‘Sommige patiënten willen nu eenmaal strijdend ten onder’

Suzanne van de Vathorst, medisch ethicus De politie onderzoekt een omstreden Duitse kliniek. Moeten patiënten worden beschermd tegen de hoop die dit circuit biedt?

De kliniek van Heilpraktiker Klaus Ross is door de Duitse politie verzegeld. Drie van zijn patiënten zijn overleden. Foto Flip Franssen

We hebben in Nederland een soort stervensideaal, zegt Suzanne van de Vathorst, bijzonder hoogleraar ‘kwaliteit van de laatste levensfase en van sterven’ aan het AMC in Amsterdam. „Met name onder artsen en verzorgers leeft het idee: sterven doe je thuis, omringd door vrienden en familie, terwijl je je hebt verzoend met je aanstaande dood.” Het is daarom, zegt zij, dat veel mensen niet begrijpen dat uitbehandelde patiënten hun laatste heil zoeken in het alternatieve circuit. „Ze denken: leg je er toch bij neer, dat is beter. Maar dat kan niet iedereen.”

Vorige week kwam dat circuit in het nieuws toen bleek dat drie kankerpatiënten zijn overleden na behandeling in een ‘biologische’ kliniek over de Duitse grens: een Nederlandse man (55) en vrouw (43) en een Belgische vrouw (55). Dinsdag werd bekend dat 26 mensen zich bij de politie hebben gemeld, omdat ze daar zijn behandeld.

Klaus Ross, naamgever van de kliniek en hoofdbehandelaar, werd als verdachte aangemerkt. Ross is geen arts, maar een Heilpraktiker, een soort ‘natuurgenezer’.

Er is een hele industrie die hoop of behandelingen biedt aan zieken die de reguliere geneeskunde misschien al heeft opgegeven. Eigen verantwoordelijkheid van de patiënt? Of moeten patiënten daartegen worden beschermd?

„Als arts kun je zeker bepaalde behandelingen afraden”, zegt Van de Vathorst. „Als je daar goede gronden voor hebt, maar het blijft uiteindelijk de keuze van de patiënt.”

Is die alternatieve sector iets kwalijks voor dit soort patiënten?

„Niet per definitie. Het verschilt enorm per persoon. Uit onderzoek naar waarom artsen euthanasieverzoeken hebben geweigerd, komt dat soms naar voren: de patiënt had zich er nog niet bij neergelegd en was dus nog niet klaar om te sterven. Dan is het nog niet ‘af’, denken de behandelaars. Je moet alle stappen van de rouwverwerking doorlopen, met verzoening als laatste stap. Maar niet iedereen zit zo in elkaar. Voor sommige mensen is het nooit af, die zullen zich daar nooit mee verzoenen. Voor hen kan dat alternatieve circuit wel iets goeds betekenen. Sommigen willen nou eenmaal strijdend ten onder gaan, of het nou iets oplevert of niet. Dat moet je ook serieus nemen.”

Schept dit valse verwachtingen?

„Je moet een onderscheid maken tussen reële en irreële verwachtingen. Een alternatieve behandeling die bestaat uit gezond eten, veel bewegen, bepaalde vormen van meditatie – daar is in principe niets mis mee. Het kan mensen toch een gevoel van controle geven.”

En de irreële verwachtingen?

„Je hoort natuurlijk ook hartverscheurende verhalen van mensen die veel geld storten in een behandeling waarvan je van tevoren al weet: dit gaat niet werken. Dan kan het gevaarlijk zijn om mensen dat soort hoop te bieden.”

In welk opzicht?

1008BIN_vathorst_VRIJ

„Dat mensen hun laatste geld en tijd aan zo’n behandeling besteden, terwijl ze waarschijnlijk beter nog een laatste reis met de familie kunnen maken, of iets in die categorie. Nogmaals, iedereen is daar anders in, voor sommige patiënten is een laatste strijd belangrijker. Vaak zijn dat mensen voor wie de dood een onbespreekbaar onderwerp is. Sowieso is het belangrijkste dat alternatieve therapieën zieken niet onttrekken aan de reguliere behandeling.”

Is het goed om altijd maar door te zoeken naar alternatieven?

„We komen uit een tijd waarin helemaal nooit gesproken werd over de dood en het einde – dat is enorm veranderd. In de jaren zestig, toen mijn eigen grootvader lag te sterven, is met hem nooit besproken dat het einde eraan kwam. Het woord kanker werd niet gezegd. Een ernstige aandoening, noemden ze dat. Nu wordt er veel duidelijker zegt: sorry, u kunt niet meer beter worden. In veel gevallen is dat goed, maar het past niet iedereen.”

Dus dan liever valse hoop?

„Het is heel lastig om te weten wat valse hoop is. Hoop op een enorm kleine kans is óók hoop. Dat hoeft niet per se hoop te zijn op beter worden; hoop is ook een vorm van coping.”