De berg van een koppige eenling

Reportage O’Keeffe Country

De Amerikaanse schilder Georgia O’Keeffe bracht het grootste deel van haar leven door in New Mexico. De schilderijen die ze er maakte, zijn nu te zien in Tate Modern in Londen.

Het landschap nabij Ghost Ranch in New Mexico, waar Georgia O’Keeffe van 1929 tot haar dood in 1986 woonde en werkte Foto Sandra Smallenburg

Met trefzekere tred stapt mijn zwartbonte paard over een smal rood paadje dat over een uitgestrekte prairie leidt, kronkelend tussen de lage cactussen. Na de onweersbui van vorige week is er een lichtgroene gloed over de vlakte gekomen, die fraai contrasteert met de rode aarde, als op een fauvistisch schilderij. Rechts van ons bevinden zich hoge rotswanden in de meest onwerkelijke kleuren: perzikroze, maar ook lichtgeel, oranje en donkerblauw. „Als het regent”, zegt mijn gids Brent, „worden die pasteltinten ineens veel feller. En bij zonsondergang gaat het rood echt knallen.”

Buitenaards

Nooit eerder ben ik in deze noordelijke hoek van New Mexico geweest en toch herken ik het landschap direct. Het is op tientallen wereldberoemde schilderijen vastgelegd door de Amerikaanse kunstenaar Georgia O’Keeffe (1887-1986), aan wie nu in het Londense Tate Modern een groot retrospectief gewijd is. De kale bergtoppen, de rode rotsen en de dode ceders heb ik allemaal al eens gezien, verspreid in musea over de hele wereld. Toen geloofde ik niet dat een landschap zo buitenaards, zo kleurrijk en schilderachtig kon zijn. Maar nu ik hier rijd, besef ik dat O’Keeffe in haar schilderijen niets heeft overdreven.

Meer dan een halve eeuw, van 1929 tot haar dood in 1986, heeft de kunstenares in deze verre uithoek vertoefd. De eerste jaren bracht ze alleen de zomers in New Mexico door, in een adobe huis met rode muren, zonder stromend water of elektriciteit, dat ze huurde van de Ghost Ranch. In haar Ford reed ze dan in haar eentje of met vrienden vanuit New York naar het zuidwesten, de laatste kilometers over nauwelijks begaanbare grindpaden. Maar na de dood van haar echtgenoot Alfred Stieglitz, in 1946, verhuisde ze permanent naar New Mexico. Het huis op Ghost Ranch had ze inmiddels aangekocht, evenals een tweede woning in het twintig kilometer verderop gelegen dorp Abiquiú. Op de dorre hoogvlakte van Ghost Ranch wilde niets groeien, maar in haar tuin in Abiquiú, grenzend aan de Chama rivier, kon ze een moestuin aanleggen. Zo hoefde ze voor vers fruit niet meer naar het dichtstbijzijnde stadje Española te rijden, honderdtwintig kilometer heen en terug over zandwegen.

„Ik woon daar aan het eind van de wereld, in mijn eentje, al heel lang”, zei de 96-jarige O’Keeffe in 1983, toen ze werd geïnterviewd door Andy Warhol. „Je kunt er rondwandelen zonder dat iemand zich wat van je aantrekt. Dat is fijn.” Een koppige loner, zo stond O’Keeffe in deze contreien bekend. Ze was een onafhankelijke vrouw, die in haar eentje bij het schijnsel van de maan door canyons klauterde, die kampeerde in verafgelegen gebieden en die op haar 82ste nog in een bootje de Colorado River afzakte. „Ik kan het er prima uithouden met mijzelf”, zei ze in 1983 tegen Warhol, met groot gevoel voor understatement.

Zandkastelen

Inmiddels is Ghost Ranch een spiritueel centrum dat eigendom is van de Presbyterian Church. Je kunt er allerhande workshops volgen en lange wandelingen maken door wat intussen O’Keeffe Country wordt genoemd. Maar de beste manier om het surrealistische landschap tot je te nemen is te paard. Dan doorkruis je het afgelegen gebied waar O’Keeffe woonde en schilderde: de kaalgesleten rotsen van de Piedra Lumbre, die als reusachtige zandkastelen uit de vlakte oprijzen en waarin de geologische geschiedenis prachtig is af te lezen aan de lagen geel en rood zandsteen. Het is een landschap waar wind en water miljoenen jaren op ingebeukt hebben en dat er nu bij ligt als een uitgebeend karkas.

„Waar we nu rijden, was vroeger moeras”, vertelt Brent, een twintiger die er met zijn witte bloes en bretels uitziet alsof hij uit de negentiende eeuw aan is komen galopperen. „Maar daar boven op de hoogvlakte, op meer dan 2.000 meter hoogte, zijn haaientanden gevonden die erop duiden dat dit gebied vroeger een zeebodem was. De rood-gele rotsen stammen uit de Jura en zijn 200 miljoen jaar oud. Er zijn hier talloze fossielen en dinosauriërbotten gevonden. We hebben op Ghost Ranch zelfs een eigen paleontologisch museum.”

We rijden langs Chimney Rock, de punt van de klif die als de rode schoorsteen van een oceaanstomer afsteekt tegen de felblauwe lucht. O’Keeffe schilderde de rotspunt in 1938 op het doek The Cliff Chimneys. In driekwart eeuw is er niets veranderd aan het uitzicht, zelfs de toefjes groen van de struiken zitten nog op precies dezelfde plek. „Veel van de jeneverbessen op Ghost Ranch zijn eeuwenoud”, weet Brent. „Hun bladeren zijn te bitter voor het vee.” Hij wijst op de spleet tussen de twee schoorstenen. Die baart hem zorgen. „Het lijkt of die steeds breder wordt. De kans bestaat dat die rots afbreekt. Als daar water in komt dat vervolgens opvriest, dan is het krak.”

Keer op keer hetzelfde

Het rode paadje stuit op een grindweg die naar een houten schutting leidt. Daarachter ligt het rode huis waar Georgia O’Keeffe woonde en werkte. Vanuit mijn cowboyzadel kan ik precies over de toegangspoort gluren. Ook dit uitzicht ken ik, van het schilderij The House I Live In uit 1937. De contouren van de Pedernal, een blauwe berg met een afgevlakte top die op talloze van haar schilderijen figureert, steken net boven het platte dak uit. O’Keeffe noemde Pedernal haar privé-berg. „Hij is van mij”, zei ze. „God heeft me gezegd dat als ik hem vaak genoeg zou schilderen, ik hem hebben mocht.”

Het rode, hoefijzervormige huis bestaat uit een aaneenschakeling van kamers die allemaal zicht bieden op het omringende landschap, dat ze vastlegde op schilderijen als My Backyard of My Front Yard, Summer. „Ik wou dat je kon zien wat ik zie als ik uit het raam kijk”, schreef O’Keeffe tijdens haar eerste zomer op Ghost Ranch aan haar collega Arthur Dove. „De roze aarde en gele kliffen richting het noorden, de volle maan die bijna ondergaat in het lavendelkleurige ochtendgloren. Roze en paarse heuvels op de voorgrond en de saaie groene ceders – plus het gevoel van veel ruimte. Het is een zeer mooie wereld.”

O’Keeffe was gefascineerd door het feit dat de kleuren die zij al jaren in haar schilderijen gebruikte, hier op natuurlijke wijze in het landschap te vinden waren. „De rode heuvels zijn ogenschijnlijk gemaakt van hetzelfde soort aarde dat je met olie mengt om verf te maken”, schreef ze in 1939 aan de bevriende criticus Henry McBride. „Al de aardekleuren van het schilderspalet zijn er te vinden in de vele kilometers aan kale rotsen. Van het lichte Napels-geel tot de okers – oranje en rode en paarse aarde – zelfs het zachte aardegroen.” Ze probeerde eens zelf verf te maken van de rode aarde, maar tot haar verdriet bleek het zand te grof voor haar gladde manier van schilderen.

Soms huurde ze met een vriend of vriendin een paard op de ranch en trok ze erop uit, naar gebieden die te voet of per auto onbereikbaar waren. „Naar heuvels en kliffen en beekbeddingen, zo fantastisch dat je je er geen voorstelling van maken kunt”, schreef ze in 1937 aan haar echtgenoot Alfred Stieglitz. „Alsof ze allemaal door God in de lucht zijn gegooid en zomaar ergens neer zijn gevallen. Op de ruggen van onze paarden, op de top van een heuvel van wittig-groene aarde, keken we uit over een gouden en paars amfitheater. Het was absoluut het spectaculairste dat ik ooit gezien had.”

Maar meestal reed ze rond in haar Ford, die ze met een houten opbouw tot een mobiele studio had getransformeerd. In de brandende zon maakte ze haar schetsen, die ze ’s winters in haar New Yorkse studio uitwerkte tot schilderijen. Ver weg van New Mexico schilderde ze haar herinneringen aan haar geliefde landschap. Keer op keer dezelfde rots, dezelfde berg, op zoek naar de kern. Het zijn schilderijen die zijn ontdaan van iedere referentie naar de moderne tijd, waar nooit mensen op figureren. De ruwe huid van de rotsen maakte ze gladder, hun contouren scherper, hun welvingen stileerde ze net zolang tot alleen de essentie overbleef.

Abstracte ramen

Ook het huis zelf was voor O’Keeffe een bron van inspiratie. Op de tentoonstelling in Londen zijn meerdere schilderijen te zien van de eenvoudige deuren en ramen in de adobe muren rondom de patio. Het zijn haar meest minimalistische werken – haast abstracte composities van vierkante vlakken en strakke, diagonale slagschaduwen. Soms richtte ze haar blik omhoog en schilderde de hoek die de muren maakten met de lucht – een scherpe, zwarte V-vormige schaduw scheidt het wit van het blauw. Kunstenaar James Turrell, die gefascineerd was door O’Keeffe en haar in New Mexico opzocht, liet zich door deze schilderijen inspireren tot zijn Skyspaces: ruimtes met open plafonds. Net als O’Keeffe trachtte hij daarin de woestijnhemel te vangen.

We rijden om het huis heen, zodat we vrij uitzicht hebben op Pedernal, de berg die ook voor de Navajo-indianen al heilig was. „Zij noemen hem Tsiping – vuursteenberg”, vertelt Brent. „Inheemse volkeren hebben er al sinds 5000 voor Christus materiaal voor hun pijlpunten vandaan gehaald. Die nek is uitgesleten door erosie, maar de top werd beschermd door een groot stuk vulkanische rots. Zo heeft hij zijn karakteristieke vorm gekregen.”

In galop vliegen we richting de meest kenmerkende horizon uit de kunstgeschiedenis, totdat een diepe afgrond de paarden tot stilstand dwingt. Brent vertelt dat O’Keeffe in september 1951 de steile hellingen van de Pedernal beklom. Ze was 63 jaar oud en voor het eerst zag ze de wereld vanaf de top van haar 3.000 meter hoge berg. Ze had hem toegeëigend en keer op keer geschilderd, tot hij iconisch was geworden. Ze was als kunstenaar onlosmakelijk met haar berg vergroeid geraakt, zoals Paul Cézanne met zijn Mont Sainte-Victoire en James Turrell met zijn Roden Crater. Nu had ze hem bedwongen.