De Indianen kwamen langs de kust

Migratieroute

Na de laatste ijstijd kwamen via een landbrug de eerste Amerikanen uit Azië. De toegangsweg lag westelijker dan gedacht: langs de zee.

Tekening van steentijdmensen die aan het eind van de laatste ijstijd door Beringia trokken. Amerika was voor hen ruim 14.000 jaar geleden al bereikbaar via de kust, denken onderzoekers. Beeld DEA PICTURE LIBRARY/De Agostini/Getty Images

Wanneer en langs welke route de eerste mensen vanuit Azië naar Amerika kwamen, is een oude wetenschappelijke puzzel. De stukjes beginnen nu op hun plaats te vallen. De meeste archeologen, genetici en paleo-biologen hebben elkaar gevonden in een nieuw scenario: de eerste landverhuizers kwamen langs de westkust.

Dat de eerste pioniers in Amerika arriveerden vanuit Beringia, de landbrug die tijdens de laatste ijstijd (23.000 tot 14.000 jaar geleden) bestond tussen Siberië en Alaska, staat wel vast.

Maar welke route volgden zij, eenmaal in deze Nieuwe Wereld? Tientallen jaren hebben wetenschappers aangenomen dat deze mensen door het huidige binnenland van Canada zijn getrokken. Toen aan het einde van de ijstijd de temperatuur begon te stijgen, weken de twee aaneengesloten ijskappen die Canada bedekten uiteen. Er ontstond een ijsvrije doorgang door de huidige provincies Brits-Columbia en Alberta. Dat was, zo luidde lang de consensus, de oorspronkelijke toegangspoort naar Amerika.

Een internationaal team paleo-biologen onder leiding van de Deense plantgeneticus Mikkel Pedersen (Universiteit van Kopenhagen) laat nu zien dat er wel degelijk mensen door deze ijsvrije corridor Amerika zijn ingetrokken, maar dat zij niet de eersten kunnen zijn geweest. De alternatieve route langs de Canadese westkust was al eerder toegankelijk. Hun conclusies staan deze donderdag in Nature.

Tot nu toe hadden wetenschappers alleen gekeken naar de periode waarin een ijsvrije doorgang via het vasteland van Canada ontstond – ze vroegen zich niet af of dat gebied ook leefbaar was. De corridor was zo’n 1.500 kilometer lang. Wilden generaties jagers die lange mars doorstaan, dan moesten zij voldoende voedsel kunnen vinden.

Pedersen en collega’s keken naar de ontwikkeling van vegetatie en fauna op die plaatsen in de corridor die het laatst ijsvrij werden. Met dat doel onderzochten en dateerden zij oud DNA, stuifmeelkorrels en plantenresten die zij aantroffen in afzettingslagen op de bodems van meren met smeltwater in Brits-Columbia en Alberta.

De onderzoekers vonden de eerste aanwijzingen voor steppevegetatie, bizons en mammoeten in het gebied van die Canadese corridor rond 12.600 jaar geleden. De oudste sporen van open bos met elanden zijn van 11.500 jaar geleden en de vroegste resten van arctisch naaldbos gaan 10.000 jaar terug. Dat laatste landschapstype is overigens ongeschikt voor bizons, die door mensen bejaagd worden.

Op grond van deze reconstructie achten Pedersen en collega’s het onwaarschijnlijk dat vroege Amerikanen eerder dan 12.600 jaar geleden langs deze route zijn getrokken. Latere migranten kunnen wél zo zijn gekomen. Volgens de onderzoekers waren de omstandigheden voor migratie door het Canadese binnenland gunstig tussen 12.600 en 10.000 jaar geleden.

Intussen staat echter vast dat er mensen in Amerika leefden voordat die ijsvrije corridor leefbaar werd. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn er sporen van menselijke bewoning gevonden in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika (Monteverde, Chili) en een betrouwbare datering hield de ouderdom op 14.600 jaar. De Amerikaanse archeoloog Michael Waters vond in 2011 in een kreek in Texas stenen werktuigen van 13.200 tot 15.500 jaar oud (Science, 25 maart 2011).

Die pioniers moeten langs de westkust zijn getrokken, concludeert het team van Mikkel Pedersen. Dat idee werd ook al geopperd door Australische genetici, in april van dit jaar in Science Advances. DNA uit pre-Columbiaanse mummies en skeletten wees uit dat de eerste groep mensen 16.000 jaar geleden wegtrok uit het gebied van de landbrug Beringia.

Zij trokken niet via een landcorridor in Canada, want daar lag toen nog een massieve ijsmassa, maar langs de kust van de Stille Oceaan, waar het zeewater langzaam aan het opwarmen was.

De Australische genetici denken dat pas later, rond 13.000 jaar geleden, een tweede migratiegolf op gang kwam die landinwaarts trok via de toen ontstane ijsvrije doorgang. Die twee groepen kolonisten bleken door DNA-onderzoek te onderscheiden.