Station waar levens stopten

Tweede Wereldoorlog Ter herinnering aan de moord op duizenden Joodse arbeidsslaven wordt op particulier Nederlands initiatief volgende maand in het Poolse Cosel een gedenkteken onthuld.

Aan het bestaande goederenstation, precies op de laatste plaats waar de Joden uit de treinen zijn gehaald, komen plaquettes waarop staat dat hier 9.000 mannen jongens uit de trein gehaald werden. Foto Harry Burema

Hij noemt het een vrijwel onbekend oorlogsdrama. Slavenhandel die aan duizenden Joden het leven kostte maar onder het grote publiek nauwelijks bekend is.

Herman van Rens (70 jaar) zit op de bank van zijn woning in Beek. In deze Zuid-Limburgse plaats had hij dertig jaar lang een praktijk als huisarts. Op zijn 59ste ging hij aan de Universiteit van Amsterdam geschiedenis studeren en drie jaar geleden promoveerde Van Rens op een onderzoek naar de vervolging van Joden en Sinti in Nederlands Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Zijn werkkamer op de eerste verdieping doet nu dienst als het Holocaust Informatiecentrum Limburg. Ieder jaar organiseert Van Rens samen met zijn echtgenote Annelies (70 jaar en gepensioneerd lerares) een reis naar het concentratiekamp Auschwitz om belangstellenden te informeren over de gruwelen van de Holocaust. „De belangrijkste historische gebeurtenis van de twintigste eeuw. Er werden miljoenen mensen vermoord om geen andere reden dan dat zij waren geboren als Joden of zigeuners”, zegt Herman van Rens.

Cosel

De historicus is deze dagen druk met het project dat op 2 september zijn beslag moet krijgen in Polen. In de gemeente Cosel (Kedzierzyn-Kozle) wordt op zijn initiatief op het oude goederentreinstation van deze plaats in Opper-Silezië een gedenkteken onthuld voor Joodse slachtoffers. Tussen 29 augustus en 10 december 1942 werden achttien deportatietreinen met Nederlandse Joden die vanuit kamp Westerbork in Drenthe op weg waren naar Auschwitz in Cosel tot stilstand gebracht.

„Tot dan toe hadden Joodse gezinnen 36 uur in een personentrein een redelijk comfortabele treinreis. Ze dachten in het oosten vreselijk zware arbeid te moeten gaan verrichten maar hadden zich getroost met de gedachte dat ze in ieder geval als gezin bij elkaar zouden blijven. Maar toen stopte de trein opeens en werden ze afgeblaft als rot-Joden. De mannen werden met zwepen uit de trein geslagen en moesten met het gezicht naar de grond op een rij op het perron gaan liggen. Na twintig minuten ging de trein met de overigen verder, naar de gaskamer”, vertelt Van Rens.

Ook vijftien transporten uit Frankrijk en zes uit België zouden op deze manier in Cosel worden behandeld. In totaal werden er ruim 9.000 Joodse mannen en jongens uit de trein gehaald. 3.540 van hen waren Nederlandse Joden. De eerste trein die in Cosel werd gestopt zat toevalligerwijs vrijwel volledig vol met Limburgse Joden die op 25 augustus 1942 waren gearresteerd. Slechts 188 Nederlandse Joden zouden ‘Cosel’ overleven.

Moderne slaven

De uit de trein gehaalde mannen werden verspreid over tientallen Arbeitslager. Als moderne slaven moesten ze aan de slag in Duitse kolenmijnen, wapenfabrieken of bouwbedrijven. De grootste van de kampen was Blechhammer (Blachownia), waar de Oberschlesische Hydrierwerke uit steenkool benzine vervaardigde.

„Dat er ook Joden waren die niet meteen de gaskamers werden ingedreven maar eerst werden uitgeknepen door ze bezittingen af te nemen en ze te gebruiken als arbeidskracht sprak veel minder tot de verbeelding. Ik denk dat hun lot daarom minder bekend is”, zegt Herman van Rens. „Terwijl het aantal Nederlandse mensen dat Cosel niet overleefde groter is dan het aantal slachtoffers van beruchte kampen als Mauthausen, Bergen-Belsen of Theresienstadt.”

Volgende maand worden die slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog definitief uit de vergetelheid gerukt. Op een bijna honderd jaar oud en niet meer in gebruik zijnd goederenstation in Cosel zullen tientallen Limburgers ze herdenken. Nazi-jager Serge Klarsfeld en vijf nabestaanden zullen – 74 jaar nadat de Joodse slachtoffers er uit de trein werden gehaald – het monument onthullen. „Het is goed dat op deze manier deze heilige plek voor de Europese Joodse geschiedenis niet vergeten raakt.”