Het Nationaal Zorgfonds is een onzalig plan

Opinie Geen enkel zorgstelsel is perfect, maar we mogen in Nederland trots zijn op onze zorg, meent zorgeconoom Michiel Verkoulen.

Foto Koen Suyk / ANP

‘Schaf de zorgverzekeraars af en stel een nationaal zorgfonds in’, zo betogen Corrie van Brenk c.s. (NRC 4/8). De analyse van de auteurs deugt niet en hun oplossing is schadelijk. Het Nationaal Zorgfonds zou een oplossing zijn voor een allegaartje aan ongelijksoortige problemen.

De auteurs beweren dat Nederland een duur zorgstelsel heeft vanwege de private zorgverzekeraars. De belangrijkste reden voor de hoge zorguitgaven laten ze buiten beschouwing: we hebben in Nederland meer zorg dan in de meeste andere landen. Frankrijk geeft de helft uit van wat wij besteden aan langdurige zorg, Duitsland nauwelijks de helft aan geestelijke gezondheidszorg. En het publieke zorgstelsel in Engeland vergoedt veel dure kankermedicijnen niet.

Lees het hele opiniestuk waarin gepleit wordt voor een nationaal zorgfonds: Stel één nationaal zorgfonds in, schaf de zorgverzekeraars af

Pleiten de auteurs voor minder zorg? De eigen betalingen waren in Nederland altijd relatief laag, maar zijn de afgelopen jaren inderdaad gestegen. Dat kan de politiek morgen veranderen, daar hoeft het zorgstelsel niet voor op de schop. De auteurs willen verder het basispakket van zorg uitbreiden met onder meer fysiotherapie en GGZ. Ook dat kan binnen het huidige stelsel, maar dit pleidooi is wel in tegenspraak met het doel de zorg goedkoper te maken. Sommige zorgaanbieders beklagen zich over de macht van de zorgverzekeraars.

Wie zo’n revolutie bepleit, moet een steekhoudende probleemanalyse maken

Die macht wordt met één oppermachtige zorginkoper juist sterk uitgebreid. In landen met een publiek zorgfonds blijken dit logge en machtige bureaucratieën te zijn die nauwelijks door publiek, politiek of zorgaanbieders te beteugelen zijn. De auteurs beweren op basis van een ranglijst van Bloomberg dat ons zorgstelsel geen waar voor het geld biedt. Bloomberg deelt slechts de levensverwachting in een land door de uitgaven aan zorg.

Die levensverwachting is echter afhankelijk van vele zaken zoals eetgewoonten, beweging, gezonde lucht. Doen alsof levensduur alleen afhankelijk is van (de uitgaven aan) zorg is misleidend. Het artikel rept ook over de ‘algemeen gerespecteerde NUMBEO-lijst’ waar Nederland slechts 29e zou zijn. Wie checkt ziet dat het om een ultrakorte enquête gaat die door 111 mensen is ingevuld. Nederland zou minder goede zorg hebben dan Jordanië en Sri Lanka. Wie zulke argumenten gebruikt, laadt de verdenking van opportunisme op zich.

Ten slotte beweren de auteurs dat de marketing door zorgverzekeraars duur is. Concurrerende bedrijven geven geld uit aan marketingcampagnes, maar overheden doen dat ook. Het grootste deel daarvan bestaat uit het adviseren van verzekerden met vragen over de zorg en de verzekering. Juist daarin is het zorgstelsel gegroeid; meer aandacht voor behoeften van patiënten en voor verbetering van kwaliteit.

Zorgstelsels waarin de uitvoering van de zorg decentraal en concurrerend is, slagen daar beter in dan centralistische stelsels. De schrijvers willen een ingrijpende, ideologisch gemotiveerde, dure hervorming van de gezondheidszorg. Wie zo’n revolutie bepleit, dient een steekhoudende probleemanalyse te maken en een consistent plan te presenteren. Het Nationaal Zorgfonds is een onzalig plan dat de toets der kritiek niet doorstaat.