De komst van kernafval leidt in China tot zeldzaam protest

China Al drie dagen zijn in havenstad Lianyungang massale protesten tegen de komst van een kernafvalfabriek. Even opmerkelijk: de politie grijpt niet in.

Een kerncentrale in aanbouw in Fangchenggang in het zuidwesten van China. China bouwt twintig nieuwe centrales en er zijn plannen voor nog 56 centrales. Foto Getty Images

‘Alsjeblieft, alsjeblieft, verspreid het nieuws in Europa dat wij, de bewoners van Lianyungang, geen Franse fabriek voor de verwerking van kernafval willen hebben”, smeekt de 45-jarige lerares Ting Keai Xiao Ting via WeChat. „De Chinese media zwijgen over onze protesten. Het is zeker geen nieuws dat de politie al iemand van ons heeft doodgeslagen?”

Dat laatste ontkent de politie, die spreekt van een „kwaadaardig gerucht”. Maar feit is dat tienduizenden inwoners van de havenstad Lianyungang zaterdag, zondag en maandag de straat op zijn gegaan om luidruchtig te demonstreren tegen de bouw van een kernafvalfabriek. Op het Chinese internet circuleren foto’s en video’s van massale demonstraties op het Volksplein van de metropool (5 miljoen inwoners). Omringd door honderden politiemannen eisen de demonstranten dat het plan voor de fabriek van het Franse Areva wordt ingetrokken. „Breng die troep maar naar Frankrijk, wij willen het hier veilig houden”, aldus mevrouw Ting.

Waarschuwingen genegeerd

De geplande fabriek van 3,9 miljard euro is een project van Areva en de China National Nuclear Power Cooperation. Chinese media noemen de innige nucleaire samenwerking zelfs de spil van de Chinees-Franse betrekkingen.

Tot afgelopen vrijdag was onduidelijk waar de fabriek in China zou komen – uit vrees voor protesten hadden de autoriteiten de locatie geheimgehouden. Toen een krant die locatie onthulde, raakten de inwoners van de havenstad zeer ongerust. De keuze voor Lianyungang, 480 kilometer ten noorden van Shanghai, is logisch: daar staat al een van de grootste kerncentrales van het land, de Russische Tianwan-centrale, die de gigantische chemische complexen van energie voorziet. „Een afvalverwerkingsfabriek is gevaarlijker dan een chemische fabriek”, meent mevrouw Ting.

Opmerkelijk genoeg hebben de autoriteiten, wars van massa-betogingen die niet door de Partij zijn georganiseerd, nog niet ingegrepen. Na de betogingen in het weekend gingen inwoners maandagavond opnieuw de straat op, ondanks strenge waarschuwingen van de autoriteiten. Het gerucht over de doodgeknuppelde demonstrant door een agent van de gevreesde paramilitaire politie verhoogde de spanningen.

Protesten tegen kerncentrales, die in krankzinnig hoog tempo worden gebouwd, zijn zeldzaam. Het omschakelen van zwaar vervuilende kolen en olie naar kernenergie heeft politieke en economische prioriteit. Er zijn al 34 kerncentrales met meerdere reactors in bedrijf, er zijn er 20 in aanbouw en de plannen voor nog eens 56 zijn goedgekeurd. De capaciteit moet in 2021 verdubbeld zijn tot 58 gigawatt, 150 gigawatt in 2030 en „nog meer meer” (dixit staatspersbureau Xinhua) in 2050.

Volgens het in maart goedgekeurde 13-jarenplan geeft China tot 2030 ongeveer 10 miljard dollar per jaar uit aan de bouw van kerncentrales en kernafvalwerkingsfabrieken. Het budget voor het programma, dat ook een geheim onderzoeksproject voor kernfusie en ontwikkeling van ‘eigen’ technologie omvat, bedraagt 1.300 miljard. Het is het grootste infrastructurele project ter wereld.

Kernenergie is volgens China het belangrijkste alternatief voor fossiele brandstoffen; zonder nieuw kernenergieprogramma zijn de klimaatdoelen van Parijs niet te halen. Tegelijkertijd stijgt in de stevig doorgroeiende economie de vraag naar elektriciteit. Beide doelen bereiken kan niet zonder de bouw van het grootste aantal kerncentrales ter wereld.

Sinds de ramp met de kerncentrale bij Fukushima in Japan zit de angst er bij de Chinese bevolking goed in. In een rapport van het ministerie van Milieu schreven experts „niet optimistisch” te zijn over de veiligheidssituatie in China. „Wij willen niet riskeren dat een nieuw Fukushima hier in Lianyungang plaatsvindt”, zegt mevrouw Ting. Na Fukushima staakte China de bouw van kerncentrales volledig. De afgelopen twee jaar is die stilletjes hervat. Tot grote zorg van Chinese wetenschappers, onder wie nucleair expert Ai Desheng van de Tsinghua Universiteit. Tegen China Business News zei hij dat er een groot tekort is aan nucleaire-veiligheidsexperts. In het huidige bouwtempo heeft China de komende tien jaar 40.000 hoogopgeleide technici nodig, maar de universiteiten leveren er slechts enkele honderden per jaar af en de salarissen zijn laag.

Hoeveel bijna-ongelukken zich in de centrales voordoen, is staatsgeheim. Via de vrije Hongkongse media lekte onlangs uit dat door een tekort aan ervaren technici een ongeluk is gebeurd in de Yangjian-centrale in de provincie Guangdong. Die voorziet Hongkong en de delta van de Parelrivier van elektriciteit. Als gevolg van gebrekkige inspecties zou er een incident met een pomp zijn geweest.

China General Nuclear, de inspectiedienst van de industrie, zegt dat er sinds Fukushima heel veel is verbeterd. Teams van het Internationaal Atoomagentschap IAEA inspecteren geregeld en bij de bouw van centrales worden de hoogste standaarden en de nieuwste technologie gebruikt, aldus een woordvoerder. China ontwikkelt intussen ook eigen kerncentrales, die worden geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Roemenië, Pakistan en Iran.