‘Potige bewakers in tijden van terreur?Dat is niet des kerks’

Interview René de Reuver, scriba PKN

De nieuwe algemeen secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland was predikant in de Haagse Moerwijk, een relatief arm deel van de stad met veel PVV-stemmers. „Ze vragen zich af: waar blijf ik, wie bekommert zich om mij?”

Dominee René de Reuver: „Er is een blinde vlek in het publieke debat voor de meerwaarde van godsdienst.” Foto Olivier Middendorp

#PrayforNice, #PrayforTurkey, #PrayforMunich, #PrayforFrance. Toen vorige maand de ene aanslag de andere opvolgde, rolden op Twitter de hashtags met gebeds-oproepen over elkaar heen. Maar wat moest er precies gebeden worden? En tot wie of Wie?

Toen dominee René de Reuver, de kersverse algemeen secretaris (‘scriba’) van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), het nieuws over de aanslag op 14 juli in Nice in een WhatsApp-groepje deelde met zijn collega’s, kwam het idee op om zelf een gebed te schrijven. „Dominees zijn toch een beetje beroepsbidders”, zegt De Reuver op het secretariaat van de PKN in Utrecht. „Bovendien wordt bidden door de buitenwereld herkend als iets eigens van de kerk, meer dan bijvoorbeeld een beschouwend stuk van een kerkleider.”

De Reuver, tot midden juni predikant in Den Haag, wilde in het gebed voor Nice een aantal gevoelens en waarden uitdrukken. De hulpeloosheid, bijvoorbeeld, die veel mensen bij een verschrikkelijke aanslag ervaren. „Het gevoel dat de hemel dichtzit en God zich niet laat zien.” Maar ook: „Proberen te vermijden dat wijzelf worden verteerd door wrok en haat. Dan worden we net als de aanslagpleger zelf.” Ook wilde hij die gevoelens verbinden aan Bijbelse taal die de pieken en dalen van de menselijke geschiedenis benoemt.

Angst en haat

De Reuver bad op basis van Bijbelboek Psalmen, uitPsalm 55: „Luister, God, naar mijn gebed, verberg U niet als ik om hulp smeek.” En verder onder meer: „Geef dat angst en haat ons hart niet vullen en ons uit elk-ander drijven.” Op zondag 16 juli klonk in veel protestantse kerken dit gebed (de hele tekst staat op de website van de PKN).

Twee weken later klonk een heel ander gebed. Op 26 juli dwongen twee ‘soldaten van IS’ de Franse priester Jacques Hamel te knielen bij het altaar van de katholieke kerk van Saint-Étienne-du-Rouvray. Ze begonnen te filmen en sneden Hamel de keel door. Na hun daad baden de twee terroristen tot Allah.

De afgelopen weken belden steeds meer kosters, kerkenraadsleden en kerkelijke vrijwilligers het secretariaat in Utrecht. Om hun verontwaardiging en verdriet te delen over wat er in Saint-Étienne-du-Rouvray was gebeurd. En om hun zorgen te uiten over de veiligheid binnen hun kerkgebouw.

Potige bewakers

De Reuver liet het gebed deze keer aan de kerken, en richtte zich op de praktische zorgen en de verontwaardiging. Kerken door potige bewakers laten beveiligen, is niet des kerks zegt hij. „De essentie van de kerk is juist haar openheid. Kijk hoe Jezus zelf opereerde. Stop het zwaard terug in de schede, zei hij. Keer de andere wang toe.”

Maar, zegt hij, dat betekent niet dat je naïef moet zijn. „De overheid draagt het zwaard niet tevergeefs. Ik ben geen pacifist. Dat betekent in dit geval: als iemand de kerk binnenloopt met een rugzak, en je denkt: wat is dit, wat gebeurt hier? Dit vertrouw ik absoluut niet. Dat je als kerklid weet wat je dan moet doen, en snel en gemakkelijk de politie kunt bellen. Voor die gevallen gaan we een handleiding, een soort protocol, opstellen.”

Het balanceren tussen openheid en veiligheid, ontspannen gastvrijheid en gezonde scepsis of zelfs wantrouwen leerde De Reuver de afgelopen jaren als predikant van de Marcuskerk in de Haagse Moerwijk. Daar bestaat een precair evenwicht tussen mensen van buitenlandse afkomst (zo’n 70 procent) en lager opgeleide autochtone Nederlanders. 20 procent stemt er PVV.

Uitgerekend daar plande de gemeente Den Haag onlangs de komst van een serie statushouders – vluchtelingen met een verblijfsvergunning. „Toen hebben we bij de gemeente aan de bel getrokken”, vertelt De Reuver. „We zeiden niet: o natuurlijk, vluchtelingen, laat maar komen. Nee, we zeiden: moet dat nou wel? Dit is een uiterst kwetsbare wijk waar al zoveel kwetsbare mensen wonen. Als er statushouders bij komen, verzuipt deze wijk wel als je het bootje zo zwaar gaat belasten. Waarom gaan jullie niet naar wijken die het beter kunnen hebben, zoals het Statenkwartier?”

De gemeente zette het plan door. Logisch, zegt De Reuver „want de woningen in Moerwijk zijn nu eenmaal veel goedkoper dan in het Statenkwartier. Maar een kerk is er niet voor het financiële perspectief. Wij moeten in zo’n situatie juist het menselijke perspectief laten zien.”

Misschien dat het aantal PVV-stemmers in de wijk verder toeneemt door de komst van statushouders en na de golf van nieuwe aanslagen in Europa. „Nou”, zegt de dominee. „Die PVV’ers zijn dan wat mij betreft ook in de kerk van harte welkom. We hebben die PVV-stemmers nu ook al. We voeren er vaak best moeilijke gesprekken mee, al was het maar omdat ze zelf denken dat ze dat niet in de kerk mogen zeggen. Ook ben ik het niet met hun standpunt eens. Sterker: ik denk dat in een vluchteling, iemand die ongevraagd op je pad komt en vanuit grote nood om je hulp vraagt, iets van Christus schuilt. Maar ik zal niet zeggen dat je als kerkganger geen PVV mag stemmen. Dan zet je mensen weg. Dat mag je als kerk niet doen.”

Marginale plek

Geen aankondiging in het NOS Journaal van De Reuvers benoeming midden juni. Geen plaats aan de tafel van talkshows. Het tekent de inmiddels marginale plek die de protestantse kerk – ooit de onofficiële staatskerk van Nederland – heeft in een sterk geseculariseerde samenleving. Het kan De Reuver soms best ergeren. „Er bestaat nu eenmaal een blinde vlek in het publieke debat voor de meerwaarde van godsdienst.”

Anderzijds realiseert de predikant zich ook dat de kerk haar meerwaarde vindt juist buiten de televisiestudio’s. Het gaat daarbij om even tere als kwetsbare momenten. Ter illustratie: terug naar die PVV-stemmer en de vluchteling. „Het gesprek met de PVV-stemmer gaat, zoals met zoveel gemeenteleden, over eigen verlangens en angsten. Mensen in Moerwijk zien voorzieningen naar de ander gaan. Ze vragen zich af: waar blijf ik, wie bekommert zich om mij?

„Juist over die zorgen moet je praten, wil iemand zich een beetje openen. Dan pas kom je op het voor de kerk belangrijke gesprek. Wat betekent het, dat wij als heel verschillende mensen, toch met die Ene verbonden zijn? Met God die zich juist wel om ons wil bekommeren?

„Dat hoeft helemaal geen zoetsappig gesprek te zijn. Houd het juist spannend, expliciteer dingen. Vertel als dominee dan ook wat christelijke barmhartigheid inhoudt: die betekent juist níét de ene groep tegen de ander uitspelen door te zeggen: wat de ene groep vluchtelingen krijgt, krijgt de ander niet. Dat werkt polariserend. De kerk wil er juist voor beide groepen zijn.”

Brood en wijn delen

Soms wordt dan een van de mooiste dingen mogelijk die kerk en gelovige kan overkomen. Dat vluchteling en PVV-stemmer samen ten Avondmaal gaan (eucharistie) en brood en wijn delen, het bloed en lichaam van Christus volgens de christelijke leer „‘Samen’ is voor mij geen klef begrip”, zegt De Reuver. „Ik doel op zulke momenten van samenzijn, waar samen juist een heel lastig woord is. Waar de vluchteling en de PVV-stemmer die elders in de samenleving uiteengaan, in de kerk juist samenkomen en het brood delen.”

Back to basics, dat is wat De Reuver de komende jaren als PKN-scriba wil bereiken. Terugkeren naar de dingen waar het in de christelijke kerk echt om gaat, en zoeken naar plekken waar concrete levenservaring en christelijk geloof elkaar vinden.

„Laatst nog gebeurde dat, toen ik een gesprek had met iemand met beperkte verstandelijke mogelijkheden. Die had te horen gekregen dat hij nog maar kort te leven had. Hij was daar heel verdrietig over. Tegelijkertijd was hij ook heel dankbaar voor wat het leven hem had gegeven. Het geloof was voor hem een geweldige troost. Hij geloofde echt dat zijn leven in Gods hand ligt, en dat hij daarom niet wanhopig hoefde te zijn. Hij kon daar heel puur en mooi over vertellen. Op zo’n moment, als geloof realiteit wordt en een mens zich opent, ga je als pastor bemoedigd en gesterkt naar huis.”