Je bedenkt een zitzak of beschuit met inkeping. Hoe bescherm je jouw idee?

Intellectueel eigendom Je hebt een idee: een nieuw soort zitzak bijvoorbeeld, of een inkeping in een beschuitje. Leuk, maar wat is je volgende stap?

Illustratie Aart-Jan Venema

De 29-jarige Marijn Oomen bedacht zes jaar geleden een nieuwe zitzak: de Lamzac. Door ’m in de wind te houden vult de zitzak zich met lucht. Het idee slaat aan bij vrienden, hij verkoopt wat op braderieën, opent een webshop en komt ermee op televisie in het uitvindersprogramma Het beste idee van Nederland. Van zijn nieuwste model Lamzac postte hij vorig jaar zomer een filmpje op YouTube.

Het filmpje gaat viral.

En dan duiken er opeens bijna identieke zitzakken op. Op crowdfundingsite Indiegogo bijvoorbeeld is de ‘Kaisr Original’ te koop’, die veel op de zitzak van Oomen lijkt, maar dan met bierhouder. De oprichters halen 4 miljoen dollar (3,6 miljoen euro) aan investering op om het product te maken. Terwijl ze volgens Floortje Möller, bedrijfsjurist voor zitzakkenmerk Fatboy, bij Marijn Oomen nog een paar Lamzacken hebben besteld, en gezegd hadden dat ze het een mooi product vonden.

Möller voert het woord namens Oomen. Hij besloot – geschrokken van alle copycats – een samenwerking met Fatboy aan te gaan. Zij krijgen de rechten om zijn zitzak te verkopen, hij krijgt hulp bij de vele rechtszaken. Ook in hoger beroep oordeelde de rechter in juli dat de Kaisr inderdaad te veel lijkt op Lamzac. Er komt nog een bodemprocedure aan, maar voorlopig mag niemand een zitzak maken die op de Lamzac lijkt.

Beschuit en smartphones

Elk jaar zijn er honderden zaken die over intellectueel eigendom gaan. Soms gaat het om miljoenenoctrooien – denk aan Apple en Samsung die elkaar in de haren vliegen omdat ze vinden dat de ander inbreuk maakt op ‘hun’ uitvinding, zoals de slide-to-unlock-functie – maar vaak genoeg ook om kleinere zaken.

De inkeping in de beschuitrol is daar een voorbeeld van: twee weken geleden oordeelde de rechtbank Den Haag dat het toch heus een technische uitvinding was van de Nederlandse Theo Tempels. Het grote concern Continental Bakeries wilde dat octrooi ongeldig laten verklaren, zodat ze zonder geld te betalen aan Tempels hun beschuiten konden voorzien van inkeping. Maar dat ging dus niet door.

Lees ook ons interview met Theo Tempels: Weer wint de beschuitman van een miljoenenbedrijf

„De hele economie draait op ideeën en innovatie, en daarbij horen de rechten van intellectueel eigendom. Het is de manier om concurrenten op afstand te houden: net iets anders doen dan de rest”, zegt Els Doornhein, partner bij De Vos & Partners Advocaten. Doornhein is als advocaat gespecialiseerd in het intellectuele eigendomsrecht en begeleidt veel uitvinders. „Dagelijks worden wij gebeld door mensen die vermoeden dat hun idee gekopieerd is.”

Om dat idee maar gelijk de wereld uit te helpen: ideeën kunnen niet ‘gestolen’ worden. „Als je een idee in je hoofd hebt of erover praat, kun je niet claimen dat andere mensen het niet mogen overnemen”, zegt Doornhein. „Pas als er sprake is van een echt product, of een prototype of schetsen, kun je dat gaan beschermen.”

Gek is het niet als mensen dezelfde ideeën hebben. Doornhein: „Je leeft in een bepaalde tijdgeest, er zijn stijlen, trends en ontwikkelingen. Vanuit daar komen ideeën. Als je elk nieuw idee kon monopoliseren zou innovatie gestopt worden, en daar heeft niemand wat aan.

Vervelend wordt het als iemand er met jouw product vandoor gaat en er geld aan verdient. Zo kwam een maand geleden de Amerikaanse illustrator Tuesday Bassen in het nieuws omdat kledingconcern Zara haar illustraties zou hebben gekopieerd. Ze twitterde een paar foto’s met daarop haar illustraties – lolly’s, vlaggetjes en hartjes – en foto’s met gelijksoortige ontwerpen op kleding van Zara. Met behulp van een advocaat probeert ze nu een compensatie van Zara te krijgen omdat er inbreuk wordt gedaan op haar auteursrecht. De zaak loopt nog, Zara heeft nu wel alle producten met de ontwerpen erop uit de verkoop gehaald.

Nieuw en innovatief?

Wie net als Bassen het idee heeft dat iemand je kopieert, moet eerst beoordelen op welk recht inbreuk wordt gemaakt. Veruit het sterkste recht is het octrooirecht. Doornhein: „Op technische vindingen die je bedenkt die ‘nieuw’ en innovatief zijn, kun je een octrooi aanvragen. Het gaat dan om techniek die niet voor de hand mag liggen en niet al bestond.”

Eenmaal een octrooi gekregen, heb je twintig jaar lang een monopolie en mag niemand jouw uitvinding gebruiken zonder je toestemming.

Heeft iemand een van jouw rechten geschonden, stuur diegene dan eerst een brief met het verzoek om vrijwillig te stoppen. Helpt dat niet, dan kun je een advocaat inschakelen. „Die dringt erop aan dat de ander zal stoppen met het namaken van het product, vraagt een vergoeding van de gemaakte (advocaat)kosten en eventuele schadevergoeding en dreigt met verdere maatregelen als iemand hiertoe niet bereid is. Iedere goede advocaat zal eerst proberen om een zaak te schikken. Om hoeveel geld dit gaat, is per zaak verschillend.”

Als dat niet helpt, stap je naar de rechter. Meestal volgt dan een kort geding: binnen zes weken wordt je zaak behandeld door de rechter, want het is spoedeisend. Doornhein: „Als iemand de markt aan het vullen is met kopieën van jouw artikel, dan wil je niet dat je twee jaar moet wachten op een rechtszaak.”

Bij een zaak waar octrooirecht wordt geschonden, gaat het vanwege de complexiteit van dat soort kwesties regelmatig om proceskosten van tienduizenden euro’s, bij andere zaken ben je vaak zo’n 5.000 euro aan proceskosten kwijt. De verliezer betaalt deze kosten terug aan de winnende partij. Doornhein: „Dus je moet wel tamelijk zeker zijn dat je gaat winnen.”

Andere kwaliteiten

Nog los van het gedoe met rechtszaken, moet je je afvragen of je überhaupt wel zin hebt om je uitvinding te ontwikkelen. Advocaat Doornhein: „Het lukt maar weinigen om naast uitvinder ook de ondernemer te zijn die het op de markt zet. Dat vraagt weer andere kwaliteiten.” Er zijn wel cursussen voor: zo kun je bij de Nederlandse Orde van Uitvinders terecht voor cursussen ‘van idee naar de markt’. En ook de Kamer van Koophandel geeft informatie.

Maar je kunt – eenmaal goed beschermd – ook met je idee naar bedrijven toe. En er zijn zelfs ‘uitvindersbemiddelaars’, mensen die er hun beroep van maken om uitvinders te koppelen aan een onderneming. Doornhein: „Het is soms veel interessanter als je aansluiting zoekt bij een grote partij. Die geef je dan een licentie en in ruil daarvoor krijg jij geld, dus royalty’s.”

Zo’n soort ruil heeft Oomen ook gedaan met Fatboy. Hij heeft Fatboy de rechten gegeven om zijn zitzak te verkopen, en krijgt in ruil daarvoor een percentage van de winst van elke verkochte zitzak. En hij hoeft zelf geen rechtszaken aan te spannen tegen copycats: dat doet Fatboy nu.

Want ook al sta je in je recht en heb je alles goed geregistreerd: ook dan is het nog niet over. Copycats zullen blijven opduiken. Zo is er op het kantoor van Fatboy nu iemand specifiek aangenomen om aan een stuk door juridische brieven te schrijven naar bedrijven die de Lamzac kopiëren. Floortje Möller: „We hebben er echt een dagtaak aan.”