‘Ik wil de dood in het gezicht zien’

Veertien dagen gaat Arnon Grunberg in slachthuizen werken om te zien wat professioneel doden doet met de mens. Hij doet er in een dagelijkse serie verslag van, net zoals in zijn eerdere zomerwerkseries in NRC.

Schrijver Arnon Grunberg gaat deze zomer aan het werk in slachthuizen in Nederland en Duitsland. Veertien dagen lang zal hij in NRC verslag doen van zijn ervaringen in de wereld van slachters, uitbeenders en veetransporteurs.

Grunberg schrijft al bijna tien jaar elke zomer een zomerwerkserie voor NRC. Zo schreef hij over zijn baan als ‘kamermeisje’ in een Beiers hotel, cateraar op een Zwitserse trein en masseur in een Roemeens kuuroord. Ook over zijn reizen naar oorlogsgebieden schreef hij voor NRC.

Zijn keuze van dit jaar verklaart hij als volgt: „Na de oorlogsgebieden Afghanistan en Irak, na Guantánamo, na het werken in een Beiers hotel, ook in de keuken, na gemasseerd te hebben in Roemenië, stond het werken in een slachthuis hoog op mijn verlanglijst. Weliswaar is het slachten slechts een klein en kortstondig onderdeel van de vleesverwerkingsindustrie, maar wel een cruciaal onderdeel. Ik wil de dood in het gezicht zien en ik wil ook weten wat dat met mij doet. Kom ik eruit als vegetariër? Of ontdek ik een machtswellusteling in mijzelf? Wat doet het ambacht van doden met een mens? Dat waren ook vragen die ik had in Afghanistan en Irak en het zijn zeker vragen die ik nu heb in het slachthuis.”

Grunberg schrijft sinds zijn debuut, de roman Blauwe maandagen uit 1994, voor NRC.