‘Ben ik soms onzichtbaar voor je?’

Theater

Tegen de achtergrond van de Olympische Spelen brengen Nederlanders en Brazilianen samen geëngageerde kunst.

Mariana Nunes laat de theaterbezoekers merken hoe zwarte Braziliaanse vrouwen zich doorgaans voelen: ongezien. Foto HOBRA

‘Zie je me niet?” In het pikkedonker galmt de heldere stem van de Braziliaanse actrice Mariana Nunes (36) over het bosrijke terrein rond het oude, koloniale landhuis. De bezoekers van de theatervoorstelling in de openlucht staan opeengepakt in een kleine, open muziektent en turen het donker in. Waar komt die stem vandaan? Alleen de contouren van de bomen en het geritsel van de wind zijn te onderscheiden. Dan opnieuw die stem. Nu dwingend. „Ben ik soms onzichtbaar voor je?”

De scène uit het theaterstuk Invisível (onzichtbaar) van de Nederlandse kunstenaar-regisseur Jörgen Tjon A Fong en de Braziliaanse filosoof en theatermaker Patrick Pessoa wordt confronterend, wanneer de donkere actrice, gekleed in een felrode jurk, oog in oog komt te staan met het publiek. Indringend beschrijft ze hoe zij en andere zwarte vrouwen zich in de diverse, door sociale klassen gedomineerde maatschappij vaak voelen. „Tijdens het carnaval, als de samba klinkt en we met onze billen schudden worden we gezien, zijn we zichtbaar. Maar gaan we terug naar de sloppenwijken waar we wonen, dan tellen we niet meer mee en zijn we onzichtbaar.” Het overwegend blanke, (Europees-)Braziliaanse publiek schuifelt ongemakkelijk heen en weer.

Gezamenlijke kunst

Pessoa en Tjon A Fong maakten het theaterstuk voor het HOBRA-festival in Rio de Janeiro: tien Nederlandse en tien Braziliaanse kunstenaars uit verschillende kunstdisciplines – van architectuur tot muziek tot theater – gingen een maand lang samen aan de slag, om tegen de achtergrond van de Olympische Spelen gezamenlijk kunst te maken. Onder hen kunstenaars als Sjoerd ter Borg (architectuur), Yuri Veerman (design) en Emma Rekers (zang). Het initiatief komt van het Fonds Podiumkunsten, Dutch Culture en diverse Braziliaanse kunstinstellingen, waaronder het Tempofestival, en van de gemeente Rio de Janeiro.

Tjon A Fong en Pessoa gebruikten het boek Invisible man uit 1952 van de Amerikaanse schrijver Ralph Ellison als inspiratiebron. Daarin staat de zoektocht van de afro-Amerikaanse identiteit centraal. Patrick Pessoa: „Brazilië is nu gastland voor de Olympische Spelen, maar tegelijkertijd spelen er dingen in onze maatschappij waar mensen blind voor lijken – alsof die dingen onzichtbaar zijn. Bijvoorbeeld de politieke crisis rond de afzetting van de president. Maar ook thema’s als racisme en uitsluiting. Kunstenaars zijn nu politieker ingesteld dan voorheen, we zoeken in ons werk naar een antwoord op deze turbulente tijd.”

Tjon A Fong, in Nederland directeur van Urban Myth, het vaste theatergezelschap van de Stadsschouwburg Amsterdam, is gegrepen door die politiek-geëngageerde Braziliaanse kunstwereld, zegt hij. „In Nederland speelt dat engagement veel minder – en ik mis dat. Ook bij ons zijn vergelijkbare thema’s actueel, rond identiteit en kleur bijvoorbeeld. Maar bij ons heeft de kunst daar veel minder een antwoord op. In Brazilië is kunst inherent aan politiek.”

Politieke spanning

Zo bezetten Braziliaanse kunstenaars maandenlang het ministerie van Cultuur, toen na een politieke machtsstrijd de linkse president Dilma Rousseff op non-actief werd gesteld. Een rechtse regering onder leiding van interim-president Michel Temer besloot het ministerie van Cultuur op te heffen, om geld te besparen.

Tjon A Fong: „Ik ben naar die bezetting toegegaan. Het was inspirerend om te zien hoe kunstenaars vechten voor het behoud van kunst en cultuur.”

Actrice Mariana Nunes, momenteel op de Braziliaanse televisie te zien in een telenovela (soapserie) over de slavernij, en zelf ook betrokken bij de bezetting van het ministerie, bevestigt die strijd in de Braziliaanse kunstscene. „Er gebeuren nu dingen die je een jaar of acht geleden niet zou hebben verwacht. Zwarte acteurs emanciperen zich, kruipen uit hun schulp. De saamhorigheid van kunstenaars is sterker, nu we bijna geen budget meer krijgen maar toch onze verhalen kwijt willen.” Voor de Nederlandse Tjon A Fong is de samenwerking in Brazilië een eyeopener. „In Nederland maken we ons druk over marginale dingen, terwijl de werkelijke problemen levensgroot zijn.”

Tijdens de voorstelling wordt duidelijk hoe snel de politieke spanning hier aan de oppervlakte komt. Wanneer Mariana Nunes een betoog houdt over revolutie en liefde, begint een van de bezoekers plotseling „fora Temer” (weg met Temer) te roepen, de leus van de tegenstanders van interim-president Temer. Onmiddellijk valt de hele groep in en verandert het theaterstuk in een manifestatie.