Stilistische hekserij is een onmisbare zegen

Verhaaltjes en plaatjes. Harry Potter and the Cursed Child. Nyk de Vries. Botticelli’s Venus.

’s Nachts in de rij voor de boekhandel wachten ging me te ver. Maar ik had begin juni wel de nieuwe Harry Potter vooruit besteld, verleid door een teaser van Amazon. Je bent fan of je bent het niet en ik ben er een. Ik las alle Potter-romans zodra ze uitgekomen waren en van de laatste twee delen bezit ik zelfs dubbele exemplaren – ik lees in bed en zodra mijn ogen een fractie dicht zakten, voelde ik dat mijn echtgenoot het Potterboek uit mijn handen probeerde te trekken. Potter gaf heibel. Dan maar elk een eigen boek.

Dat pre-orderen blijkt nergens op te slaan. Als Harry Potter and the Cursed Child wordt bezorgd, ligt hij al dagen in de boekhandel. Nu ja. Gauw lezen.

Na 70 pagina’s geef ik het maar toe. Ik kom er niet erg doorheen. Dit is een toneelstuk, zo’n Brits geval met van die snedige pingpong-dialogen. Acteurs kunnen er wonderen mee doen, maar voor een lezer is het gepruttel. Blijft dit zo? Ik sla het boek op goed geluk verderop open. Pagina 146.DRACO Sorry about your kitchen, Ginny.GINNY Oh, it’s not my kitchen. Harry does most of the cooking.Ping. Pong. Pff.

De Potter-saga gaat verder, maar wat heb ik daaraan zonder de stilistische hekserij van Jo Rowling? Dit is los zand. In het theater in Londen wordt er een taartje van gebakken en een filmer zal er een kasteel van bouwen, daar kun je donder op zeggen (al is de vraag hoe dat moet. Potter en zijn vrienden zijn in dit verhaal van middelbare leeftijd. Acteur Daniel Radcliffe en zijn collega’s zijn nog geen dertig en wij fans willen geen andere acteurs). Maar op zichzelf staan kan dit boek niet. Een roman is méér dan zijn verhaaltje, zelfs als dat onthult hoe het verder gaat, met Harry, met Voldemort, met Harry’s jongste zoon, een moeilijk kind en dat is-ie.

De Friese dichter Nyk de Vries stuurt me een link van het korte hoorspel dat hij destilleerde uit zijn vader-zoonroman Renger. Mooi boek, beukende woorden, met in het hart een zoon die zijn vader de waarheid moet zeggen om hen beiden te verlossen van de beklemming door de leegte, de leegte van dat eindeloze akker- en weiland en de leegte van de geest.

Twintig minuten hoorspel tegen een roman van 350 pagina’s, gaat dat goed? Ja. Want Nyk de Vries laat het verhaal voor wat het is. In zijn hoorspel (een artistieke vorm van de podcast, ik zeg het maar even) balt hij zijn boek tot een muzikale, maniakale vuist. (Wie het wil beluisteren moet naar Lowlands. Of hij stemt op 20 augustus af op Radio 1.)

Maar nu. Nu zou ik moeten betogen dat ik niks moet hebben van die kunst-emoji’s. Ze zijn nog niet vrijgegeven, maar binnenkort krioelen ze door de sociale media, naast de smiley’s en de hartjes: een bolhoed-met-groen-appeltje (naar Magrittes Le fils de l’homme), een diamanten schedeltje (For the Love of God van Damien Hirst) of, mijn favoriet, het blote poppetje waarin je direct Botticelli’s pasgeboren Venus vermoedt. Allemaal brutaalweg herleid tot onschuld en gestileerd tot een grapje. Een boek is meer dan zijn verhaaltje en beeldende kunst is meer dan het plaatje – en toch vind ik deze emoji’s een aanwinst. Ze zijn raak en ze zijn gek. Ze suggereren dat kunst vanzelfsprekend is in het dagelijks leven. En zo is het. We kunnen niet zonder, want we willen niet zonder (ook als we denken van wel).