Ongelooflijk maar waar: massademonstraties in Ethiopië

Landkwesties en tribale zaken zijn een bron van grote onrust in Ethiopië. Het leger doodde dit weekend honderd demonstranten. Komt er een einde aan de cultuur van hiërarchie en onderdanigheid?

Foto Reuters

Demonstraties tegen de regering in Ethiopië waren altijd uitzonderlijk – al eeuwenlang staat de overheid er vrijwel gelijk aan God. Toch gebeurde afgelopen weekend het ongelooflijke: in tal van steden gingen duizenden burgers de straat op om te betogen. Leger en politie schoten met scherp en doodden rond de honderd mensen. Dit roept de vraag op of er een einde komt aan de cultuur van hiërarchie en onderdanigheid in de op een na volkrijkste natie van het continent, een van de meest stabiele landen van Afrika en een westerse bondgenoot tegen de radicale islam.

Ogenschijnlijk hadden de betogingen in de noordelijke steden Bahir Dar en Gondar en in de hoofdstad Addis Abeba en in de zuidelijke regio Oromiya weinig met elkaar te maken. De reactie van de overheid was bij alle betogingen zoals gebruikelijk keihard. In het noorden stierven ongeveer dertig betogers door kogels van de veiligheidstroepen, in de tientallen stadjes in Oromiya 67, zo blijkt uit verscheidene bronnen ter plaatse.

Er zijn massale arrestaties dezer dagen in Ethiopië en er zouden speciale detentiekampen zijn opgezet. In de hoofdstad, waar enkele honderden jongeren zich verzamelden op het centraal gelegen Meskelplein, trad de politie eveneens hard op, maar hier vielen geen dodelijke slachtoffers.

Industriële uitbreiding

Bij alle demonstraties spelen landkwesties een rol. In Bahir Dar ageren burgers tegen de aansluiting van een deel van hun Amhara-regio bij de naburige Tigray-regio. In Oromiya braken eind vorig jaar al onlusten uit, omdat Addis Abeba een deel van het land van de Oromo’s wilde overnemen voor industriële uitbreiding van de hoofdstad. Er vielen in november vierhonderd doden en duizenden burgers werden gearresteerd.

De betogingen in Oromiya dit weekeinde namen de vorm aan van een anti-regeringsprotest, toen de demonstranten vrijlating eisten van de vorig jaar gearresteerde betogers en spandoeken meedroegen met eisen voor politieke vrijheid.

Op de achtergrond spelen ook tribale zaken mee. De Oromo’s maken een derde van de honderd miljoen Ethiopiërs uit, de Amharen zijn de tweede bevolkingsgroep en zwaaiden onder vorige regimes de scepter. De Tigrayers zijn een relatief kleine groep maar zij controleren het gehele veiligheidsapparaat en hun invloed is ook dominant in de overheid. In het noordelijke Bahir Dar weigeren Amharen zich bij de Tigrayers te voegen en in Oromiya bestaat al langer het gevoel van overheersing door de Tigrayers.

Bahir Dar ligt ruim 700 kilometer ten noorden van Addis Abeba en de vraag is of (en hoe) de ver van elkaar plaatsvindende betogingen zijn gecoördineerd. Duidelijk is wel dat er sprake is van een goede organisatie, vermoedelijk geholpen door sociale media als Facebook. Daarom trok de overheid drie dagen lang de stekker uit het internet. Maandagavond waren Facebook en andere sociale media nog steeds niet beschikbaar.

Dictatuur met gouden randje

Dergelijke vormen van repressie als het sluiten van internet doen ouderwets aan in Afrika. Weinig landen in Afrika zijn zo repressief als Ethiopië. Terwijl Afrikanen door internet steeds mondiger worden en vrijheid van meningsuiting een regel en geen uitzondering meer is, probeert Ethiopië terug te keren naar vroegere tijden: geen dynamische pers, geen oppositie in het parlement, een geleide economie en een strakke bureaucratische rangorde. Met de zegen van westerse donorlanden en van China.

De Ethiopische dictatuur heeft wel een gouden randje. Volgens de officiële cijfers groet de Ethiopische economie al tien jaar jaarlijks meer dan 10 procent. Met Rwanda heeft het een sterke op berooide boeren gerichte ontwikkelingspolitiek. Vele Ethiopiërs zijn daardoor uit de armoede getrokken. Maar de regering vindt kennelijk dat armen niet hoeven te demonstreren en ze geen vrijheid van meningsuiting nodig hebben.