‘Oeps, nee kansloos moet ik eigenlijk niet zeggen’

Meerkamp Ze is sinds kort Europees kampioen, maar schat haar olympische kansen laag in. Anouk Vetter klaagt over een ‘shitprogramma’.

Speerwerpen ligt Anouk Vetter wel. Op de EK blonk ze uit met een worp van 55,76 meter. „Die afstand ga ik in Rio niet verbeteren. Met 50-plus ben ik tevreden.” Foto Matthias Schrader/AP

Topsporters houden er niet van de regie uit handen te geven. Maar op het wedstrijdprogramma hebben zij, tot verdriet van Anouk Vetter, geen invloed. De Europees kampioene van ‘Amsterdam’ kon bij bestudering van het olympisch schema maar tot één conclusie komen: „Wat een shitprogramma.”

Voor de meerkampster zijn de twee wedstrijddagen tot haar ergernis uitgerekt, met vroege en vooral heel late starts. Als ochtendmens haat de Amsterdamse atlete late-avondwedstrijden. Vrijdagochtend begint Vetter al om kwart voor tien aan de 100 meter horden om pas tegen elven te eindigen met de 200 meter. Zaterdag begint de dag ook al voor tienen en kort voor middernacht is de finish van de afsluitende 800 meter gepland.

Afgaande op die aanvangstijden schat zij haar verwachtingen laag in, ook al mag ze zich sinds een maand de beste van Europa noemen. „Ik kan mijn energie moeilijk een hele dag op peil houden”, zegt de atlete drie dagen na aankomst in het olympisch dorp. „Ik moet een slimme dagindeling maken om ook ’s avonds nog te kunnen pieken. Tussen de pauze ontspanning zoeken. Maar dat is moeilijk, omdat ik op wedstrijddagen heel zenuwachtig ben.”

De Europees kampioene schaart zichzelf vooral om die reden niet onder de medaillekandidaten in Rio de Janeiro. Vetter neemt zelfs het woord kansloos in de mond, als corrigeert ze dat in één adem. „Oeps, nee kansloos moet ik eigenlijk niet zeggen.”

Papier is geen praktijk, weet Vetter intussen uit ervaring. Zij begon een maand terug ook niet als favoriet aan de Europese titelstrijd in haar eigen stad, maar werd uiteindelijk wel kampioen. Een meerkamp is een kwetsbare discipline waar het sterk aankomt op fitheid.

De blonde atlete, die getraind wordt door haar vader Ronald Vetter, spreekt in Rio de Janeiro ook een andere taal. Wie boven de 6.600 punten scoort doet volgens haar mee om de medailles. En laat haar persoonlijk record 6.626 punten zijn, bijeen gesprokkeld op de EK. Een nieuw Nederlands record dat ook nog eens werd opgebouwd uit vijf persoonlijke records.

En het kan nog beter, verklaart Vetter, die door haar vader ooit intrinsiek tot het grootste meerkamptalent werd uitgeroepen. Met haar nationaal record staat Vetter bovendien derde op de wereldseizoensranglijst en is ze mathematisch een kandidaat voor brons. Haar laconieke reactie: „Als je het zo bekijkt is dat haalbaar, maar ik ga er niet vanuit.”

Vetter ziet altijd op tegen het openingsnummer, de 100 meter horden. „Ik ben altijd opgelucht als ik dat onderdeel netjes heb afgehandeld. Qua punten niet heel belangrijk.”

Bij het hoogspringen is Vetter wisvallig bij haar aanloop. Die vereist nog één à twee jaar finetuning. „De 1,74 meter op de EK was niet heel goed. Daar is nog winst te boeken.”

De minste zorgen maakt Vetter zich over het kogelstoten. Dat is oké, zegt ze. „Jammer dat ik ’s avonds moet gooien. Je moet fris zijn, op de rechtervoet landen en keihard omhoog stoten. Als dat niet klopt val je zo een halve meter terug.”

Op het laatste nummer van de eerste dag, de 200 meter, gaat de vermoeidheid tellen. Vetter: „Ik zie daar erg tegenop. Maar op de EK ging het erg goed, dus waarom nu ook niet?”

De tweede dag begint Vetter doorgaans , „totaal verrot”. Verspringen is het eerste onderdeel. Voor Vetter zaak zo weinig mogelijk punten te verspelen vanwege de sterke de concurrentie. De Britse Katarina Johnson-Thompson heeft al 6,80 meter gesprongen, tegenover Vetter maximaal 6,38 meter.

Speerwerpen ligt haar wel. Op de EK blonk ze uit met een worp van 55,76 meter. „Die afstand ga ik in Rio niet verbeteren”, voorspelt ze. „Met een vijftig-plus ben ik tevreden.”

Tot slot haar zwakste onderdeel: de 800 meter. Een martelgang voor Vetter, die hier in de aanloop naar Rio speciaal op trainde. „Ik heb geen excuus. Ik ben fit en vind dat ik in Rio voor het eerst onder de 2 minuten en 20 seconden moet lopen.”