Schoon en stil tanken op zee

Milieuvriendelijker varen

De Rotterdamse haven viert de komst van het eerste zeeschip dat vloeibaar aardgas (LNG) tankt. Het is nog pril en bescheiden, maar LNG heeft de toekomst, weten ze in de haven.

Foto Jerry Lampen/ANP

De metalen buizen in de machinekamer glimmen, net als de houten vloer van de brug. De rustkamer van de kapitein oogt nog ongebruikt. De kleine tanker Ternsund van de Zweeds/Deense rederij Terntank is net opgeleverd door een Chinese werf en ligt nu in de haven van Rotterdam.

Dinsdag heeft het schip een primeur: de Ternsund is het eerste zeeschip dat in Rotterdam LNG tankt (bunkert, in haventaal). Het gaat varen op liquefied natural gas, vloeibaar aardgas.

Maandag verzorgden het Havenbedrijf Rotterdam en de rederij een rondleiding op de Ternsund, met veel blije Scandinavische gezichten. Het opvallendste zijn de twee grote LNG-tanks op het dek, samen goed voor 600 kubieke meter brandstof, ofwel drie weken varen. Jens Buchhave, directeur van Terntank, heeft een „goed buikgevoel” bij de grootste investering ooit van het bedrijf. Na de Ternsund, die vooral olie en chemicaliën in Noord-Europa gaat vervoeren, volgen nog drie dezelfde producttankers van 147 meter lengte. Volgens Buchhave lopen we rond op de „tanker van de toekomst”. Of, zoals iemand anders hem noemt: de elektrische auto onder de schepen.

Milieuvriendelijk alternatief

Ook het Havenbedrijf Rotterdam is blij met de Ternsund. Volgens de havenbeheerder is LNG de „brandstof van de toekomst”. De scheepvaart moet afscheid nemen van vervuilende stookolie en diesel als brandstof en overstappen op een veel milieuvriendelijker alternatief. LNG is weliswaar een fossiele brandstof, maar voldoet aan de in 2015 verscherpte milieu-eisen voor scheepvaart in de Noordzee en Oostzee.

In vergelijking met diesel zorgt LNG voor bijna 100 procent minder uitstoot van zwaveldioxide (SOx) en fijnstof. De uitstoot van koolstofdioxide (CO2) ligt circa 20 procent lager, die van stikstofoxide (NOx) 85 procent lager. Schepen die op LNG varen zijn ook nog eens 40 procent stiller dan dieselschepen.

Geen wonder dus dat de Rotterdamse haven fors investeert in vloeibaar aardgas. Een Europees knooppunt voor LNG is een van de speerpunten van de energietransitie, de grootste uitdaging voor de haven in de komende periode. Voorlopig loopt Rotterdam in Europa voorop bij de introductie van LNG als brandstof voor schepen.

De Rotterdamse strategie bestaat uit drie sporen, zegt Roland van Assche, bij het Havenbedrijf verantwoordelijk voor het commercieel succesvol maken van LNG. De nieuwe brandstof moet beschikbaar zijn, toegestaan zijn en gebruik ervan moet worden aangemoedigd.

Beschikbaarheid is vooral een kwestie van infrastructuur: goede voorzieningen. Sinds eind 2011 exploiteren tankopslagbedrijf Vopak en Gasunie de Gate terminal op de Maasvlakte, waar LNG wordt aan- en afgevoerd. LNG-tankers uit onder meer Qatar, Algerije en West-Afrika lossen hier hun lading in drie enorme opslagtanks. Het vloeibaar gemaakte aardgas wordt per binnenvaarttanker of vrachtwagen verder vervoerd of weer tot gas gemaakt en via Europese pijpleidingen verspreid.

De Gate terminal – de afkorting staat voor Gas Acces To Europe – is nog niet toegerust voor het bunkeren van schepen als de Ternsund, die LNG als brandstof gebruiken. De twee brandstoftanks van de Ternsund moeten worden gevuld door dertien vrachtwagens.

Uitbreiding van de infrastructuur komt eraan. Eind november opent een breakbulkterminal naast Gate, voor kleinere schepen. Volgend jaar komt Shell met een bunkerschip dat andere schepen van LNG kan voorzien. En Rotterdam werkt aan depots elders in het land waar binnenvaartschepen kunnen tanken.

Naast voorzieningen zijn er regels nodig. De veiligheidsnormen rond LNG zijn strikt en moeten voor alle havens gelijk zijn. Havens in België, Denemarken en Singapore proberen onderling tot overeenstemming te komen. Ze zijn concurrenten, maar hebben elkaar ook nodig voor een LNG-netwerk.

Ten slotte is er de aanmoediging. Schone schepen krijgen in Rotterdam flinke kortingen op het havengeld, tot 20 procent. De Ternsund ontvangt de eerste ‘LNG bunkerincentive’, 10 procent korting op het zeehavengeld. Aanmoediging komt ook uit Brussel: Rotterdam ontvangt tientallen miljoenen voor de LNG-projecten. Een plaquette in de machinekamer van de Ternsund meldt: ‘Co-financed by the European Union'.

Lage olieprijs

Alle inspanningen om LNG te promoten lijken succesvol. Tot voor kort althans. In 2015 steeg de overslag van LNG met maar liefst 91,4 procent, ook al zijn de absolute aantallen nog bescheiden. In de eerste helft van dit jaar daalde de overslag echter met ruim 24 procent.

Van Assche kan die daling niet helemaal verklaren, maar noemt de prijs van LNG als grootste obstakel voor verdere groei. „De grootste stoorzender op dit moment is de lage olieprijs, die aardgas minder concurrerend maakt.”

Met instemming hoorde Van Assche vorige week in Houston dat er vier fabrieken voor het vloeibaar maken van aardgas komen in de Verenigde Staten, en dat dat land ook LNG gaat exporteren. „Meer beschikbaarheid betekent een lagere prijs. Meerdere aanvoerkanalen voor LNG zien we graag in de haven.”