Is de Nederlandse zwemploeg nog wel een medaillefabriek?

Zwemcrisis

Voorafgaand aan de finale van Kromowidjojo vannacht was de zwemwereld in mineur. Waar blijven de plakken?

Femke Heemskerk , Ranomi Kromowidjojo Inge Dekker en Marrit Steenbergen voorafgaand aan de finale van de 4x100 meter vrij in het Olympic Aquatics Stadium tijdens de Olympische Spelen in Rio. Robin Utrecht/ANP

De zwemwereld praat er altijd vol trots over: de Tongelreep, Eindhoven. In de Verenigde Staten en Australië mochten ze willen dat ze zulke geavanceerde zwemlaboratoria hadden, zei Jacco Verhaeren toen hij bondscoach werd van Australië. Dit zijn dagen dat Nederland met weemoed terugdenkt aan de man achter de successen van Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn en Ranomi Kromowidjojo. Een medaillefabriek werd zijn zwemploeg wel genoemd.

Einde tijdperk

Na zes dagen topamusement in het imposante Estádio Aquático Olímpico van Rio komt de Nederlandse ploeg er bekaaid af met één individuele finaleplaats. En het kostte Kromowidjojo, titelverdedigster op de 100 vrij, de nodige moeite ook: ze plaatste zich met de zevende tijd voor de finale, die donderdagnacht werd gezwommen. In de finale werd ze vijfde.

Andere toppers, zoals Sebastiaan Verschuren, Sharon van Rouwendaal, Femke Heemskerk en donderdag ook Joeri Verlinden gingen via een zijdeur af, de ‘Golden Girls’ wonnen geen medaille met hun estafetterace, verrassingen van olympisch debutanten als Maarten Brzoskowski of Marrit Steenbergen bleven uit, en persoonlijke records werden nog niet gezwommen.

Het rommelt al maanden…

Maar het zwemtoernooi is nog niet voorbij. In open water hebben Van Rouwendaal en Ferry Weertman medaillekansen. Ondertussen rommelt het al maanden rond de nationale ploeg. Wat in mei, tijdens de EK in Londen, nog werd afgedaan als ‘ruis’ tussen zwemmers, coaches en technisch directeur Joop Alberda, bleek kort voor de Spelen een heuse crisis te zijn geworden. Weinig bonden sturen minder dan een maand voor de Spelen hun technisch directeur weg. De KNZB deed het.

…en dat begon toen Verhaeren vertrok

De voormalige volleybalbondscoach, destijds benoemd tot opvolger van Verhaeren om het topzwemmen eens goed op te schudden, werd al lange tijd bekritiseerd door zwemmers en coaches.

Alberda maakte zich niet populair bij de zwemmers toen hij teammanager Aad van Groningen – vriend en rechterhand van Verhaeren – wilde weren uit Rio omdat de Rotterdammer, type praktijkman, een professioneel topsportklimaat in de weg zou staan. Beiden lagen al langer met elkaar overhoop – en dat voelden de zwemmers haarfijn aan.

De onrust begon na het vertrek van Verhaeren naar Australië in 2014. Hij was jarenlang de constante factor in de zwemtop, wist als geen ander wat er nodig in de topsport. Bovendien, als hij sprak luisterde de zwemwereld.

De eenheid in de ploeg loste langzaam op. Zwemmers sprongen van de ene coach naar de andere. Heemskerk, in potentie een wereldtopper, trok van Amsterdam via Marseille naar Eindhoven, en zocht vorig jaar haar heil in Narbonne, bij de excentrieke Franse coach Philippe Lucas. Moniek Nijhuis vertrok naar Plymouth, drie anderen naar de VS.

Onmachtige zwembond

Het boegbeeld van de ploeg, Kromowidjojo, brak met twee coaches. Zij zag de internationale concurrentie steeds verder wegzwemmen, met name Cate Campbell – nu zwemmend voor Kromowidjojo’s oude mentor Verhaeren.

De bond bleek onmachtig de crisis tijdig te bezweren. Schrijnend is dat de grootste zwemmer die Nederland heeft gekend, Van den Hoogenband, al jaren kritisch is vanaf de zijlijn. De oud-pupil van Verhaeren zei dit jaar in het Eindhovens Dagblad dat hij graag technisch directeur wilde worden, maar niet „zolang Jan Kossen directeur is van de KNZB”. ‘VdH’ mist bij hem „visie, beleving en ambitie’’. Kossen zwaait al jaren de scepter bij de bond en zal niet wijken.

Middelen wel, maar geen zwemcultuur

Verhaeren zei al bij zijn vertrek dat de ontwikkeling van een brede zwemtop een zaak van lange adem was in Nederland. Met het laboratorium in Eindhoven heeft Nederland weliswaar een trainingsfaciliteit van wereldformaat, toch miste hij een echte zwemcultuur. De olympische successen in het verleden werden altijd behaald door individuele toppers – niet omdat Nederland zulke sterke ploegen stuurde. In Beijing (2008) haalde Nederland ook maar één medaille in het olympisch zwembad, de Golden Girls. In Londen (2012) hing alles af van Kromowidjojo. „Als Ranomi morgen stopt wordt medailles halen de komende jaren heel moeilijk”, zei Verhaeren destijds tegen NRC. Hij kreeg meer gelijk dan hij had gewild.

Terug op het niveau van Atlanta: nul medailles

Verhaeren werkte jaren aan een nieuwe structuur om meer talenten door te laten stromen naar de top. Talent is er wel, maar grote groepen zijn het nooit en aanhaken bij de Europese top blijkt moeilijk. Uitzondering leek de pas 16-jarige Steenbergen die vorig jaar doorbrak met sensationele tijden, maar ook bij haar lijkt de ontwikkeling even te zijn gestokt.

Als er op de slotdagen van het toernooi in Rio niets verandert, is Nederland terug op het niveau van Atlanta (1996), de laatste keer dat de ploeg terugkwam zonder gouden medailles.