‘Britten zijn grootste theedrinkers’

NRC checkt Deze zomer onderzoeken onze correspondenten een cliché over hun land. Vandaag over de Britten en hun thee.

De aanleiding

Bij de aanslag in Nice brak grote paniek uit. De reactie van de Britse June Murphy, die er met vakantie was? Theezetten voor diegenen die toevlucht zochten in een hotel. „Ik probeerde iedereen gerust te stellen.” Het bevestigde het beeld dat de Engelsen altijd, in alle omstandigheden, theedrinken.

Waar is het op gebaseerd?

Op talloze waarnemingen. De Engelsen, concludeerde antropoloog Kate Fox in Watching the English, geloven dat „thee buitengewone eigenschappen” heeft: „Het kan kleine pijntjes verzachten, van hoofdpijn tot een geschaafde knie, het is de essentiële oplossing voor alle sociale en psychologische tegenslagen.” En vooral: theezetten is „de perfecte vervangingstherapie: wanneer de Engelsen zich in een sociale situatie onhandig of oncomfortabel voelen (en dat is vrijwel altijd), maken ze thee”.

De Hongaar George Mikes waarschuwde in 1947 in How to Be an Alien dat het onbeleefd was thee te weigeren. Zelfs al had je er net een gehad, „is het warm, is het koud, bent u moe, denkt iemand dat u moe bent, bent u zenuwachtig, bent u vrolijk, voor u uitgaat, als u uitgaat, als u net thuis bent”. In Notes from a Small Island beschrijft de Amerikaan Bill Bryson hoe in 1973 alle gasten in een pension in Dover met een ‘Ooh, lovely’ „dartel tot leven kwamen” toen de eigenares met thee binnenkwam: „Tot op de dag van vandaag ben ik onder de indruk van het talent van Britten van alle leeftijden en alle achtergronden opgewonden te raken in het vooruitzicht van een warm drankje.”

En ook deze correspondent weet dat – buiten Londen – de eerste opmerking van een gastvrouw altijd is: „I’ll put the kettle on, shall I?” Dat is een retorische vraag.

En, klopt het?

Eerst een korte geschiedenis van thee in Europa. Die begint rond 1560, met een beschrijving van de Portugese priester Gaspar de Cruz van een Chinese theeceremonie. Het is de VOC die rond 1610 in thee gaat handelen, en Nederlanders worden de eerste Europese theedrinkers. De Engelsen raken pas in de ban van het drankje door het huwelijk van Charles II (die in Den Haag had gewoond) en de Portugese Catherine de Braganza in 1662. Haar eerste woorden op Engelse bodem zou een verzoek om thee zijn geweest. Ze kreeg bier.

Een eeuw later was thee het meest populaire drankje van Engeland. En dat is het nog steeds. Volgens de UK Tea & Infusions Association worden er dagelijks nog altijd 165 miljoen kopjes thee gedronken (tegenover 70 miljoen kopjes koffie). De afgelopen vijf jaar is volgens marktonderzoeker Mintel echter het volume verkochte thee gedaald van 97 miljoen kilo naar 76 miljoen kilo.

Dat is nog steeds veel. Maar ook het meeste ter wereld? De FAO kijkt naar theeproductie, en dan is het VK met een handvol plantages een hele kleine speler. De Wereldbank registreert consumptie, maar splitst koffie, thee en cacao niet uit. Euromonitor stuurt haar berekening op, maar dit onderzoeksbureau kijkt naar miljoenen gedronken kopjes, en dan staan de Britten met 35.313 miljoen op plaats 10. Achter landen als India, China, Pakistan. Maar die hebben natuurlijk meer inwoners.

Deel je de consumptie door het aantal inwoners, zoals website Quartz in 2014 deed op basis van de cijfers van Euromonitor, dan gebruiken de Turken de meeste thee: 3,16 kilo per persoon gemiddeld per jaar. De Ieren staan met 2,19 kilo op de tweede plaats, de Britten met 1,94 kilo op de derde plaats. (Nederlanders staan met 777 gram per persoon op de twaalfde plaats.)

Conclusie

De Britten drinken nog altijd veel thee, maar wel steeds minder. En de grootste theedrinkers van de wereld zijn ze niet. Dat zijn de Turken. De bewering is dus onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt