Armpje drukken met Mozart en Schubert op zijn best

Klassiek Robeco Summernights: Liza Ferschtman & friends Gezien 9 en 10/8 Concertgebouw Amsterdam ●●● Noem het ‘the Delft Chamber Music Festival on tour’. Nadat het Delftse festival zondag met 6645 betalende bezoekers succesvol werd afgesloten, zette artistiek leider Liza Ferschtman het feestje nog twee uitverkochte avonden voort in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in 

Noem het ‘the Delft Chamber Music Festival on tour’. Nadat het Delftse festival zondag met 6645 betalende bezoekers succesvol werd afgesloten, zette artistiek leider Liza Ferschtman het feestje nog twee uitverkochte avonden voort in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam.

De oogst bleek rijk. Dinsdag leidde een Duo voor viool en altviool van Mozart met altviolist Lars Anders Tomter tot een vriendschappelijk potje armpje drukken. In Hindemiths veelal hoekige Klarinetkwartet toonde de Brit Matthew Hunt zich een degelijke maar geen betoverende klarinettist; het ‘sehr langsam’ werd toch een prachtig schaduwspel.

Soeverein was Ferschtman in Brahms’ Derde pianokwartet: met pianist Enrico Pace ontwierp ze een krachtig en duister betoog waar de meer ingetogen celliste Quirine Viersen en altvioliste Jennifer Stumm volledig mee instemden. Gelukzalig was het Andante: gul en gonzend van klank, waarbij Ferschtman bewees ook innig te kunnen fluisteren.

De serie Robeco Summernights kon volop profiteren van de ongewone combinaties die het reizende festival meebracht. Zo volgde donderdag na Beethovens Strijktrio in G – waarin elke noot werd gekoesterd – het monumentale Octet van Schubert.

Met dit werk sloot het Chamber Music Festival in de periode van artistiek leider Isabelle van Keulen (1997-2006) traditiegetrouw af; voor de twintigste editie besloot Ferschtman dit gebruik te herhalen.

Een riskante compositie is het wel: met vijf strijkers en drie blazers blijkt het een uitdaging om de dansante frasen luchtig te houden. Een zekere houterigheid werd met moeite afgeschud.

Talloze prachtige details maakten veel goed: de strijkersfrase die door een contrabaspizzicato pinnig werd afgekapt, de viriele hoornsolo van Ron Schaaper die Ferschtman delicaat omspeelde. En het elegante deinen in het menuet was Schubert op zijn best.