Drie miljoen Afghanen in Iran: voor altijd vluchtelingen

Teheran

Na Syriërs zijn Afghanen de grootste groep vluchtelingen naar Europa. De meesten van hen komen uit Iran. Daar is de gastvrijheid omgeslagen in repressie. „We zijn banenpikkers, lui, onopgeleid, vies: de gebruikelijke lijst aanklachten.”

Afghaanse vluchtelingen werden eerder deze zomer door Iran uitgezet. Beeld New York Times / Hollandse Hoogte

In een buitenwijk van Teheran staat Darya gespannen op een viaduct. Een massa geelbruine auto’s kruipt langzaam onder haar voeten door, richting de bergen die de Iraanse hoofdstad in smog omsluiten. Wanneer ze een politiewagen bespeurt, maakt ze dat ze wegkomt. Ze holt het viaduct af, slaat een zandweg in, en haast zich naar een verborgen gebouwtje.

Binnen zitten ruim 200 Afghaanse kinderen. In één van de zweterige klaslokaaltjes leert een groep meisjes de Engelse namen van boerderijdieren. In het geheim, want de Iraanse overheid dreigt dit schooltje op te doeken. Daarom houdt Darya elke middagpauze de wacht.

„Soms is de politie me te snel af”, verzucht het schoolhoofd even later vanuit haar raamloze kantoor.

„Ze vallen in burger binnen. Laatst nog schreeuwde een groep mannen dat ze ons kwamen halen, dat er vier bussen onderweg waren om iedereen te deporteren naar Afghanistan. De kinderen waren doodsbang, iedereen sloeg op de vlucht.”

Dat doen Afghanen al bijna veertig jaar. Sinds 1979 is hun thuisland het toneel van oorlogsgeweld: eerst waren het de Russen, daarna de krijgsheren, toen de Talibaan, en tot slot de Amerikanen. Buurlanden Pakistan en Iran vingen miljoenen Afghaanse vluchtelingen op, ondanks armoede in eigen land. „Een moslimplicht”, benadrukten zij, zoals Turkije dat deed ten aanzien van Syriërs.

Vergeten crisis

Intussen kampt Iran met een vergeten vluchtelingencrisis. Het land telt 3 miljoen Afghanen, van wie de helft onder de achttien en velen in Iran geboren. De gastvrijheid is omgeslagen in repressie en discriminatie, met als gevolg dat veel Afghanen in Iran opnieuw op de vlucht slaan – ditmaal richting Europa. Na Syriërs zijn Afghanen de grootste groep die de vlucht naar Europa waagt. De meesten van hen komen echter niet uit Afghanistan, maar uit Iran.

„Jullie zien niet wat hier gebeurt, maar het komt echt jullie kant op”, waarschuwt Darya. „Sinds een jaar of twee zie ik iedereen om me heen vertrekken. Mijn hele familie zit al in Oostenrijk, Zweden en Duitsland. Ze maken zich zorgen over me en smeken dat ik ook kom.”

Volgens Darya heeft haar familie reden tot zorgen.

„De politie treedt keihard op. Ze rijden ’s ochtends vroeg langs de bekende verzamelplaatsen waar Afghaanse mannen op werk wachten. Als je papieren niet in orde zijn, deporteren ze je naar Afghanistan. Éen van mijn leerlingen is zo haar vader kwijtgeraakt. Hij heeft niet eens afscheid kunnen nemen.”

‘Behandeld als crimineel’

Ook de sfeer in de samenleving verhardt. Afghanen mogen dan wel nagenoeg dezelfde taal spreken als Iraniërs, de integratie verloopt moeilijk. Iran kampt met een economische crisis, en Afghanen worden veelal gezien als een ongewenste last op de sociale zekerheid en een bedreiging voor Iraanse werkzoekenden.

„Afghaan is een scheldwoord geworden”, zegt Darya. „We zijn banenpikkers, lui, onopgeleid, vies, drijven de huur omhoog – het is de gebruikelijke lijst aanklachten.”

„Ook mij behandelen ze als een crimineel”, vervolgt ze. „En dat terwijl ik eigenlijk het werk van de Iraanse regering doe. Mijn leerlingen zijn afgewezen door regeringsscholen. Even had ik hoop dat dit zou veranderen, toen de Opperste Leider Khamenei vorig jaar aankondigde dat zelfs Afghanen zonder papieren onderwijs zouden krijgen. Maar in de praktijk doet de regering niets.”

Verslag uit 2013 over Afghaanse vluchtelingen in Iran, van Human Rights Watch:

Dat is niet de conclusie van Filippo Grandi, hoge commissaris van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Tijdens een recent bezoek aan Teheran onderstreepte Grandi dat de Iraanse regering decennialang één van de grootste humanitaire lasten ter wereld gedragen heeft.

Een derde heeft officiële status

En dat deed het geïsoleerde land veelal alleen. Ter vergelijking: waar Turkije begin dit jaar 6 miljard euro aan vluchtelingenhulp beloofd werd, kreeg Iran slechts 16,5 miljoen euro van de Europese Unie. De hoop is dat het opheffen van de sancties hierin verandering zal brengen.

Volgens de UNHCR is extra geld hard nodig voor de programma’ s van de Iraanse regering. Zo krijgen de meest kwetsbare vluchtelingen in Iran voor slechts 18 dollar per jaar toegang tot publieke gezondheidszorg. Daarnaast bieden basis- en middelbare scholen plaats aan zo’n 350.000 Afghaanse kinderen.

De cijfers van de UNCHR hebben slechts betrekking op geregistreerde vluchtelingen. En dat is nu juist het probleem: van de 3 miljoen in Iran woonachtige Afghanen heeft slecht één derde een officiële status.

Dit is het gevolg van het zogeheten Amayesh-systeem dat in 2003 werd ingevoerd. Dit verplichtte alle Afghaanse vluchtelingen – ook de eerste generatie – zich te laten registreren. Veel aanvragen werden afgewezen. Bovendien moet een Amayesh-kaart ieder jaar vernieuwd worden.

„Het maakt niet uit of je hier al je hele leven woont”, vertelt Darya, die in 1979 in Iran geboren werd.

„Sinds de invoering van het Amayesh-systeem moet ik iedere keer weer mijn papieren op orde krijgen. De procedures zijn duur en onduidelijk. En als je wordt afgewezen, riskeer je deportatie. Die onzekerheid is slopend.”

Naar Europa

Zonder papieren kun je als Afghaan in Iran geen kant op. „Je kunt geen rijbewijs halen, geen auto of motor kopen, niet reizen, geen SIM-kaart hebben, bepaalde opleidingen niet volgen, ga zo maar door.”

Azad luistert stilletjes mee. De verhalen zijn herkenbaar: zelf werd hij onlangs nog door de politie in elkaar geslagen omdat hij op een scooter reed. Afghanen zonder papieren kunnen immers geen rijbewijs krijgen. Daarvoor werd hij afgewezen voor de technische opleiding waarvoor hij maanden studeerde. ‘Geen Afghanen’, zei de universiteit ineens.

De twintigjarige pikt het niet meer. Trots laat hij zijn nieuwe bergschoenen zien. „Voor de reis naar Europa”, vertelt hij met een nerveuze glimlach. „Ik heb er maanden voor gespaard.”

Er breekt een emotionele discussie los tussen moeder en zoon. Darya vertelt wat ze van kennissen in Europa gehoord heeft. Over de gevaarlijke reis over land door Iran en Turkije, de gammele bootjes, het 6-jarige meisje dat in de nachtelijke zee verdronk.

Maar wat zijn de alternatieven? Naar Afghanistan terugkeren kan niet, zegt Darya. „Ik heb het al geprobeerd! Ik wilde er een meisjesschool oprichten, want dat hebben ze daar nóg harder nodig dan hier. Maar het was te gevaarlijk. We werden bedreigd door de Talibaan.”

En in Iran blijven? Wanneer haar zoon de kamer uit is, geeft Darya toe dat ook dat eigenlijk niet meer mogelijk is. „Ik heb gisteren van de politie een ultimatum ontvangen. Ze willen mijn school definitief sluiten. En mijn oude Amayesh-kaart verloopt eind deze week. Het is onmogelijk dat die op tijd vernieuwd wordt.”

Verslagen staart Darya naar de donkere muren van haar kantoortje. Er hangen herinneringen van een levenswerk: foto’s met leerlingen, kindertekeningen, brieven van dank. Maar ook: ansichtkaarten uit Europa.

„Misschien heeft mijn zoon gelijk”, zucht ze.

„Al achttien jaar houd ik mijn schooltje in stand en probeer ik me te gedragen als een Iraanse burger. Maar eigenlijk zijn we al ons hele leven vluchteling. Dan kunnen we net zo goed nog één keer vluchten.”