Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen en schrijft daar dagelijks over.

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

1/14

‘Deze koe heeft koorts. Die wordt straks verbrand’

Arnon Grunberg

Moet je bereid zijn te doden om te leven? Is de levenswil uiteindelijk meer dan de bereidheid het leven van een ander te nemen om je eigen leven te beschermen? Die vragen hadden me beziggehouden tijdens mijn bezoeken aan oorlogsgebieden in Irak en Afghanistan.

Toen ik verleden zomer meeliep met de acute dienst in Rotterdam vroeg ik me af hoe ver de zorgverlener moet gaan om de zelfmoordenaar af te houden van zijn voornemen.

Is leven een plicht? En wat is doden dan? Een noodzakelijk kwaad of een voorrecht? Om die vragen te beantwoorden, althans een poging daartoe te doen, wilde ik deze zomer ‘embedded’ gaan bij slachters.

Ergens in de vierhoek soldaat-zelfmoordenaar-hulpverlener-slachter bevindt zich het leven.

Naarmate ik ouder word komt het me voor dat de honger naar het leven niet veel verschilt van de honger naar de dood, die ook in de mensen schijnt te zitten. Het is het hongeren waar het om gaat; waarnaar wordt gehongerd is minder belangrijk.

Cesare Pavese publiceerde dagboeken en brieven onder de titel Leven als ambacht. De laatste zin luidt: „De dood zal komen en jouw ogen hebben.”

Als leven een ambacht is moet het doden dat ook zijn; misschien is dood-zijn een ambacht.

Op een maandagochtend om zes uur zit ik in de kantine van Abattoir Noord-Holland, een kleine slachter in Oost-Graftdijk. Eigenaar is Bob Bakker, een magere maar gespierde man van in de dertig, schat ik, met grote oren en een indringende blik.

„We slachten vandaag koeien, varkens, geiten en schapen. Geen paarden,” zegt Bob.

Aan de andere kant van de tafel zit Edwin. Edwin is van de VWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Hij keurt de dieren. „Wij staan officieel de pers niet te woord,” zegt Edwin.

We gaan naar beneden.

Edwin steekt een thermometer in de kont van de koe. Daarop laat hij de thermometer aan Bob zien.

„Daar is geen discussie over mogelijk,” zegt Bob. „De koe heeft koorts. Afgekeurd voor de slacht. Die gaat met de destructor mee. Die wordt straks verbrand.”

De destructor is een wagen die dieren ophaalt die afgekeurd zijn voor de slacht.

De thermometer wordt afgeveegd.

De blik van Bob doet me denken aan de blik die ik bij sommige militairen heb waargenomen. Hij staart in de verte, alsof hij iets achter je ziet, en hoe vriendelijk hij ook is, zijn ogen lachen nooit.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’