Als je fictie schrijft, komt álles van jezelf aan bod

Interview Renate Dorrestein

Haar werk wordt vaak als makkelijk leesbaar gezien. ‘Ik denk dan altijd aan wat Hemingway zei: easy reading is hard writing.’

Renate Dorrestein: ‘Tijdens het schrijven denk ik: welke emotie moet de lezer nu voelen opdat het verhaal maximaal tot z’n recht komt?’ Foto Koos Breukel

Zes jaar was Renate Dorrestein, toen ze de wondere wereld van de taal ontdekte. In die tijd, begin jaren zestig, leerden kinderen nog lezen met de An en moe-methode:

‘Dag An.’

‘Dag Aaf, dag Zus!’

‘Daar zijn we al!’

‘Leuk zeg. Weet je wat wij gaan doen?’

‘Nee. Wat dan?’

‘Wij gaan naar het hooiland. Heel de dag.’

Tijdens zo’n leesles las Dorrestein de zin: ‘moe is moe’. Het besef dat één woord twee betekenissen kan hebben, gaf haar een gevoel van euforie. Het was het leukste wat ze ooit had meegemaakt. Dat wilde ze elke dag wel. Inmiddels is Dorrestein tientallen romans, novellen en een autobiografie verder. In juni verscheen haar nieuwe boek: Zeven soorten honger, over een ‘exclusief kuuroord aan de Nederlandse kust, waar maatschappelijk geslaagde mannen hun overtollige kilo’s proberen kwijt te raken’, zoals de omslag van haar roman meldt.

We zitten aan de eetkamertafel van haar huis aan een lommerrijke laan in Aerdenhout. Dorrestein serveert koffie en draait sjekkies. We praten over schrijven als ambacht en over het thema dat haar boeken verbindt: de dood van haar zusje en het schuldgevoel daarover.

Hoe ging het verder na uw ‘moe is moe’-revelatie?

„Naarmate de An-en-moe-verhaaltjes interessanter werden, raakte ik meer geïnspireerd om zelf te schrijven. Ik heb heel wat boeken voor mijn twaalfde geschreven, met hoofdstukken en al. Het waren hervertellingen van verhalen die mij werden voorgelezen. Over meisjes die een schat in een kasteelkelder vinden. Een vorm van escapisme, denk ik nu.”

Waaraan wilde u ontsnappen?

„Ik was de tweede van vier kinderen. Ik had geen duidelijke rol. Toen mijn oudste zus en ik een paar jaar geleden het appartement van mijn moeder uitruimden, na haar overlijden, vond ik een trouwboekje. Als enige van de vier kinderen bleek ik niet te zijn ingeschreven. Het vatte mijn rol in het gezin fantastisch samen.”

Hoe zorgde uw fantasiewereld voor verlichting?

„In die wereld trok ik aan de touwtjes. Daar ging het zoals ik wilde.”

Er wordt wel eens van u als auteur gezegd, dat u erg ‘in control’ bent.

„Daar heeft het zeker mee te maken. Maar het komt ook doordat ik zelf graag boeken lees waarbij ik mij in handen weet van een schrijver die weet wat hij of zij doet. Ik wil niet wakker worden geschud uit een fictionele droom omdat de auteur een prutser is of mijn hand loslaat. En ik merk het ook als ik dat punt bij mijn eigen werk nog niet heb bereikt. Voortdurend denk ik tijdens het schrijven: welke emotie moet de lezer nu voelen opdat het verhaal maximaal tot z’n recht komt?”

De Volkskrant schreef over ‘Zeven soorten honger’: misschien zou Dorrestein haar eigen schrijven eens flink in de soep moeten laten lopen.

Ze glimlacht. „Ja, dat heb ik gelezen. Een eigenaardig advies.”

Het raakte u?

„Ik vond het idioot. Dat je dat zo maar schrijft in een krant.”

De recensent vond het een ‘ambachtelijk geschreven boek’, maar het maakte niet zo’n indruk omdat de auteur ‘precies weet waar ze naar op zoek is’.

„Ja, maar het blijft een eigenaardig advies. Ik dacht: ik zal jou eens adviseren om je leven in de soep te laten lopen.”

Is dat ‘leidende’ schrijven misschien moeilijker te accepteren van een vrouw dan van een man?

Ze veert op. „Wat een interessante stelling!”

Zoiets wordt niet snel over een mannelijke auteur beweerd: hij weet precies wat hij doet.

„Dat is zo. En wat mij ook heel erg opviel in die recensie-ronde over Zeven soorten honger, is dat er veel wordt geschreven over mijn vakmanschap. Niet in de zin van a good read, maar als discutabel punt. Ik lijk recensenten te prikkelen omdat mijn boeken zo gemakkelijk lezen. Ik denk dan altijd aan wat Hemingway zei: easy reading is hard writing.”

Hoe kwam u op het idee te schrijven over een kuuroord voor dikke mannen?

„Maarten, mijn partner, zit in het vastgoed. Jaren geleden heeft hij in opdracht van de gemeente Amsterdam meegewerkt aan de schoonmaakactie op de Wallen. Hij kocht bordelen op, onder meer van ene Dirk. Ik hoorde zeer exotische verhalen over hem, maar het kwam niet van een ontmoeting. Tot Maarten en ik een keer met vakantie naar Spanje gingen en op de terugweg langs Marbella reden. ‘Hier woont Dirk’, zei hij. ‘En Dirk heeft altijd gezegd dat we langs moeten komen als we in de buurt zijn’. ”

Doen! riep u.

Ze knikt. „We hebben die middag eindeloos koffie gedronken op een terras. Het werd later en later, ik kreeg trek. ‘Zullen we een broodje bestellen’, zei ik. Waarop Dirk antwoordde: ‘ik eet niet, ik ben zestig kilo afgevallen.’ Hij had dagen op de loopband doorgebracht, was cold turkey afgekickt van vijf liter champagne per dag. ‘Het was een hel, Renate’, vertrouwde hij me toe. Ik vroeg hoe hij het had volgehouden. ‘Door een weddenschap om een miljoen.’ Terwijl ik daar nog van zat te bekomen, zei hij: ‘als ik had gewed om een half miljoen, had ik het nooit volgehouden.’ Toen wist ik: dit is een verhaal.”

Lees ook onze recensie van Zeven soorten honger: Iedereen op rantsoen, behalve één

Heeft u veel research gedaan? Of wist u al dat ‘vanille’ is afgeleid van ‘vaina’, wat ‘schede’ betekent.

„Ik heb de betekenis van dat woord ooit opgezocht nadat ik een vanillestokje van een jongen cadeau kreeg als herinnering aan onze tijd samen. Daarna bleef het jaren in mijn achterhoofd hangen. Met research begon ik door op ‘diëten’ te googlen. Zo stuitte ik op ‘zeven soorten honger’, een term uit de Mindfulness-praktijk. Ik las dat je honger via het oog, de neus, het oor, de mond, het hoofd, de maag en het hart kunt hebben. Als je zelf kunt onderscheiden welke soort je hebt, ga je minder impulsief vreten. Ik zag die term op mijn scherm voorbijkomen en dacht: zo heet mijn boek.

„Het thema lag daarna nog heel lang in de marinade. Ik liep er op te kauwen, maar dacht langs te ingewikkelde lijnen en dan verdween het weer uit mijn gedachten. De laatste twee jaar kwam het door de wereldwijde aandacht voor eten en diëten in verhevigde mate terug. Toen schoot die oude anekdote mij weer te binnen.”

Het boek lijkt te gaan over de manieren waarop een mens gevuld kan worden: door voeding, liefde, een ongeboren kind en seks.

„Zo kan je het ook zien. Ik zou zelf eerder zeggen: het gaat over leegte. Maar dat is dus de andere kant van de medaille.”

Hoe raak je gevuld zonder jezelf te verliezen. Is dat niet de vraag die u opwerpt?

„Daar ben ik het mee eens. Niet voor niets vraagt mijn personage Nadine zich af: waar houden je eigen verantwoordelijkheden op en waar beginnen ze voor een ander? Nadine is iemand die door het ophouden van de schone schijn heel erg onvervuld is geraakt.”

U heeft veel geschreven over de verhouding tussen de seksen. Dacht u voor u aan het boek begon: er moet een personage komen dat dat thema verbeeldt?

„Nee, het is meer iets dat bij mijn handschrift hoort. Als je fictie schrijft, komt álles van jezelf aan bod. Daar kies je niet zelf voor, daar word je door uitgekozen op basis van de som van de gebeurtenissen uit je leven. Het verhaal is er al, het is alleen amorf. Het is een ongeboren kinderziel die door de kosmos zweeft op zoek naar een verteller. Het komt niet inclusief punten en komma’s tot je. Je moet het net zo lang in z’n bek staren, tot het zich prijsgeeft.”

Gedreven door een hogere macht?

„Het is veel gewoner dan dat. Mijn onderbewustzijn is mij ver vooruit. Op pagina dertig gebeurt er iets waarvan ik niet weet waarom. Dan laat ik het toch even staan. Op pagina tachtig snap ik waarom die gebeurtenis daar plaats heeft moeten vinden.”

Ze gaat verse koffie zetten. Vanuit de keuken roept ze: „Ik heb het er wel eens met Thomas Roosenboom over gehad. Thomas is een extreme planner, hij maakt schema’s op vellen behangpapier. Hoe kun je dat op het droge uitdenken, vroeg ik. Hij geloofde niet dat ik overrompeld word door mijn eigen plotwendingen.”

We komen te spreken over haar jongste zusje, dat Dorrestein zo onvergetelijk neerzette in haar autobiografie Het perpetuum mobile van de liefde (1988). Haar zusje was pas twintig toen zij van een flatgebouw sprong, maar in haar korte leven had zij volgens Dorrestein wel bewezen dat zij schrijftalent had. „Het was geen gerijpt vermogen, maar de dingen die zij schreef waren énig.”

Vier jaar geleden kreeg u een ‘writer’s block’ toen u wilde schrijven over iemand met een familielid dat suïcide had gepleegd. Hoe kwam u ertoe dat thema weer op te pakken?

„Pas door die blokkade besefte ik dat ik een boek wilde schrijven dat een eind moest maken aan zelfmoord in de wereld. Het heeft zeker een half jaar geduurd voordat ik snapte waar ik mee bezig was. Dat alles wat ik tot dan toe had geschreven, vlucht-exercities waren geweest om te ontkomen aan die ene opdracht die mij als auteur zou legitimeren.”

U legde de lat hoog.

„Ik dacht dat ik de dood van mijn zusje had moeten verhinderen. Met die gedachte heb ik mezelf dertig jaar gekweld. Het is megalomaan, ik weet het. En het doet ook geen recht aan de worsteling van iedereen die toch van het dak is gesprongen of dat touw om zijn nek heeft geknoopt.”

Ze heeft er vaak met Joost Zwagerman over gesproken, vertelt ze. Kort voor zijn dood zei hij tegen haar dat hij heel teleurgesteld was over Weerwater, haar eerste roman na De blokkade, het verslag van haar zoektocht naar de oorzaken en gevolgen van haar writer’s block.

Waarom viel het boek hem tegen?

„Joost had gehoopt dat ik het ultieme antizelfmoordboek zou schrijven. In plaats daarvan schreef ik een boek over de ondergang van de wereld. ‘Je zal dat boek toch een keer moeten schrijven’, schreef hij. Ik heb hem teruggeschreven dat ik mij van die zelf opgelegde verplichting ontheven voel. Maar hij bleef het herhalen.”

U zou het ook als een compliment kunnen opvatten: hij achtte u in staat het ultieme antizelfmoordboek te schrijven.

Ze zwijgt even. „Daar heb je gelijk in, maar ik blijf bij mijn besluit.”

U heeft sinds uw ‘writer’s block’ drie boeken geschreven. Betekent dat ook dat u de dood van uw zusje heeft verwerkt?

„Op advies van een vriendin heb ik een therapeut bezocht die veel weet van EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, red.). EMDR is een therapie waarbij traumatische gebeurtenissen van je korte-termijngeheugen naar je lange-termijngeheugen worden verplaatst. Ik heb vier sessies gedaan, maar het waren met gemak de meest afgrijselijke sessies van mijn leven. Toen een vriend mij vroeg waarom ik die therapie had gedaan, moest ik graven in mijn geheugen. Ik wist het oprecht niet meer. ”

Missie geslaagd?

„Missie geslaagd.”