Op het zand is iedereen gelijk, van metselaar tot advocaat

Beachvolleybal Bikinistrings, caipirinha’s, zonnebril en het beroemde zand van de Copacabana. Beachvolleybal is hun sport, zeggen Brazilianen in Rio.

Foto Ricardo Moraes/Reuters

Sandra Souza (29) tuurt door het ijzeren hekwerk dat verrijst naast de kleurige kanga (stranddoek) waar ze op ligt te zonnen. De Braziliaanse geniet op het strand van Copacabana, geheel in stijl zoals echte Carioca’s (inwoners van Rio) dat doen: bikinistring aan, zonnebril op, en een glas caipirinha binnen handbereik. „Kijk! Je kunt de beachvolleyballers gewoon naast ons zien trainen. Prachtig toch? Wat een lichamen!”

Ze roept haar vriendin erbij en samen gluren de meiden door het gaas richting de trainingsveldjes naast het tijdelijke olympisch beachvolleybalstadion, pal aan het strand. Een vrouwen- en mannenduo oefent op het witte zand. Als er één sport is bij deze Olympische Spelen die weer helemaal terug is bij de roots, dan is het beachvolleybal. De olympische wedstrijden worden gespeeld in de natuurlijke habitat: op het strand van Copacabana, waar dagelijks talloze Brazilianen aan beachvolleybal doen: de mannen in kleine sunga’s (Braziliaanse zwembroeken), de vrouwen in strings. Professionals en amateurs spelen samen op het strand, de plek waar de sport groot werd.

Het beachvolleybal mag dan ooit zijn ontstaan rondom de stranden in Californië, Brazilië werd er beroemd en sterk mee. Sinds het in 1996 werd uitgeroepen tot olympische sport, wonnen de Brazilianen de meeste medailles: elf stuks, waarvan twee gouden. Nu de Spelen in eigen land zijn, in een indrukwekkend stadion met uitzicht op de Atlantische Oceaan, hopen de Brazilianen nog meer medailles binnen te slepen.

Terwijl Sandra Souza zich nog eens met zonnebrandolie insmeert, is het gejuich vanuit het stadion steeds sterker hoorbaar. Het Braziliaanse duo Ágatha Bednarczuk and Barbara Seixas neemt het op tegen Tsjechië en de Brazilianen staan voor. Het stadion zit op deze prachtige zonnige dag propvol met Brazilianen: beachvolleybal is hier na voetbal de populairste sport.

Om dat op het strand te zien waar hij zelf ook elk weekend volleybal speelt, is een sensatie, zegt Ronaldo Andrade Lima (35). Hij is met zijn twee kinderen naar de wedstrijd gekomen. „Dit is onze sport. Het is bijzonder om beachvolleybal nu op topniveau te zien op ons eigen strand . Mooier kan bijna niet.”

Op zaterdagochtend, voor twaalven als het nog niet al te warm is, slaat Andrade graag een balletje met wat vrienden. Niet in duo spel, zoals bij het olympisch beachvolley maar met een man of zes, aan weerszijden van het net, wordt er dan volop gesport in het witte zand. „Dat is echt het leven in Rio, in de zon een potje volleybal spelen, na afloop een duik in de zee en een koud biertje drinken”, zegt Andrade lachend.

Arts Ricardo Amoroso (66) speelt een strand verderop wekelijks een potje met vrienden. Voor hem is de gelijkheid die er heerst bij het beachvolley op de stranden van Rio belangrijk. „Ik kom nu al twintig jaar op dezelfde plek en sport met bewakers, schoonmakers, metselaars en advocaten. Klasse of afkomst gelden niet op het strand. We zeggen altijd: op het zand zijn we halfnaakt en maakt het niet uit wie je bent. Op het asfalt moeten we ons, met kleren aan, weer aanpassen aan de maatschappij.”

De schaarse strandmode van Brazilië heeft het sporttenue van het beachvolleybal ook sterk beïnvloed. Het werd zelfs de ‘dresscode’ in het beachvolleybal en wettelijk vastgesteld: de minuscule bikinibroekjes mochten maximaal zeven centimeter breed zijn aan de heupen. Om ook islamitische vrouwelijke sporters tegemoet te komen, werden de regels versoepeld: zondag waren er voor het eerst vrouwelijke Egyptische beachvolleybalspeelsters in boerkini te zien in het stadion op de Copacabana.

Sandra Souza vindt het mooi dat verschillende culturen en religies hun weg naar Copacabana vinden bij deze Olympische Spelen. „Wij Brazilianen dragen het liefst zo min mogelijk kleding op het strand en bij het beachvolleybal, maar als dat in andere culturen anders ligt, is dat voor mij geen probleem. Dit strand is voor iedereen.”