Een nieuwe baan? Meestal niet

Faillissement V&D Met de sluiting van ‘hun’ warenhuis verloren V&D’ers „een stuk van hun leven”. Oud-werknemers uit Hengelo vertellen hoe het nu, een half jaar later, met ze is.

Yvonne d'Achard van Enschut (51) Foto's Merlijn Doomernik

Het is een vrolijk weerzien. „Ha, hallo”, begroeten de oud-V&D-medewerkers elkaar. „Alles goed?” informeren ze belangstellend. Bijna zes maanden geleden verloren ze hun baan bij de vestiging van het warenhuis in Hengelo.

Na een turbulente periode waarin sprake was van tegenvallende resultaten, gesteggel over verlaging van huurprijzen en salarissen, sprak de rechtbank eind december het faillissement van V&D uit. Dinsdag 16 februari gingen de winkels dicht. „Wat vliegt de tijd”, merkt een van hen op.

Maandelijks ontmoeten de oud-medewerkers elkaar bij café Stravinsky, één straat verwijderd van het nog altijd lege V&D-gebouw. Ze zijn hier omdat het fijn is elkaar even te zien, omdat ze willen weten hoe het met de anderen gaat. Hebben ze alweer werk gevonden?

Van de acht ontslagen oud-medewerkers die deze ochtend op het terras aanschuiven, zeven vrouwen en één man, hebben er twee een andere baan. De rest zit nog altijd zonder betaald werk.

De paniek is weggeëbd

Lucitia Lieftinck (57)

Lucitia Lieftinck (57)

Yvonne d’Achard van Enschut (51), voormalig floormanager bij V&D, is vijftig sollicitaties verder, zonder resultaat. Ze solliciteert op alles wat haar leuk lijkt, maar bij voorkeur op vacatures in de detailhandel. Dagelijks houdt ze de banensites in de gaten. Ondertussen werkt ze als vrijwilliger in haar wijk. „Ik blijf wel bezig.”

De paniek die ze de eerste maanden na haar ontslag voelde, is weggeëbd. „Die eerste tijd realiseerde ik mij: ik heb geen werk meer. V&D was een stuk van mijn leven. Na de sluiting zag ik ineens mijn collega’s niet meer, toch je vrienden als het ware. Je was 33 jaar samen. Het duurde even voordat ik kon omschakelen. Nu denk ik, er komt wel weer wat.”

De ober brengt koffie met gebak. Er wordt gepraat en gelachen.

Lucitia Lieftinck (57), lingerieverkoopster bij V&D, kon na het faillissement vlot aan de slag bij een lingeriespeciaalzaak in Borne. „Het was op onze eerste koffieochtend dat een oud-collega mij tipte over die vacature. Ik was eigenlijk overdonderd, zo snel ging het. Ik zou graag wat meer uren willen werken dan achttien, ik werkte bij V&D 28 uur per week, maar ja, dat zit er niet. Ik zoek er nog een baantje naast.”

Voor die overige tien uur móét ze ook solliciteren van uitkeringsinstantie UWV, anders verliest ze het recht op een uitkering. „Ja, al die regeltjes… Ik kan er niet zo goed tegen. Dat levert mij nog de meeste stress op.”

Kim ten Tusscher (36) probeert door te breken als schrijfster van fantasyboeken. Acht jaar geleden debuteerde ze, nu werkt ze aan haar zesde boek. Door haar ontslag kan ze zich daar „volledig op storten”. Elke ochtend zet ze 2.000 woorden op papier. Over anderhalf jaar hoopt ze zoveel te verdienen dat ze geen uitkering én geen baan meer nodig heeft.

Hoe kijken Lieftinck en Ten Tusscher nu, een half jaar later, terug op het faillissement? „Het heeft mij veel verdriet gedaan. Mijn hele leven lag bij V&D, maar na de sluiting ging de knop toch wel snel om; het is klaar, ik moet verder”, zegt Lieftinck.

Veel verdriet

Kim ten Tusscher (36)

Kim ten Tusscher (36)

In 2015 nam bij zowel Lieftinck als Ten Tusscher de onzekerheid over het voorbestaan van V&D al langzaam toe. Ten Tusscher: „Het laatste jaar was heel rot. Er was een hoop gedoe, bijvoorbeeld over het brengen van een loonoffer. Dat is toen niet doorgegaan. Er zijn mensen ontslagen. Op zo’n moment vraag je je al af, moet ik iets anders zoeken? Wat wil ik? Ik heb eigenlijk al een beetje afscheid genomen terwijl ik er nog aan het werk was.”

Met hun oud-collega Gerdy van Dalm (55) gaat het niet zo goed. Zij is er deze dinsdag niet bij. Na jarenlang hard werken als floormanager begon haar lichaam, eenmaal in de „ruststand”, op te spelen. Ze kreeg gezondheidsklachten. „De stress van hoe het allemaal is gegaan, is mij niet in de koude kleren gaan zitten. Ik heb veel van mijzelf gevraagd”, zegt ze aan de telefoon. „Het gaat nu langzaam de goede kant op.”

Tijdens een eerdere ontmoeting, op een UWV-banenmarkt in Enschede in maart, zei ze dat ze niet alleen getrouwd was met haar man, maar ook met haar werk. Ze miste haar klanten en collega’s. Van Dalm wil heel graag weer een nieuwe baan. Wat? Dat maakt niet uit.