Hoe Pakistaans is ‘Dukhtar’ echt?

Over de wreedheid van uithuwelijking wordt in Dukhtar verteld als een sprookje en spannende achtervolgingsthriller. ©

In een wereld waarin meer en beter wordt nagedacht over de effecten van beeldcultuur is het onvermijdelijk dat ook de ‘wereldcinema’ onder de loep wordt genomen. Sommige van de films die onder die noemer vallen maken het je, ondanks hun goede intenties en beeldschone beeldtaal, namelijk erg moeilijk. Vaak wekken ze de indruk vooral clichébevestigend te zijn, ansichtkaarten voor een goed doel.

Deze week komt debuutfilm Dukhtar (‘dochter’ in het Urdu) in de Nederlandse bioscopen. Twee jaar geleden beleefde hij z’n wereldpremière op het Filmfestival van Toronto waarop hij door Pakistan werd ingezonden voor de Oscar voor Beste Buitenlandse film. Maar wat is een Pakistaanse film? Is Dukhtar Pakistaans, omdat hij zich afspeelt in de afgelegen Hunza-vallei en gaat over de gevolgen van de bloedvetes en kindhuwelijken aldaar? Is hij Pakistaans omdat regisseuse Afia Nathaniel er werd geboren, al woont ze al zo’n vijftien jaar in New York waar ze het filmvak leerde? En wat voor invloed hebben Europese filmfondsen (waaronder het Rotterdamse Hubert Bals Fonds) gehad op het eindresultaat?

De vraag naar de nationaliteit is een andere manier om de vraag naar de ídentiteit van de film te stellen. Wat is dit voor film? Wil hij informeren? Emanciperen? Dat hij een belangrijk verhaal vertelt is duidelijk. Dat hij daarvoor een vorm en stijl vindt die visueel aantrekkelijk is, begrijpelijk. Maar het gruwelijke verhaal over een moeder die met haar minderjarige dochter op de vlucht moet om uithuwelijking aan een stamoudste te voorkomen wordt verteld als een sprookje en spannende achtervolgingsthriller. De wreedheid van de op werkelijke praktijken gebaseerde vertelling wordt verzacht door zoveel betoverende landschapshots en close-ups van de onuitgesproken romance tussen moeder Allah Rakhi en vrachtwagenchauffeur Sohail, dat het aan exploitatie grenst.

Voor je het weet word je als toeschouwer alleen verliefd op die mooie donkere ogen. Wat dat betreft is de film vergelijkbaar met het recentelijk uitgebrachte Parched over de positie van vrouwen in ruraal India. Het zijn films die mogelijk zijn door investeringen op de grens van culturele ondersteuning en ontwikkelingswerk. Belangrijk als eerste stap in de emancipatie van het filmproces en het geven van een podium aan minder gehoorde stemmen.

Tegelijkertijd hebben we het afgelopen decennium gezien dat dit soort films vaak primair voor de westerse markt gemaakt lijken en geen echte dialoog tot stand brengen. Volgende stap zou moeten zijn te bedenken hoe films als Dukhtar de vrouwen kunnen vertegenwoordigen en bereiken over wie ze willen gaan.