Party’s en paradijsvogels

Partyfotograaf

Raymond van Mil brengt al vijf jaar feestend Nederland in beeld. ‘Mensen worden absoluut niet mooier van drugs.’

Raymond van Mil aan het werk. Foto Alysha Polak

‘Ik vind het kankergezellig om hier te zijn. Ik ben kankerlam, mensen. Ik ga niet liegen. Zijn jullie er klaar voor?” Rapper Donnie, witte bontjas, witte zonnebril, Amsterdams accent, leunt naar voren en schudt bij wijze van begroeting een flesje water leeg over zijn publiek. Raymond van Mil staat erbij, kijkt ernaar, tuurt even door zijn lens, en klikt.

Terwijl Donnie rapt (‘Ruimtepak aan met m’n haren los / Ben aan het dansen in m’n eigen kosmos / Beetje sos, voel me net Wubbo Ockels / Want ik ben outer space met die mokkels’) klimt Van Mil op de afzetting tussen het podium en het publiek om hem beter in beeld te krijgen. „Donnie is fantastisch”, zegt hij breed lachend als hij weer met beide benen op de grond staat. „Ik ken hem al een tijdje, eindelijk zie ik ‘m optreden.”

Het is zaterdagmiddag en de zon staat op het punt om door te breken. In het kader van Milkshake, het festival for all who love, is het Amsterdamse Westergasterrein omgetoverd tot een hysterisch dansparadijs met negen podia.

Raymond van Mil is in zijn nopjes. „Visueel gezien is dit het meest interessante festival van het jaar. Mensen zijn zo bezig met het uiten van zichzelf, dat ze niet doorhebben dat er andere mensen naar ze kijken.” En dat is ideaal – ideaal als je een voorliefde hebt voor extravagante actiefoto’s en portretten van paradijsvogels in allerlei soorten en maten. Als je Raymond van Mil bent, partyfotograaf van beroep.

Het mag lulliger

Wat hij doet heeft weinig met een normaal ritme te maken, zegt de 45-jarige fotograaf bij een espresso. Sinds vijf jaar registreert hij het Nederlandse nacht- en festivalleven, soms op wel vijf verschillende locaties in één weekend. Daarvoor werkte hij als grafisch ontwerper en webdesigner, totdat hij op een dag klaar was met achter de computer zitten en een open sollicitatie stuurde naar mediaplatform Vice. Ervaring met fotografie had hij nauwelijks, wel een visie: „De foto’s moeten droger, de momenten moeten raker, de selectie moet scherper. Het mag zelfs wel wat lulliger, dichter op de huid van de sfeer. Meer documentaire en zeker geen geposeerde koppen.”

Vandaag op Milkshake werkt Van Mil in opdracht van Vieze Poezendek, een club die hiphop- en R&B-feesten organiseert, en fotografeert hij analoog en zwart-wit. Zo extravagant als de artiesten op het podium, zo sober is zijn eigen uitrusting: één camera, één lens, een setje oordoppen, een zwart overhemd en een versleten cargobroek. In zijn rechterzak bewaart Van Mil zijn visitekaartjes en film, in de linker de rolletjes die hij heeft volgeschoten. „Die durf ik dus echt niet in mijn tas te doen. Ze kwijtraken zou mijn ergste nachtmerrie zijn.”

De vijf fotorolletjes die hij heeft meegenomen van huis dienen te worden gevuld met humor, viezigheid, wild enthousiasme en sexy schoonheid. Het liefst fotografeert Van Mil „mooie mensen in een min of meer natuurlijke pose” en dat is een kwestie van goed opletten en snel handelen. Ook is hij „best brutaal als het moet”, zo blijkt wanneer een exotische schone met opgeschoren haar en een gezichtstattoo zich aandient en er voor het gewenste resultaat enkele dansende mannen aan de kant worden geduwd.

Stijlbreuk, dat is wat je wilt

Foto Raymond van Mil

Milkshake festival. Foto Raymond van Mil

In zijn werk als fotoredacteur voor Vice heeft hij in series leren denken, vertelt Van Mil een paar dagen eerder in zijn woonkamer annex studio. Een goede serie heeft afwisseling, en mag vooral niet te lang zijn. Zijn favoriet op dit moment is gemaakt op het Britse muziekfestival Glastonbury, door ene William Coutts. „Daar krijg ik dus echt rillingen van. Die gast is zó goed.”

Zomaar een paar beelden uit die reeks: een stel halfnaakte mannen die op de dansvloer coke snuiven, gevolgd door een boos kind met een ingegipst been in een maxi-cosi en een artistiek plaatje van een koorddanser. Van Mil: „Kijk, dit is wat je wilt. Ineens word je verrast door een stijlbreuk.” Ook in de serie: een bovenaanzicht van een zwaar bevuilde toiletpot, inclusief plasstraal van de fotograaf. Zou hij wegkomen met zo’n foto? „Voor Vice? Zeker, bij Vice kan alles. Maar zou ik ’m ook maken? Nee, mij te vies.”

Bij commerciële klussen ligt dat lastiger. „Ik heb meerdere keren van opdrachtgevers gehoord dat ze mijn werk ‘te real’ vonden. Te eerlijk. Vergis je niet: in de house- en technoscene zit 90 procent aan de pillen, maar de organisatie wil natuurlijk niet dat dat te zien is.” In het begin vond hij het nog grappig om dat vast te leggen, maar inmiddels is hij er wel klaar mee. „Mensen worden absoluut niet mooier van drugs. Ethisch gezien heb ik er niets tegen, esthetisch wel.” Zijn foto’s hoeven dan ook geen afspiegeling te zijn van de werkelijkheid, vindt Van Mil. „Ik vertel een verhaal, geef een mogelijke versie van wat er gebeurd zou kunnen zijn. En dat is dus ook een kwestie van weglaten.”

Een enkele keer pakt dat verkeerd uit. „Laatst heb ik daar echt een fout mee gemaakt. Toen zag ik op een feestje in de Sugar Factory een mooie vrouw die ik wilde fotograferen. Ze zei: ‘Dan moet je eerst een foto van mijn vriendinnen maken.’ Die vond ik niet zo interessant, dus ik antwoordde: ‘Sorry, maar dat doe ik niet.’ Later bleek het de dochter van Obama te zijn. Ja, toen kon ik mezelf natuurlijk wel voor mijn kop slaan.”