Coalitie moet in aanloop naar de verkiezingen zuinig durven blijven zijn

Wat moet stijgen stijgt, wat moet dalen daalt. Het is het ideale beeld voor regeringspartijen aan de vooravond van verkiezingen. De rekenmeesters van het Centraal Planbureau hebben, vanuit deze campagnewijsheid bezien, een prettige boodschap voor de coalitie, met hun jongste voorspellingen voor de ontwikkelingen van de economie in het verkiezingsjaar 2017. Het ziet er op veel terreinen net iets rooskleuriger uit dan twee maanden geleden werd gemeld.

Uit de deze week gepubliceerde ‘concept Macro Economische Verkenning’, een belangrijke notitie voor de finale begrotingsbesprekingen die volgende week beginnen, blijkt dat de gemiddelde koopkracht met een verwachte stijging van 0,7 procent een half procentpunt meer zal stijgen, dan waar in juni nog rekening mee werd gehouden.

Het financieringstekort daalt sneller en beweegt zich met een verwachte uitkomst van 0,6 procent richting begrotingsevenwicht. De verwachte ontwikkeling van de werkloosheid die min of meer stabiliseert rond 560.000 mensen, is nagenoeg onveranderd vergeleken bij de raming van juni. Al met al resteert geen slecht beeld.

Minder gunstig daarentegen lijkt de economische groei – in feite de moeder van alle kerngegevens – zich te ontwikkelen. Dit cijfer heeft het Planbureau ten opzichte van de ramingen in juni met een half procentpunt naar beneden bijgesteld van 2,1 naar 1,6 procent. Dat de uitkomsten voor de koopkracht en het financieringstekort desondanks gunstiger uitpakken, heeft te maken met incidentele factoren.

De lagere groeiraming wordt voor het belangrijkste deel veroorzaakt door de Brexit, zegt het Planbureau. Tegelijkertijd wordt hierbij een flinke slag om de arm gehouden. Het gaat om modelmatige berekeningen gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Echte cijfers over de economische gevolgen van een Brits uittreden uit de Europese Unie zijn er nog niet. Een vast gegeven is wel dat Nederland met zijn open economie en intensieve handelsrelaties met het Verenigd Koninkrijk harder zal worden geraakt dan andere EU-landen.

Ministers in het kabinet en hun geestverwante fracties in de Tweede Kamer zullen de haast instinctieve neiging moeten bedwingen om op basis van een naar verwachting gunstiger uitpakkend tekort bij de komende onderhandelingen over de begroting voor 2017 meer geld te gaan vragen. Een greep uit de pot is de makkelijkste en ook gevaarlijkste weg. Meer uitgeven op bepaalde terreinen is onvermijdelijk; dit betekent dat elders minder zal moeten worden uitgegeven.

Kortom, een kwestie van keuzes maken zoals in elk huishouden gebeurt. Nog altijd geeft de overheid meer geld uit dan dat er binnenkomt. Met de huidige rentestand is dat minder dramatisch dan in het verleden, maar een tekort blijft een tekort. Hiermee is de begroting niet in lijn met de Europese regels, stelt het Planbureau terecht vast. Zuinig zijn blijft dus het devies.