Ze dacht dat Nederland veilig was

Intimidatie

Deze juriste helpt het Strafhof bij een onderzoek naar vermeende Israëlische oorlogsmisdaden in Palestina. Nu wordt zij met de dood bedreigd.

Nada Kiswanson (31) twijfelde lang over media-aandacht. Bang dat dit de dreigementen verergert. Of gekken aantrekt. Foto David van Dam

De persoonlijke intimidaties beginnen in februari met een eigenaardig telefoontje. Een dame van het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid belt en zegt onderzoek te doen naar het zikavirus. Ze vraagt of Nada Kiswanson onlangs griep heeft gehad. Nee, antwoordt Kiswanson. De dame wil haar toch wat informatie toesturen. Goed, zegt Kiswanson, om ervan af te zijn.

Pas als de vrouw bedankt voor haar adresgegevens en afsluit met „Dit is een zaak van leven of dood”, schrikt Kiswanson. Zika is bij haar weten niet dodelijk. Ze laat haar man naar het ministerie bellen. Dat heeft geen telefonisch onderzoek gedaan.

Kiswanson weet wel dat ze niet bij iedereen geliefd is. De 31-jarige juriste levert namens verschillende Palestijnse mensenrechtenorganisaties materiaal aan het Internationaal Strafhof dat moet aantonen dat Israël zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.

Haar collega’s in de bezette Palestijnse gebieden worden geregeld gehinderd bij hun werk. Maar Kiswanson, een alumna van de Universiteit Leiden met de Jordaanse en de Zweedse nationaliteit, waant zich veilig op kantoor in Den Haag – de zogenoemde hoofdstad van het internationaal recht. Net als in haar huis, nabij Den Haag, waar ze woont met haar Nederlandse man en dochter van twee.

Die illusie verdwijnt een week na het rare telefoontje van ‘Volksgezondheid’ definitief. Dan wordt een naast familielid van Kiswanson in Zweden gebeld, door ene Rami. Die zegt dat hij een Palestijn is. Volgens het familielid spreekt de beller echter Arabisch met een vreemd accent. Het familielid moet Nada stoppen, zegt Rami. „Als ze niet stopt met haar werk vagen we haar van de aardbodem.” Nada Kiswanson doet aangifte.

Weer een week later wordt Kiswanson thuis gebeld, op een nooit eerder gebruikte vaste lijn. De beller noemt zich Abu Rami en is naar eigen zeggen een medewerker van de Palestijnse geheime dienst. „Schatje”, zegt Abu Rami, met dedain. „Je bent in groot gevaar. Je moet stoppen met wat je doet.” Noem me geen schatje, schreeuwt Kiswanson terug, voor ze de hoorn erop gooit en 112 belt. Terwijl ze om hulp vraagt, begint ze te hyperventileren. Ze kalmeert pas als er agenten binnenkomen. Zij adviseren haar tijdelijk haar huis te verlaten. Ze verlaat het land.

Loopgraven

Kiswanson oogt niet als een bange vrouw. Ze praat bedachtzaam. Kijkt fel als ze over mensenrechten praat. Kleedt zich diplomatiek – lange broek, beige panty, platte schoenen. Klaagt niet over angsten. Probeert de dreigementen niet haar gezinsleven te laten beïnvloeden.

Kiswanson weet dat haar werk moeilijkheden met zich meebrengt. Haar werkgever Al Haq was vorig najaar al mikpunt van een smaadcampagne. Zo kregen buitenlandse geldschieters anonieme e-mails en telefoontjes waarin Al Haq corrupt werd genoemd. Maar die lastercampagne faalde, omdat accountants verklaarden dat ze nooit sporen van corruptie hadden gevonden.

Al Haq geniet bovendien een uitstekende reputatie. Zo ontving de organisatie in 2009 de Nederlandse Geuzenpenning uit handen van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen, onder meer vanwege haar ‘betrouwbare aanpak’. Al Haq documenteert en agendeert vermeende mensenrechtenschendingen in Palestina door Israël en door Palestijnse autoriteiten.

Israël toont zich al jaren getergd door mensenrechtenorganisaties die zijn beleid bekritiseren. Zo sprak een Israëlische bewindsman in 2010 van ‘juridische oorlogsvoering’ tegen Israël. „Vandaag de dag zijn de loopgraven in Genève bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, (…), of bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.”

En Israël vuurt terug. Mensenrechtenactivisten worden geregeld gearresteerd en vernederd. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt, hun kantoren worden leeggehaald. De Israëlische minister van Justitie vraagt buitenlandse collega’s te stoppen met het subsidiëren van organisaties als Al Haq. De Nederlandse overheid subsidieert Al Haq al jaren.

‘Absurd’

Als de politie Kiswanson vertelt dat ze het telefoontje van Volksgezondheid niet kunnen traceren – exceptioneel, vertelt de politie erbij – worden voor Kiswanson haar ergste vermoedens bevestigd: Israël zit hierachter. „Wie anders heeft er belang bij dat ik mijn werkzaamheden neerleg? En wie kan een nummer uit de logboeken van het Nederlandse telefoonnet laten verdwijnen?”

De politie vindt die redenering heel plausibel, krijgt Kiswanson van verschillende agenten te horen. De dreigementen lijken veel te geavanceerd voor een particulier. Hier moet een grote organisatie achter te zitten.

De Israëlische Mossad staat bekend als een zeer professionele geheime dienst, die verantwoordelijk wordt gehouden voor tal van geraffineerde spionageacties en liquidaties, ook op Europees grondgebied. In 2010 richtten de Israëlische veiligheidsdiensten een speciale eenheid op die informatie verzamelt over organisaties die volgens Israël de reputatie van het land kunnen schaden.

De verdenking van Kiswanson is echter „absurd”, zegt een woordvoerder van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken tegen NRC. Uitgebreider willen de Israëlische autoriteiten niet reageren.

Boeket

Nadat Kiswanson enkele dagen met haar gezin elders heeft gebivakkeerd, keert ze terug naar huis. Maar ze blijft op haar hoede. Ze denkt niet dat ze zal worden omgelegd. Maar ze sluit niet uit dat haar of haar dierbaren iets wordt aangedaan.

Want die suggestie wordt gewekt. Hoewel de bedreigingen duidelijk betrekking hebben op haar werk, richtten ze zich vrijwel allemaal op Kiswansons huis of familie. In de speeltuin wordt ze twintig minuten lang aangestaard door een man in een net pak. Als ze voor hem wegloopt, staan er bloemen voor haar deur. Een roze boeket. Met een gedrukt briefje, in het Nederlands, van Abu Rami. „Beste Nada, wij waarderen je werk en zullen goed voor je blijven zorgen.”

Kiswanson probeert intussen de politie duidelijk te maken dat de bedreigingen serieus zijn. Dat lukt niet, tenminste, zo voelt het. Ze krijgt steeds andere dienders, van verschillende bureaus, die niet snappen wat haar werk inhoudt. Ze krijgt geen veiligheidsadviezen.

Daarom neemt ze zelf een advocaat in de hand, van het bekende kantoor Prakken d’Oliveira, in de hoop dat die de Nederlandse autoriteiten wakker kan schudden. Het is dan half maart.

Een collega van mensenrechtenorganisatie Amnesty International probeert de zaak van Kiswanson intussen ook aan te kaarten bij de Nederlandse autoriteiten. Dan wordt zijn e-mail gehackt. Vanuit het Zweedse stadje waar de familie van Kiwanson woont. Dat kan haast geen toeval zijn. Het lijkt op een dreigement. In paniek sluit Amnesty haar kantoor in Den Haag, net als drie andere organisaties die met het Strafhof werken.

‘Onacceptabel’

En dan zijn de Nederlandse veiligheidsdiensten pas gealarmeerd, volgens Kiswanson. Ze wordt naar het politiebureau geroepen om nog eens het hele verhaal te vertellen, de recherche vormt een speciaal onderzoeksteam en er worden internationale rechtshulpverzoeken gedaan. Twee weken later hoort Kiswanson dat ze bescherming krijgt. Het is dan al april.

De ministeries van Veiligheid en Justitie en van Buitenlandse Zaken zijn intussen ook betrokken – en geschrokken. Dit is voor zover bekend voor het eerst dat een mensenrechtenjurist die werkt met het Strafhof op Nederlandse bodem wordt bedreigd. Niet zo best voor de reputatie van het gastland voor tal van internationale organisaties. Nederland is volgens zijn overeenkomst met het Hof verplicht medewerkers van mensenrechtenorganisaties die samenwerken met het Hof te beschermen.

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) noemt de bedreigingen in mei in een brief aan de internationale mensenrechtenorganisatie FIDH dan ook een „ernstige zaak” en „onacceptabel”. Zulke klachten worden „serieus genomen” garandeert hij, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie. De veiligheidsdiensten „monitoren de situatie nauwlettend”.

Buitenlandse Zaken organiseert daarop bijeenkomsten over de kwestie met het Internationaal Strafhof, mensenrechtenorganisaties, het Openbaar Ministerie, de politie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.

Kleren

Maar de dreigementen stoppen niet. Er zijn talloze telefoontjes, die Kiswanson niet beantwoordt. Van geheime nummers, maar ook uit Argentinië. Haar e-mailadres begint zichzelf te mailen, in het Spaans. Computerprogramma’s slaan op hol. Gaan aan en uit. Wachtwoorden werken niet meer.

Als Kiswanson een prepaid simkaart koopt, hangt Abu Rami binnen een etmaal aan de lijn. Als Kiswanson bij familie in Jordanië logeert, belt ‘een vriend van Abu Rami’ op de mobiele telefoon van een naast familielid, om Kiswanson in gebroken Arabisch welkom te heten.

De recentste dreigementen zijn het meest geraffineerd. Eind mei worden er glimmende folders in de brievenbussen van het postcodegebied rond Kiswansons huis gestopt. Met daarop haar naam, adres en geheime telefoonnummer. Met de boodschap, in slecht Nederlands, dat Kiswanson werkt aan ‘het versterken van de Islamitische basisstructuur’ en daarom kleding inzamelt voor vluchtelingen. Niet alleen liggen er daarna hopen kleren voor haar deur, Kiswanson krijgt ook tal van telefoontjes van bezorgde buren die ‘geen moslims’ en ‘geen moskeeën’ in de buurt willen.

Op 11 juli ontvangt Al Haq vanuit Oostenrijk een anonieme donatie op een online betalingssysteem waar nog geen enkele ruchtbaarheid aan is gegeven. Om Kiswanson te bedanken voor haar steun aan de vluchtelingen.

Afgelopen donderdag ontvangt Kiswanson een sms op haar nieuwe mobiele telefoon, waarop ze een versleutelprogramma heeft geïnstalleerd, in de hoop dat haar berichtenverkeer voor haar bedreigers verborgen blijft. De sms, in gebroken Arabisch, komt van een Zwitsers nummer en luidt: „Nada, schatje, ik ben ontzettend blij om te zien dat je veilig probeert te blijven door een versleutelprogramma te gebruiken. We zijn nooit veilig en dat blijft hopelijk zo. Je vriend, Abu Rami.”

Toch piekert Kiswanson niet over stoppen. Zij is de schakel tussen de Palestijnse mensenrechtenorganisaties en het Internationaal Strafhof. Haar contact met het bureau van de aanklager van het Hof is goed en persoonlijk. Kiswanson heeft ruim vijf jaar ervaring met dit werk. En ze vreest dat niemand haar plek durft in te nemen als zij zich laat verjagen.

Ze twijfelde wel lang over media-aandacht. Bang dat dit de dreigementen verergert. Of gekken aantrekt. Maar ze denkt dat het rechercheonderzoek geen gerechtigdheid zal brengen. En ze wil zich niet de mond laten snoeren. Kiswanson: „Men moet weten dat een mensenrechtenjurist op Nederlands grondgebied wordt bedreigd. Dat is een feit. Of de Nederlandse diensten onze veiligheid kunnen garanderen, is nog een vraag.”

Omwille van het strafrechtelijk onderzoek naar de dreigementen is de naam Rami gefingeerd. Om familieleden van Nada Kiswanson te beschermen zijn op haar verzoek hun namen en woonplaatsen weggelaten.