Gina

De echoscopiste fronst en ongewild draai ik mijn hoofd naar het scherm. Ik begin echo’s te haten. Nooit lijken ze te laten zien wat ik wil zien: wil ik een levende baby zien, zie ik een dode, wil ik een lege baarmoeder zien, zie ik een volle. En hoe vol: het hele beeld vult zich met druivetrossen: „That doesn’t look good, does it?”, vraag ik ten overvloede, alsof ik werkelijk verwacht dat de echoscopiste zal zeggen: „Nee hoor, it is all fine. Sommige baarmoeders zien er gewoon zo uit.”

Verward zit ik een half uur later in mijn spreekkamer. Ik moet aan het werk. Al wil ik liever bellen. M’n moeder, m’n zusje. Maar het is drie uur ’s nachts in Nederland. Dan maar huilen. Zachtjes voor me uit tegen mijn computerscherm. Wat zit er in die baarmoeder? De gynaecoloog heeft hem na mijn miskraam een maand geleden toch leeggeschraapt?

„Toughen up”, mompel ik en open mijn spreekuurlijst.

Gina Black. Van alle tweeduizend mogelijke patiënten uitgerekend Gina. Gina heeft met recht ‘een kloteleven’. Traumatische jeugd, een man die haar jaren sloeg. Vorig jaar is ze van hem gescheiden, maar nog steeds is haar leven ellendig. Ze is aan alcohol verslaafd, maar ontkent dat. Ze is depressief, maar wil daar geen behandeling voor. Acht maanden geleden brak ze een ruggewervel door een val. De orthopeed schreef haar hoge doses morfine voor, waar ik haar sindsdien zonder succes van af probeer te krijgen.

Vandaag heeft Gina wat nieuws. Naast haar rugpijn, heeft ze nu ook pijn in haar buik en heup, diarree en gewichtsverlies. Net als ik haar wil onderzoeken, gaat mijn mobiel. De gynaecoloog. Hij heeft de echo gezien en denkt dat er een placentarest is blijven zitten. Hij kan de curettage vanavond wel opnieuw doen. Ik denk aan de tien patiënten die ik nog moet zien, terwijl ik met Gina al uitloop. „That’s okay”, zegt hij. „Het wordt toch pas na zevenen. Wanneer heb je voor het laatst gegeten?”

„Ik bel je binnen tien minuten terug”, zeg ik en hang op.

Gina ligt naakt op het bed. Ik voel haar buik, zonder te voelen. Vanavond een operatie? Dan moet ik patiënten afzeggen, ik moet… Ik moet vooral Gina mijn kamer uit krijgen, besef ik. Gina begint over haar ex-man, dan weer over haar rug en diarree. Ze passen niet in mijn hoofd. Ik weet sowieso niet hoe ik Gina moet helpen, maar vandaag al helemaal niet.

„Ik denk dat de pijn van je gebroken wervel uitstraalt naar je heup”, zeg ik overdreven stellig. „En er gaat een buikgriep rond. Als het over een week niet beter is, kom dan terug.” Ik schrijf haar meer morfine voor en loop naar de deur. „Take care, Gina.”

Als ze de kamer uit is, raak ik plotseling in paniek. Heb ik net een tumor in haar buik gemist, die diarree geeft en uitzaaiingen in haar heup en rug? En haar leverwaarden zijn verhoogd: is dat kanker of komt het gewoon door de alcohol?

Ik ga een keer heel lang over Gina nadenken, besluit ik, terwijl ik mijn telefoon pak en de gynaecoloog terug bel. Heel lang en heel goed. Maar niet vandaag.

Huisarts Anne Hermans is vertrokken naar een praktijk in Nieuw-Zeeland en schrijft columns gebaseerd op haar ervaringen. Frits Abrahams hervat zijn column eind augustus.