Na de vrolijkheid komt de dodendans extra hard aan

Als pianist en dirigent is Vladimir Ashkenazy in het Nederlandse muziekleven een beetje buiten beeld geraakt. Maar de 79-jarige geëmigreerde Rus is nog altijd productief. Wat aan zijn nieuwste Sjostakovitsj-album opvalt, is de relatief lichte benadering van de vaak zwaarmoedige muziek. Neem het Tweede pianotrio (1944): een ernstige aangelegenheid, maar Ashkenazy, violist Zsolt-Tihamér Visontay en cellist Mats Lidström zetten geen rem op de dansante dynamische accenten. De afsluitende dodendans komt hierna des te harder aan. Ook het wat onevenwichtige Eerste pianotrio krijgt een uitbundige uitvoering. De desolate Altvioolsonate, Sjostakovitsj’ zwanenzang, wordt door altvioliste Ada Meinich wrang maar onsentimenteel gespeeld, de pijn door de milde pianoakkoorden van Ashkenazy nauwelijks verzacht.