Orgelmuziek van Bach is ook zonder orgel mooi

Volop chemie deze week: tussen blokfluit en klavecimbel, tussen piano en saxofoon. Maar ook de ein-de-lijk verschenen cd van de Descendents zit dankzij de ontslagen biochemicus Milo boordevol scheikunde.

Zijn de Zes triosonates van Bach (BWV 525 tot en met 530) wel voor orgel gecomponeerd? Bach moet de bundel orgelstukken voor zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann hebben samengesteld, maar zal daarvoor ook ouder materiaal, composities voor andere bezettingen, hebben gebruikt. De Vlaamse blokfluitist Jan Van Hoecke en de Zwitserse klaveciniste Jovanka Marville maken weer kamermuziek van de sonates. Hun aanpak is oprecht, hun samenklank naturel en Van Hoecke toont zich een bijzonder accuraat speler, al ontbreekt het soms aan pit. Goed voor de variatie is dat Marville zowel klavecimbel speelt als fortepiano, een kopie van een instrument van Gottfried Silbermann uit 1749, dus nog net ‘uit Bachs tijd’. In de hoogte klinkt de piano nog wat iel, maar in de Vierde sonate mengt ze prachtig met Van Hoeckes tenorblokfluit.