Schrijver Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen en doet daarvan dagelijks verslag.

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

2/14

‘Een schaap kan je goed ritueel slachten. Een koe niet’

Arnon Grunberg

We zitten aan de keukentafel van Abattoir Noord-Holland. Er staat stroop op tafel. Hier mag nog gerookt worden, althans de eigenaar van het abattoir, Bob Bakker, doet het. Van Nelle, zware shag.

„Ik heb mijn hele leven in het vlees gezeten,” zegt Bob. „Ik ben ook veehandelaar geweest. Toen liet ik slachten. Nu slacht ik zelf. Als kind liep ik al in de slager rond.”

Op de vensterbank staan plastic miniaturen. Een schaap, een koe, een geit en een varken.

„Als je zo’n plof hoort,” zegt Bob, „dan betekent het dat er een koe om is. Als ik een geluid hoor dat ik niet ken, ren ik meteen naar beneden.”

Ik luister. Het lijkt meer alsof er met lange tussenpozen geheid wordt.

Beneden zijn de slachterij en de koelkamers, daar waar de koe transformeert in een biefstuk.

„Vroeger zat hier een islamitische noodslachter, laat ik het zo maar noemen,” zegt Bob. „Maar een jaar of zes geleden heb ik het overgenomen.”

„Wat is een noodslachter?” vraag ik.

„Stel het dier is ziek geworden op de boerderij, en het kan niet meer vervoerd, dan gaat de noodslachter erheen en bedwelmt het daar, dan wordt het verder hier verwekt. Dat is nood slachten.”

Weer een shaggie.

„Kijk, ik heb respect voor ieders geloof maar de moslims willen hier niet laten slachten omdat ik varkens slacht. Dan hebben ze geen respect voor mij. Een schaap kun je goed ritueel slachten. Die zet je op zijn kont, je laat hem tegen je aanleunen, dat doet het schaap graag, en dan snij je hem open. Dat is prima. Maar een koe of een stier op die manier slachten, dat vind ik drie keer niks. Het is de jood- en de moslim-manier, maar al geven ze me een miljoen, ik ga er niet aan beginnen. Het is niet humaan.”

Een veehandelaar komt binnen en vraagt om een sigaret. Van beneden klinkt weer een plof.

Bob schuift de veehandelaar zijn shag toe. „Ik heb foto’s van mijn kinderen op het pakje gezet,” zegt hij.

De veehandelaar en ik staren naar de foto van een vrijwel tandeloze mond die tegenwoordig op het pakje staat om rokers af te schrikken.

„De romantiek is weg,” zegt Bob. „De veehandel en het slachten, romantisch is het niet meer. Das war einmal.

Ik besef dat ook voor de slachter de dood romantisch zou moeten zijn.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’