Stop hem niet in een dwangbuis

Opinie Wil je meedoen aan de Spelen, dan moet je je kwalificeren, geen doping gebruiken en geen strafbare feiten plegen. Over al het andere in het leven van een sporter hebben bestuurders niets te zeggen, vindt Auke Hulst.

Foto Robin Utrecht/ANP

Yuri van Gelder is in een nachtclub beland en om zes uur ’s ochtends teruggekeerd in het Olympisch dorp, waar hij voor geluidsoverlast heeft gezorgd. Daarop heeft Maurits Hendriks, de akela van TeamNL, hem naar huis gestuurd. Dat is wat we nu ongeveer weten.

Ik hoop dat de biertjes Yuri gesmaakt hebben – hij had ze verdiend. Na twaalf jaar eindelijk op de Spelen en gekwalificeerd voor de finale aan de ringen. Een finale die overigens niet morgen of overmorgen zou plaatsvinden, maar op maandag 15 augustus. Een volle week na het ‘misdrijf’.

Het nieuws maakte me kwaad, merkte ik. Niet zozeer vanwege Van Gelder – hoewel het me zeer voor hem spijt – maar vooral omdat de affaire exemplarisch is voor een aantal ontwikkelingen. Laat ik dat inzichtelijk maken aan de hand van argumenten die ik via social media toegezonden kreeg van mensen die het juist zeer terecht vonden dat The Lord of the Rings op het vliegtuig is gezet.

• Regels zijn regels, hij wist dus wat hij wel en niet mocht

Een sporter móét die overeenkomst met NOC*NSF ondertekenen, anders geen Spelen. Chantage heet dat. De voorwaarde voor deelname aan de Olympische Spelen zou kwalificatie moeten zijn, niet de bereidheid een tot conformisme dwingend convenant te tekenen. Van zulke eenzijdige ‘overeenkomsten’, waarbij de partij met een machtspositie dicteert wat de machteloze partij moet doen en laten, is de maatschappij in toenemende mate vergeven. Gebruikersvoorwaarden, publicatievoorwaarden, leveringsvoorwaarden: je kunt er donder op zeggen dat ze vooral de plichten van het individu vastleggen, en proberen de schending van hun rechten met legalese te omhangen. Zo ook bij TeamNL, een naam die al genoeg zegt. Een sportnatie vermomd als multinational.

• 99,99 procent van de sporters heeft geen enkele moeite zich aan die overeenkomst te houden. Dus…

Dus wat? Het is niet verboden te stappen en te drinken. Het is door de sportkoepel verboden gemáákt. Misschien leest 99 procent van de sporters ook geen boek. Dan zou het nog steeds belachelijk zijn als het NOC zou bepalen dat je alleen aan de Spelen mag deelnemen als je belooft geen boek te lezen. (‘Wie met zijn neus in een boek zit, doet niet goed mee aan het groepsproces.’) De overeenkomst is het probleem. Daarmee proberen bestuurders van sporters eenheidsworsten te maken. Wat op de lange termijn overigens zeer slecht is voor het draagvlak van de sport.

Let wel, ik snap dat geluidsoverlast vervelend kan zijn. Ik zou zeggen: it’s part of life. Maar als je het collectief niet tolereert, kun je als TeamNL gerust zeggen: we willen je niet meer bij ons in het dorp, dat geeft onrust. Maar niet: je mag niet meer meedoen aan de finale waarvoor je je conform de regels hebt geplaatst. Daar gaat TeamNL helemaal niet over.

• Wij betalen topsporters, dus hebben we het recht iets van ze te eisen.

Mis. We hebben nergens recht op. Sporters, zeker individuele, sporten niet voor ons of voor een koepel, maar voor zichzelf. En wij mogen daar naar kijken, omdat we daar plezier aan beleven. Ze krijgen betaald omdat ze talent hebben en presteren. Op dezelfde manier worden ook kunstenaars en schrijvers gesubsidieerd: op grond van wat ze met hun kunst bijdragen. Schrijvers moeten weliswaar aan eisen voldoen om van het Letterenfonds een werkbeurs te kunnen krijgen – een boek schrijven binnen een gegeven periode, en je onderwerpen aan een inkomenstoets – maar op die toets na gaat het dus over prestatiecriteria. Niet over gedragseisen, terwijl het vele zuipen in schrijverscafés toch wel degelijk invloed heeft op de focus op het beloofde werk (en de werking van de hersencellen). Topsporters moeten voldoen aan prestatiecriteria: limieten, vormbehoud aantonen, kwalificatiewedstrijden winnen. Eenmaal op de Spelen is het woord aan de klok, de jury, het scorebord, de dopingcontroleur. Sport is het kwantificeren van verschil in fysieke mogelijkheden en talent. Sport is niet bedoeld om de klootzakken van de lieverdjes te scheiden, of de asceten van de losbandigen.

• Topsporters hebben een voorbeeldfunctie.

De zogenaamde ‘voorbeeldfunctie’ wordt vooral ingezet om gedrag de kop in te drukken dat door de sport als bedrijfstak ongewenst wordt geacht. Dat wordt steeds extremer, en wordt nu dus al contractueel vastgelegd. Vervlogen zijn de tijden van George Best of Paul Gascoigne. Dit is wat ik dacht, toen ik hoorde dat Van Gelder al op het vliegtuig zat: ‘Pas op, het lijkt net een mens – snel verwijderen voor hij de rest aansteekt.’

Ik heb nieuws: de wereld bestaat uit uiteenlopende typen mensen, en het ene type is lastiger dan het andere. Ik zou tegen de sportbestuurders willen zeggen: deal with it. Tref sancties wanneer iemand over de schreef gaat – doping of strafbaar gedrag – maar kom niet met ‘extra’ regels bovenop de regels. En wat is eigenlijk het voorbeeld dat gegeven wordt? Dat presteren niet genoeg is, maar dat je je ook hebt te voegen naar machtsstructuren die van je eisen dat je nooit uit de pas loopt? Dat je nooit eens een ‘foute’ uitspraak mag doen, nooit uit de band mag springen, nooit blijk mag geven van ware menselijkheid? Dat wie niet bereid is alles opzij te zetten voor 1 procent extra, als sporter mislukt is? Dat het oké is om door te rijden wanneer je teamgenoot voor dood in de goot ligt – zoals schrijver James Worthy terecht opmerkte – maar dat het tijd is voor klets-klats-klander wanneer iemand naar een nachtclub gaat om te doen waar de nachtclub voor bedoeld is?

Ik zie dit niet alleen in de sport, in de volle breedte van de maatschappij wordt de bandbreedte van geaccepteerd gedrag steeds nauwer. De gedrags- en gedachtenpolitie perst mensen in een dwangbuis van een slaapverwekkende persoonlijkheid. Een geïndividualiseerde wereld? Het Koninkrijk der Klonen zul je bedoelen.

Auke Hulst is romanschrijver, medewerker van NRC’s boekenbijlage en amateur zaalvoetballer.