Na een paar dagen van relatieve stilte…

Na een paar dagen van relatieve stilte rond de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump was het dinsdag weer ouderwets raak.

Trump waarschuwde op een bijeenkomst in North Carolina dat met Hillary Clinton als president het Tweede Amendement van de Amerikaanse Grondwet (het recht op vuurwapenbezit) in gevaar zou komen. „Als ze haar rechters mag kiezen (voor het Hooggerechtshof, red.), is er niks dat jullie daartegen kunnen doen”, zei Trump. „Alhoewel de mensen van het Tweede Amendement... misschien is er wel iets. Ik weet het niet.”

Zinspeelde Trump hier nu op het neerschieten van Clinton? „Iemand die president wil worden, zou op geen enkele manier tot geweld moeten oproepen”, liet het Clintonkamp optekenen.

De Trump-campagne kwam al snel met een persbericht (kop: ‘Verklaring Trumpcampagne over oneerlijke media’), waarin werd gesteld dat Trump met „Tweede Amendement mensen” doelde op de groep als „politieke beweging” die in actie moet komen. Met vuurwapenbezitters die hun recht daarop in de praktijk moesten brengen had het niets te maken.

Hoe dan ook: breaking news, zoals alles wat Trump zegt. De voorspelbare mediacyclus ging van start: Twitterstorm, deskundigen die duiden, Democraten die veroordelen, prominente Republikeinen die afstand nemen, rechtse commentatoren die de media de schuld geven. En ook Trump die niet zijn excuses maakt, maar na afloop triomfantelijk in een interview bij Fox News meldt: „Dat de media dit weer opwerpen is goed voor mij.”

Zowel Democraten als Republikeinen beschuldigen Amerikaanse media ervan de opkomst van Trump mede mogelijk te hebben gemaakt. In maart dit jaar had hij al voor 2 miljard dollar aan gratis publiciteit gekregen, ruim zes keer zo veel als tegenstrever Ted Cruz.

Kliks en kijkcijfers

Waarom is Trump zo aantrekkelijk voor de media? Kliks en kijkcijfers. We willen alles lezen en zien over Trump en dat brengt advertentiemiljoenen binnen. De journalistieke idealen gaan dan even aan de kant. Fox News heeft de hoogste kijkcijfers ooit (gemiddeld 2,2 miljoen op prime time) nadat de zender besloot positief over Trump te berichten. Les Moonves, baas van kabelzender CBS, zei over Trump dat hij „wellicht slecht is voor Amerika, maar damn good voor CBS”.

Daar komt bij dat Trump continu de status quo ter discussie stelt. Daarmee raakt Trump aan de kern van wat journalisten als nieuws zien: alles dat afwijkend, negatief en conflicterend is. Trumps gitzwarte beeld van de VS heeft meer nieuwswaarde dan Clintons relativerende, positieve boodschap. Trump is de man die „alle normen in ons buitenlands beleid in de afgelopen zestig jaar tart” en daarom „overvloedige en agressieve verslaggeving vereist”, zei Carolyn Ryan van The New York Times.

Trump, man van tabloids en reality-tv, weet perfect hoe hij dat spel moet spelen. Tv-interviews duren vijf tot tien minuten; voor doorvragen is geen ruimte. Dat weet Trump: na twee keer ontkennen dat hij iets gezegd heeft, gaat een interviewer weer door naar de volgende vraag.

In zijn campagne heeft Trump van de media – naast Clinton – zijn belangrijkste vijand gemaakt. Het is een boodschap die goed aansluit bij Trumps aanhang, de Republikeinse basis buiten de grote steden, gevoed door Fox News en talk radio: de zeer invloedrijke Amerikaanse conservatieve radiostations van Rush Limbaugh (twijfelt, maar steunt Trump) en Michael Savage (pro-Trump) – met volgens schattingen ruim dertien miljoen luisteraars.

In zijn show op maandag zei Limbaugh nog dat als het bashen van Trump een Olympisch onderdeel zou zijn, de media elke medaille zouden winnen. „Het is ongelofelijk. Het is zo erg, de onbalans”, zei Limbaugh. „Zo erg als dit heb ik het nog nooit gezien.”

Lang lieten de mainstream media in het midden van het spectrum dit van zich afglijden. Maar inmiddels hebben ook zij hun ‘Murrow moment’ bereikt, zoals de Columbia Journalism Review schreef: een verwijzing naar journalist Edward R. Murrow, die senator Joseph McCarthy in 1954 met kritische reportages bestookte. Ze slaan terug.

Elke uitspraak van zowel Clinton als Trump wordt gevolgd door een leger factcheckers. Dat gebeurde bij CNN onlangs zelfs live: tijdens een speech stond onderin beeld: ‘Trump zegt: ik heb nooit gezegd dat Japan kernwapens moet hebben (dat zei hij wel)’. Ook een trend: uitgeschreven interviews publiceren (inclusief uh’s en kromme zinnen), om ‘dat heb ik nooit gezegd’ te ondervangen.

En, vroeger ondenkbaar: mediajournalist Brian Stelter van het ooit zo ‘neutrale’ CNN riep deze week tijdens een uitzending de rechtse media op om Trump harder aan te pakken na zijn „gevaarlijke” claims dat de verkiezingen gemanipuleerd zouden zijn. „Interviewers hebben een plicht om weerstand te bieden als een kandidaat iets gevaarlijks zegt”, zei Stelter. „Wie dat niet doet, houdt niet van Amerika.”