Deze Marokkaans-Nederlandse moeders laten niet met zich sollen

Integratie Ouders van Marokkaans-Nederlandse afkomst die eisen stellen. Die vragen om muziekles. Een basisschool in Rotterdam was dat niet gewend. En stopt ermee.

Foto’s Rien Zilvold

Op het schoolplein staat een groepje moeders. Ze discussiëren heftig. De openbare basisschool van hun kinderen in Rotterdam-Noord, Combinatie 70, is dicht. Het is zomervakantie. Maar ook na de vakantie blijft de deur op slot. Alle kinderen zullen naar andere scholen gaan. Er valt niets meer aan te doen, maar de moeders blijven boos. De directie had beter naar hen moeten luisteren, zeggen ze. Dan had de school open kunnen blijven.

Harm Weggemans is bovenschools directeur van Stichting Boor, waar de Combinatie 70 onder valt, en was het afgelopen jaar nauw betrokken bij de school. Hij ziet het anders: „De school zat al meer dan tien jaar onder de opheffingsnorm van 182 leerlingen. In de omgeving van de school staan zeven andere basisscholen, dus de concurrentie is groot. We hebben gestreden, maar uiteindelijk was doorgaan geen optie.” Afgelopen schooljaar waren er 114 leerlingen.

Dit is dus het verhaal van een basisschool die gaat sluiten en van ouders die vechten om hem open te houden. Het is óók het verhaal van goedgebekte Marokkaans-Nederlandse moeders die een hoofddoek dragen (de meesten), in Nederland opgegroeid zijn, hun stem laten horen, en soms in de medezeggenschapsraad zitten. En het is het verhaal van een school die ouderparticipatie belangrijk vindt maar nog wel moet wennen aan de mondige ouders van niet-westerse afkomst die het beste eisen voor hun kinderen.

Zet je schrap

Als deze moeders spreken, zet je schrap. Ze zijn fel. Die allereerste juf in groep 3 die wás niet geschikt voor die groep, zeggen ze. Dat was een kleuterjuf. Meteen hebben ze dat verteld aan de directrice. Als die vrouw naar hen geluisterd had, dan was deze leerkacht niet overspannen geraakt. Die directrice kwam twee jaar geleden en begon meteen kwaliteitseisen te stellen aan leerkrachten en hen aan te spreken op hun functioneren. Dat daarna een aantal juffen vertrokken, is niet zo gek, zeggen de moeders. Daarna kwamen de invalkrachten. Groep 3 zag in één jaar negen verschillende gezichten voor de klas.

De directrice vond ons te kritisch, zegt Noual Drouk, een van de moeders. Zij en de andere moeders klaagden over de vele invalkrachten. Een moeder die toevallig binnenliep, trof vijf kinderen tegelijk aan in het toilet, kinderen met problematisch gedrag hingen in de gang, kinderen zouden niet uitgedaagd worden, de lokalen waren vies, er lag glas op het schoolplein van hangjeugd in de avonden. Dat veegde dan een van de moeders op in de vroege ochtend en zette het met stoffer en blik en al in de docentenkamer. De moeder: „

Ik heb verschillende keren aangegeven dat glas op het schoolplein niet kan. Er werd niet geluisterd. Dan maar zo.”

De moeders voelen zich niet serieus genomen door de directrice. We mogen wel hapjes maken en meehelpen met de lenteschoonmaak, zeggen ze. Maar niet meepraten over de kwaliteit van het onderwijs en over de vorderingen van onze kinderen. Ze hebben ook het gevoel dat ze juist als Marokkaans-Nederlandse moeders niet serieus genomen worden. En dat er voetstoots van wordt uitgegaan dat ze altijd tijd hebben en geen baan hebben, terwijl ze vrijwel allemaal werken. „Ze denkt zeker dat we de hele dag thuiszitten en liggen te baren”, zegt een van de moeders boos. De directrice wil niet reageren.

De ouders vinden dat naar hun grieven niet werd geluisterd. In plaats daarvan organiseerde de school wel informatieavonden over zaken waar ze echt geen informatie over nodig hadden. Loubna Boutrik: „Er kwam iemand op school uitleggen hoe belangrijk tandenpoetsen is. En iemand kwam vertellen hoeveel suiker er in cola zit.” Een andere moeder: „Er kwam een mevrouw over gezonde voeding vertellen. Ik wist meer dan zij.” Zulke avonden organiseert Boor als de verwachting is dat ouders bijgeschoold moeten worden.

Slecht beleid

Onze kinderen hebben een achterstand door slecht beleid van de school, zegt Samira Lamkharrat. Zij zat in de medezeggenschapsraad van Combinatie 70. „Het onderwijs was het afgelopen jaar gewoon niet goed. Punt.” Dat kan niet op een basisschool, vindt ze. „Anno 2016 moet de schoolleiding beseffen dat ouders niet met zich laten sollen. Zij zegt wat de andere moeders ook zeggen: „Op een school met kinderen van hoogopgeleide witte ouders was dit nooit gebeurd. De schoolleiding had dat niet aangedurfd. En anders waren die ouders meteen in opstand gekomen en was er wél naar ze geluisterd.” De onderwijsinspectie heeft de school overigens nooit slecht beoordeeld.

Toen Harm Weggemans een jaar later, september 2015, de school binnenliep, zag hij nog toekomst, vertelt hij. De school was klein en het budget liep terug. Dat kwam vooral, zegt hij, doordat geld voor extra activiteiten door de gemeente anders werd verdeeld. Voor Combinatie 70 was minder geld beschikbaar en het Engels werd afgeschaft, evenals extra begeleiding. Toen er problemen waren met zieke leerkrachten in groep 3 en groep 5, besloten enkele ouders een andere school te zoeken. Daardoor, zegt Weggemans, werd het budget nog lager. Uiteindelijk was er geen andere optie dan sluiting.

En het klopt, zegt Weggeman, dat er een vertrouwenscrisis was tussen ouders en leiding. Misschien heeft de leiding soms te krampachtig gefunctioneerd, zegt hij. „Maar de moeders gingen ook erg ver. Ze willen zich met álles bemoeien. Ouders die zo betrokken zijn dat ze willen meepraten over het didactisch handelen van een leerkracht, dat kan niet. De professionaliteit van de leerkracht staat voorop. Net als bij de ambulancemedewerker en de huisarts. Die ga je ook niet vertellen wat zij moeten doen.” Volgens de wet mag een MR meepraten over de vaststelling van het meerjarenplan van de school.

Stichting Boor biedt openbaar onderwijs, zegt Weggeman.

„En dat betekent dat iedereen welkom is en we met iedereen willen praten. Daar zit ook de spanning: ouderbetrokkenheid is geweldig, dat stimuleren we juist. Maar op Combinatie 70 is het doorgeslagen, het ging te ver.”

Scholen hebben moeten wennen, zegt Weggemans, „aan mondige ouders die het beste voor hun kind willen”. Misschien, zegt hij, moeten we nog wennen aan ouders met een andere achtergrond die eisen stellen en vragen om buitenschoolse activiteiten, intern begeleiders, muziekles. Dat is nieuw, zegt hij. „Tot nu toe deden we vooral ons best om ouderparticipatie van die groep te bevorderen. Als directeur moet je dan wel kunnen omgaan met ouders die anders denken en praten dan jij. Soms moet je aan een bepaalde ouderpopulatie wennen. Maar die ouders moeten óók leren binnen welke kaders je kan opereren op een school. Misschien had ik dat beter moeten vertellen. We zijn nu bezig met een scholing voor alle ouders die in een MR zitten, zodat ze weten wat hun rechten zijn, en ook waar de grenzen liggen.”