijn gezicht. Steeds als hij een beetje draaide, was het licht anders. Hij bleef daar, eindeloos. „I looked as hard as I could at me looking at me.” Sindsdien, zegt hij, kijkt hij altijd in een spiegel als hij er een ziet. „I never look away.” Dat is ook de titel van de tentoonstelling.

Badjassen en schoenen

Jim Dine, die zichzelf omschrijft als ‘een schilder die tekent’, woont afwisselend in Parijs en op een boerderij in de buurt van Seattle. Hij was mede-oprichter van de Judson Gallery in New York, met onder anderen Claes Oldenburgh. Met Andy Warhol, Roy Liechtenstein en anderen deed hij mee aan de eerste popart-tentoonstelling in de VS: New Painting of Common Objets, in Californië in 1962. Maar Dine, die sindsdien diverse solotentoonstellingen overal ter wereld heeft gehad, is wars van labels. „Ik doe gewoon wat ik voel dat ik moet doen’, heeft hij eens gezegd.

Hij heeft een periode gehad waarin hij vrijwel alleen badjassen of schoenen produceerde. Soms stort hij zich een poos op het beeldhouwen. Hij zit nu midden in een abstracte fase. Sommigen vinden dat afschuwelijk, beaamt hij, „maar ik moet dat gewoon doen”.

Een zelfportret is echter altijd in de maak. Als jongetje deed hij dat met zijn moeders lipstick en oogpotlood. Nu nog gebruikt hij wat hem invalt. Als het met verf niet lukt, pakt hij er een potlood of schuurpapier bij. Net zolang tot hij de serieuze, enigszins strenge man te pakken heeft die hij in de spiegel ziet.