Een Nederlandse oorlogsmisdadiger

Hoe noemt u iemand die verantwoordelijk is voor martelingen, militaire coups en massamoorden in minstens vijf landen? Vele kwalificaties zullen volgen, maar u denkt waarschijnlijk niet aan iemand die als ‘een groot staatsman’ wordt gevierd door veel westerse leiders. De inmiddels 93-jarige Henry Kissinger was hét bepalende gezicht van het Amerikaanse buitenlandbeleid onder de presidenten Nixon en Ford. In mijn jonge jaren verslond ik alles wat de befaamde journalist Christopher Hitchens (1949-2011) schreef. In 2001 bracht hij een vernietigend boek uit over de ‘oorlogscrimineel’ Kissinger, die een spoor van vernietiging had aangericht in de Derde Wereld, met honderdduizenden doden tot gevolg.

Hitchens kreeg gelijk. Een paar jaar geleden kwamen de ‘Nixon-tapes’ uit, waarop is te horen hoe Nixon en Kissinger bijna euforisch tapijt-bombardementen op burgerdoelen in Zuidoost-Azië bedenken. Kissinger laat zijn menselijke kant zien als hij reageert op Nixons idee om atoomwapens in te zetten: ‘Dat zou overdreven zijn, want ik wil niet dat de wereld tegen u wordt gemobiliseerd om u als slachter te zien.’

Eergisteren kwamen nieuwe documenten vrij waaruit blijkt dat Kissinger zelfs na zijn dienstjaren mensenrechten bleef helpen schenden. Hij steunde zijn vriend, dictator Videla, door hem een hart onder de riem te steken voor ‘het bestrijden van terrorisme’, zoals het uitmoorden van andersdenkenden heette tijdens de junta. De Carter-regering, die Videla juist wilde aanspreken, was niet gecharmeerd. De junta kon Kissingers uitspraken gebruiken als rechtvaardiging van mensenrechtenschendingen.

Een nuance bij Kissingers onfrisse staat van dienst zou de context van de Koude Oorlog kunnen zijn. Mensen die wreed beleid uitvoeren doen meestal aan cognitieve dissonantie om hun daden te rechtvaardigen. Kissinger was echter een cynische uitzondering, legt Hitchens uit. Zo wist hij dat de miljoen ‘communisten’ die door zijn Indonesische vriend Suharto in de jaren 60 werden vermoord geen communisten waren, maar boeren die zich niet wilden schikken naar het schrikbewind van de door zowel Amerika als Nederland gesteunde dictator.

Wat mij fascineert aan de VS is de grootmoedigheid van zowel zijn publieke debat als politieke leiders. Toen Hitchens nog leefde was zijn meedogenloze kritiek onderdeel van het publieke debat. De documenten die deze week werden vrijgegeven, waren afgelopen maart aangekondigd door president Obama, tijdens zijn bezoek aan het inmiddels democratische Argentinië. Ook bij staatsbezoeken aan Vietnam stond Obama stil bij de ellende van de Vietnamoorlog. Tegelijkertijd sprak hij de Vietnamese regering aan op haar huidige mensenrechtenschendingen.

Wat een contrast met ons land. In recente jaren bleek op basis van nieuw onderzoek – door bijvoorbeeld historicus Limpach – dat het geweld door onze militairen tegen burgers rondom de ‘politionele acties’ (1945-1949) geen excessen waren, maar structureel plaatsvonden. Toch was dat geen reden voor premier Rutte om er tijdens zijn bezoek aan Indonesië vorig jaar ook maar iets over te zeggen. Laat staan dat hij de mensenrechtenschendingen door het huidige Indonesië besprak. Ook lijkt een Nederlandse Hitchens – iemand die durft de heilige huisjes van nationale geschiedschrijving omver te werpen als de feiten hem daartoe noodzaken – te ontbreken. Zal ik dan maar proberen een lans te breken door bijvoorbeeld onze toenmalig minister van Oorlog Alexander Fiévez in deze column een oorlogsmisdadiger te noemen?